Ben ik wel B1 genoeg?

Door: Eric Tiggeler

Kun je deze brief even omzetten naar B1?’ ‘Wilt u even checken of onze webteksten wel B1 zijn?’ Het zijn vragen waar je als moderne tekstschrijver maar beter op voorbereid kunt zijn. De Wet op het financieel toezicht verplicht de financiële sector om begrijpelijk te communiceren, de Autoriteit Financiële Markten heeft duidelijke informatie tot norm verheven, en sinds kort propageert ook de Consumentenbond met de actie ‘Begrijp je geld’ dat financiële instellingen hun klanten helder informeren. En zodra het om duidelijk Nederlands gaat, klinkt al gauw de roep om B1, inmiddels breed bekend geworden als een magische formule voor ‘taal die iedereen begrijpt’.

De Consumentenbond legt het zo uit: Taalniveau B1 is een punt op een meetlat van de Raad van Europa die de raad heeft gemaakt om het taalniveau van mensen en teksten te meten. b1 kan bijna iedereen begrijpen. Zo’n 95% van de bevolking snapt wat er wordt bedoeld als een tekst op niveau b1 is geschreven. Dat het een mooi streven is om zo duidelijk mogelijk te communiceren, zeker over ingewikkelde financiële onderwerpen, dat staat vast. En dat steeds meer organisaties zich daar sterk voor maken, is alleen maar winst. Alleen: hoe kom je er als tekstschrijver achter wat de B1-behandeling nu precies betekent voor je taal?

Mensen, niet teksten

Als je op het web zoekt naar dit onderwerp, dan is het B1 wat de klok slaat; er duiken genoeg cursussen en specialisten in B1-schrijven op. Maar over de taalkenmerken van B1 vind je vrijwel niets. Dat is misschien zo gek niet, want het systeem van taalniveaus van de Raad van Europa gaat over mensen, niet over teksten. De toelichtingen bij het B1-niveau gaan over  spreken, schrijven, luisteren en lezen (‘Can read straightforward factual texts on subjects related to his/her field and interest with a satisfactory level of comprehension.’). Maar de vertaalslag naar tekstkenmerken hebben de bedenkers van het taalniveausysteem niet gemaakt.

Stellig over meetbaarheid

Het enige houvast voor de b1-hongerige tekstschrijver lijkt nog altijd het vijf jaar oude boekje ‘Schrijven in eenvoudig Nederlands’ van BureauTaal. Dat vertaalt b1 wél naar tekstkenmerken; het geeft zelfs 29 regels. De meeste daarvan zijn (aanscherpingen van) eisen die je in elk schrijfadviesboek kunt vinden, zoals ‘zet de boodschap voorop’, ‘gebruik kopjes’, ‘gebruik geen formele taal’, ‘vermijd tangconstructies’ en ‘schrijf actieve zinnen’. Zeer zinvolle adviezen, maar niet nieuw. Het voornaamste onderscheid is dat het boekje op een paar punten heel stellig is: tekstkwaliteit is meetbaar. ‘De lengte van teksteenheden is maximaal een half tot een heel A4’tje’. ‘Alinea’s zijn maximaal 10-15 zinnen of circa 100 woorden.’ ‘Een zin telt gemiddeld 10 woorden.’ De tekst bevat ‘frequente woorden’.

Basis onbekend

Daar zit de B1-schrijver in spe met een mooi dilemma. Klanten vragen om B1-teksten, en je wil ze graag helpen om hun lezers begrijpelijke, eenvoudige informatie te bieden. Maar de enige richtlijnen die je daarvoor krijgt, komen uit één boekje dat niet verantwoordt hoe de vertaalslag is gemaakt van de globale B1-beschrijving naar 29 specifieke tekstkenmerken. Niemand weet dus wat precies een ‘frequent’ woord is, of waarom de ideale zin 10 woorden telt.

Commercieel breekijzer

Maar misschien moet je dan ook maar de vrijheid nemen om die criteria naar je eigen hand te zetten. Misschien moeten we B1 omhelzen als het commerciële breekijzerbegrip, een verzamelnaam voor begrijpelijk schrijven voor een zo breed mogelijke doelgroep’ die geholpen heeft om heldere taal bij overheden en organisaties op de kaart te zetten. En de magische B1-formule dan? Dat is een opsomming van helderetaaladviezen die je in alle schrijfadviesboeken vindt: weet voor wie je schrijft, verplaats jezelf maximaal in de lezer, zet het belangrijkste aan het begin, zorg voor samenhang, schrijf zo kort en eenvoudig mogelijk. Woorden tellen en zinnen turven is daarbij een hulpmiddel, geen doel. In de commerciële variant van B1 bestaan ‘gouden regels’ en ‘meetbare tekstkwaliteit’, in het echte leven betekent B1-schrijven eigenlijk gewoon goed tekstschrijverschap.

Tip

Internationaal is er veel aandacht voor ‘plain language’: in financiële informatie, maar ook bijvoorbeeld in juridische stukken of bijsluiters. Kijk eens bij www.plainlanguage.gov en www.plainlanguagenetwork.org. Je vindt er praktische adviezen en voorbeelden uit verschillende tekstsoorten.


Bestel hier eerder verschenen nummers van Tekstblad.

Dit artikel verscheen eerder in Tekstblad nummer 2 van 2011