Column zonder keuzes

Door: Eric Tiggeler

Onderzoeksorganisatie TNO publiceert in Metro een advertentie die er uitziet als een redactioneel stuk: een persoonlijke column waarin een onderzoeker iets vertelt over zijn werk. Het doel is waarschijnlijk de treinkrantenlezer op een laagdrempelige manier de wereld van het onderzoek binnen te leiden. Zo’n column moet dus een wervend en dynamisch beeld geven van wat de onderzoeksorganisatie doet. Lukt dat? Nee.

Alledaagse baksteen

Op het eerste gezicht ziet de column Gevaarlijke stoffen? er uitnodigend uit, hij is lekker kort én de schrijver trekt de lezer meteen de tekst in. Met een alledaags voorbeeld (een baksteen) brengt de onderzoeker het onderwerp ‘schadelijke stoffen’ direct dichterbij. Na een paar retorische vragen is de lezer meteen bij de les:
We weten allemaal dat een baksteen niet gevaarlijk is, mits je er niet mee gaat gooien of er over struikelt. Maar hoe zit het als de baksteen gaat slijten en je de kleine deeltjes die in de lucht zweven inademt? Weet je dan nog steeds zeker dat het geen kwaad kan?
Maar na die opening is het gebeurd met die aansprekende stijl. Kijk maar naar het vervolg:
Bij innovatieorganisatie TNO doen we onderzoek naar de risico’s van potentieel gevaarlijke stoffen en zoeken we oplossingen om ze te verminderen en er mee om te gaan. Vooral op de werkvloer, maar ook daarbuiten. Om de samenleving zo veilig mogelijk te maken.
Goeie kans dat de gehaaste krantenlezers het hier al voor gezien houden. Ineens belanden we van een column in een corporate brochure. Zeker, wat er staat is vast juist, en best begrijpelijk, maar het  wordt wel erg genuanceerd en met respect voor alle feiten over het voetlicht gebracht. Ineens gaat het over ‘potentieel gevaarlijke stoffen’. En TNO onderzoekt niet gewoon de risico’s van die stoffen, maar ‘zoekt naar oplossingen om [risico’s] te verminderen en ermee om te gaan’. Waar? ‘Op de werkvloer’ en ‘daarbuiten’. Overal dus.

Modale werkwoorden

De krantenlezer zoekt vergeefs naar harde uitspraken of verrassende statements. Elke zin wordt omkleed met modale werkwoorden, nuanceringen, afzwakkers: ‘we proberen de ziektelast in kaart te brengen’, we zijn ‘druk bezig methodes te ontwikkelen om de risico’s hiervan ook in kaart te kunnen brengen.’ ‘We gaan onderzoeken hoe deze gereduceerd kan worden’. ‘We denken dat hier nog veel winst te behalen valt.’ De samenleving maken we ‘zo veilig mogelijk’.

Een ander verhaal

Maar het is vooral de wetenschappelijke hang naar precisie en volledigheid (vooral geen detail of belangwekkend zijpad onvermeld laten!) die de schrijver in de weg zit bij het schrijven van zijn column. Dat wordt vooral duidelijk als halverwege een veelbetekenende ommezwaai plaatsvindt:
De risico’s van nieuwe innovaties zoals nanotechnologie zijn een heel ander verhaal.
Wacht eens even … Wat is de reden om ‘een ander verhaal’ erbij te halen? Alleen wie erg zijn best doet om de schrijver te volgen, begrijpt dat op enig abstractieniveau ook nanotechnologie misschien, al dan niet, wellicht, volgens sommigen, maar mogelijk onterecht, gevaarlijk kan zijn voor mensen die ermee werken.

Gouden kans

Een gemiste kans. Tweehonderd woorden, ruim een half miljoen potentiële lezers – een gouden kans om de ogen van de leek te richten op een nieuw inzicht, een aansprekend onderzoeksresultaat. Nu is het tekstje misschien een genuanceerd verhaal voor vakgenoten, maar het is een column zonder kern. Jammer, want anders dan de schrijver heeft de lezer van de forensenkrant geen enkele moeite om snel en besluitvaardig te kiezen.

Eric Tiggeler is tekstschrijver en communicatietrainer bij Taalcentrum-VU. Zie ook www.schrijfgids.nl


Bestel hier eerder verschenen nummers.

Dit artikel verscheen eerder in Tekstblad nummer 1 van 2011