Effectief communiceren: Henk vertelt over de ziekte van Lyme

Ziekte van Lyme communicatie TekstbladDe Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) investeert 2 miljoen euro in negen onderzoeken naar begrijpelijke taal. In een serie artikelen besteedt Tekstblad aandacht aan dit nieuwe onderzoeksprogramma op het snijvlak van taal en communicatie, maar ook van wetenschap en maatschappij. In deze aflevering deel 6: een kortlopend onderzoek over voorlichting over de ziekte van Lyme voor laaggeletterden.

Door Joyce Karreman en Nienke van Norel.

Teken vind je overal. Het zijn kleine beestjes die op allerlei verschillende plekken in het groen leven, zoals in het bos en op de hei, maar ook in parken en tuinen. Als een teek de Borrelia­bacterie bij zich draagt, kan hij bij mensen de ziekte van Lyme veroorzaken. Dit is een lastig te herkennen infectieziekte met nare complicaties die soms moeilijk te behandelen zijn. Deze ziekte komt de laatste jaren steeds vaker voor (Hofhuis, Van Pelt, Van der Giesen, Herremans, Notermans & Sprong, 2011). Er worden daarom allerlei initiatieven ontwikkeld om mensen bewust te maken van de gevaren van teken. Ze zijn niet alleen gericht op recreanten en kampeerders, maar ook op professionals, mensen die werken in het groen. Deze groep heeft een relatief hoog risico op tekenbeten en de ziekte van Lyme (De Groot, 2011).

Groenwerkers

Groenwerkers vormen een heterogene groep – van hoveniers tot boswachters, en van schaapherders tot mensen die in parken en plantsoenen werken. Deze laatste groep mensen bestaat voor een deel uit lager geletterde mensen die ook lage gezondheidsvaardigheden hebben. Hiermee wordt bedoeld dat mensen moeite hebben informatie over gezondheid te verkrijgen, te begrijpen en te gebruiken bij het nemen van gezondheidsgerelateerde beslissingen (Fransen, van Schaik, Twickler & Essink­Bot, 2011). De voorlichting heeft zich tot nu toe niet gericht op deze specifieke groep groenwerkers, terwijl er bij hen juist wel behoefte lijkt te bestaan aan duidelijke voorlichting, liefst in de vorm van een papieren folder die gemakkelijk mee te nemen is naar de werkplek. Samen met Desirée Beaujean van het Centrum Infectieziektebestrijding en Ellen Uiters van het Centrum voor Preventie en Zorgonderzoek – beide centra zijn onderdeel van het RijksInstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) – hebben wij een onderzoek opgezet en uitgevoerd dat moet leiden tot een folder die geschikt is voor deze specifieke doelgroep. De maatschappelijke partner in dit project is Stigas, de Preventiedienst voor de agrarische en groene sectoren. Stigas geeft voorlichting aan groenwerkers over de ziekte van Lyme en andere risico’s, maar tot nu toe heeft deze dienst zich nog niet gericht op groenwerkers met lage gezondheidsvaardigheden.

Ontwerp van de folder

Er zijn allerlei manieren om gezondheidsinformatie aan te passen voor mensen met lage gezondheidsvaardigheden. De bekendste daarvan is het vervangen van tekst door visuele informatie of het toevoegen van visuele informatie aan tekst. Pictogrammen bijvoorbeeld zouden de begrijpelijkheid van een tekst moeten verhogen (McDougall, De Bruijn, & Curry, 2000). In dit onderzoek hebben we getest of pictogrammen ook in deze folder positieve effecten hebben.

Een andere manier om deze doelgroep gerichter aan te spreken, is om de folder motiverender te maken (Sheridan, Halpern, Viera, Berkmand, Donahue & Crotty, 2011) door bijvoorbeeld het belang van het onderwerp aan te tonen. Dit kun je bijvoorbeeld doen door een motivational agent aan het document toe te voegen: een fictieve persoon uit de doelgroep die duidelijk maakt dat het belangrijk is de informatie in de folder tot je te nemen. Zo’n motivational agent in de vorm van een foto met een citaat kan echter ook nadelen hebben, want het is de vraag of de doelgroep zo’n agent accepteert. Bovendien vergt deze toevoeging een beetje meer leeswerk. We hebben varianten van de folder met en zonder motivational agent onderzocht.

In een vooronderzoek onder 20 mensen uit de doelgroep hebben we getest of de betekenis van de pictogrammen duidelijk was. Dat bleek het geval te zijn. We hebben de deelnemers aan dit vooronderzoek ook gevraagd een foto te selecteren voor de motivational agent, die we ‘Henk’ genoemd hebben.

Testen van de folder

Na het vooronderzoek hebben we vier verschillende varianten van de folder gemaakt:

  1. met Henk en met pictogrammen;
  2. met Henk maar zonder pictogrammen; 
  3. zonder Henk, maar met pictogrammen; 
  4. zonder Henk en zonder pictogrammen. 

In het hoofdonderzoek hebben we twee binnenkanten van de folder getest (figuur 1). Op de achterkant staan instructies over hoe je een teek moet verwijderen en over wat je daarna moet doen. We hebben de waardering, de begrijpelijkheid en de overtuigingskracht van de vier varianten van de folder getest in een individueel afgenomen onderzoek. Nienke van Norel heeft 114 groenwerkers bij verschillende Sociale Werkvoorzieningsbedrijven (SW­bedrijven) een van de varianten van de folder laten lezen. Ze heeft deze groenwerkers daarna gevraagd naar hun waardering voor de folder. De deelnemers gaven op eenvoudige vijfpuntsschalen hun mening over enkele stellingen, zoals ‘Ik vind de folder nuttig’. De begrijpelijkheid van de folder is getoetst door middel van enkele open vragen. De overtuigingskracht, ten slotte, is gemeten door de deelnemers te vragen naar hun intentie om de verschillende instructies in de folder op te volgen. Ze konden kiezen uit ‘Ja, dit ga ik doen’, ‘Dit ga ik misschien doen’ en ‘Nee, dit ga ik niet doen’. Nadat ze hun keuze hadden gemaakt, hebben ze deze mondeling toegelicht. De deelnemers hebben ook allemaal een test gedaan om hun gezondheidsvaardigheden te meten (Newest Vital Sign Dutch; zie Fransen et al., 2011). Hieruit bleek dat vrijwel alle deelnemers problemen hebben met het lezen en interpreteren van gezondheidsinformatie. 

Eerste bevindingen

Op dit moment zijn we bezig met het analyseren van de gegevens, dus we kunnen nog niets zeggen over de verschillen tussen de vier varianten van de folder. We weten al wel dat ‘Henk’ geaccepteerd wordt. Geen van de deelnemers was verbaasd over diens aanwezigheid in de folder en een enkeling merkte op dat hij de boodschap van ‘Henk’ op prijs stelde. Maar ons belangrijkste resultaat is dat de deelnemers de folder zonder uitzondering goed waardeerden. Ze waren blij met zo’n heldere, duidelijke folder die ze vrij gemakkelijk konden begrijpen. De behoefte aan dit soort folders is groot. We hebben geconstateerd dat er bij de SW­bedrijven waar we het onderzoek gedaan hebben vaak geen op de doelgroep afgestemd voorlichtingsmateriaal aanwezig is. 

Literatuur

Fransen, M. P., Schaik, T. M. van, Twickler, T. B., & Essink­Bot, M. L. (2011). Applicability of internationally available health literacy measures in the Netherlands. Journal of Health Communication, 16(sup3), 134­149.

Groot, M. C. G. de (2011). Teken, tekenbeten en de ziekte van Lyme bij werkenden in de groene sector. Infectieziekten Bulletin, 22(A), 10­12.

Hofhuis, A., Van Pelt, W., Van der Giessen, J. W. B., Herremans, M. M. P. T. , Notermans, D. W., & Sprong, H. (2011). Epidemiologie van tekenbeten en erythema migrans. Infectieziekten Bulletin, 22(A), 6­7.

Mc Dougall, S. J. P., De Bruijn, O., & Curry, M. B. (2000). Exploring the effects of icon characteristics on user performance: The role of concreteness, complexity and distinctiveness. Journal of Experimental Psychology: Applied, 6(4), 291­306.

Sheridan, S. L., Halpern, D. J., Viera, A. J., Berkman, N. D., Donahue, K. E., & Crotty, K. (2011). Interventions for individuals with low health literacy: A systematic Review. Journal of Health Communication, 16(sup3), 30­54.

Dit artikel verscheen eerder in Tekstblad nummer 4 van 2013