Retorische middelen in frames

Journalisten en spindoctors, en eigenlijk alle communicatieprofessionals, zijn zeer gespitst op het kiezen van het juiste frame om een boodschap over te brengen. Politici beraden zich zorgvuldig op het framen van hun politieke thema’s. Tegelijkertijd denken politici en hun speechwriters na over de stijlmiddelen die ze gebruiken in toespraken of debatten. Houdt de keuze voor een frame verband met het gebruik van bepaalde stijlmiddelen?

Voor het onderzoek dat wij hebben verricht (zie de paragraaf ‘Obama en McCain’) baseren we ons op onderzoek van De Vreese (2005). Hij pleit ervoor dat mediaonderzoekers zich beperken tot een aantal algemeen herkenbare frames. Zo kan onderzoek beter tot algemene uitspraken komen, zonder de beperkingen van een specifieke nieuwscontext. Een frame bepaalt de wijze waarop een journalist of politicus aspecten van een onderwerp naar voren haalt en andere onderdrukt.

Bij de verkiezingsstrijd dit jaar heeft politicus Geert Wilders het zichtbaarst bepaalde frames toegepast. Wilders kiest zijn frames zo duidelijk en vasthoudend, dat hij er in het laatste debat voor de verkiezingen van 9 juni 2010 om werd uitgelachen door zijn opponenten. Hij boog namelijk elk willekeurig onderwerp om naar de problemen van de integratie en de islam. Deze strategie heeft de kiezers in ieder geval niet weggejaagd, zoals de verkiezingsuitslag heeft bewezen.

‘Problemen met de integratie en de islam’ is niet de juiste beschrijving van het frame. Integratie en islam zijn de onderwerpen die Wilders bespreekt, ofwel zijn verkiezingsthema’s. Volgens De Vreese (2005) moeten we in onderzoek de onderwerpen loskoppelen van de frames. Wilders bekijkt integratie en islam door het ‘venster’ (frame) van de schuld geven.

Als Wilders het over de islam heeft in het de schuld geven-frame haalt hij hoge kosten van immigratie en gevaar van terrorisme naar voren, maar onderdrukt het feit dat de meeste immigranten gewone mensen zijn die geen overlast veroorzaken. Door dat consequent te doen wordt het steeds moeilijker een andere draai aan het verkiezingsthema te geven (Kuitenbrouwer, 2010). Integratie was ooit een oplossing, nu is het een probleem. De schuld geven past Wilders ook toe op andere onderwerpen: zijn politieke tegenstanders bijvoorbeeld.

Een ander frame dat Wilders gebruikt is het reddingsframe of heldenrol-frame (Lakoff, 2006). Nederland staat aan de rand van de afgrond, maar Wilders brengt redding. Hij offert zich daarvoor op: in een debat met Cohen zei Wilders dat hij al jarenlang een kogelvrij vest draagt. Ondanks de bedreigingen houdt Wilders dapper vol, is de boodschap.

In het onderzoek naar de verkiezingsdebatten tussen Obama en McCain hebben gedaan vonden we zes algemene frames die de politici hanteerden:
- verantwoordelijkheid nemen (we moeten de economie weer aan de praat krijgen);
- de schuld geven;
- zwakkeren in de samenleving (hardwerkende burger, slachtoffers kredietcrisis);
- gewone jongens (Joe the plumber; Henk en Ingrid);
- heldenrol;
- onafhankelijkheid (zelf doen, geen hulp van anderen, het eigen vaderland).

Retorische middelen

Politici gebruiken in een frame vaak kenmerkende woorden. Voor zover bekend kiezen de frame-‘ontwerpers’ geen speciale zinsconstructies bij een frame. Bepaalde zinsconstructies kunnen echter direct effect op een publiek hebben. Uit een twintigtal wetenschappelijke onderzoeken gedurende de afgelopen dertig jaar bleek overtuigend dat een welwillend publiek bij een toespraak vooral applaus geeft na het uitspreken van een retorisch middel (o.m. Atkinson 1984; Bull en Wells 2002). Journalisten kiezen voor een verslag van een toespraak of persconferentie meestal een citaat in de vorm van een retorisch middel. De soundbite is hierdoor ontstaan: politici geven hun belangrijkste boodschappen weer met een retorisch middel in de hoop dat die als soundbite in de media komen.
De bekendste twee retorische middelen zijn de drieslag en het contrast. Wilders herhaalt niet alleen vaak zijn boodschap, maar doet dat vooral vaak in drieën. Als hij in een debat tegen Wouter Bos zegt:

“U doet er niets aan. U doet er niets aan. U kijkt er naar en u doet niets”,

combineert hij de drieslag (een herhaling in drieën, in dit geval de zinsconstructie met U en er) met een contrast (de tegenstelling tussen kijken en doen in de laatste zin). De andere zes retorische middelen zijn:
- raadsel-oplossing; “- Sinterklaas bestaat. Daar zit-ie” (Wiegel wijzend op Den Uyl);
- aanhef-afmaker; “Read my lips: no more taxes” (George Bush sr.);
- positie innemen; “Cohen wil theedrinken met imams. Dat is afschuwelijk”);
- vervolgen; “Willen we naar de Dam? Dan gaan we naar de Dam” (voormalig vakbondsvoorzitter Herman Bode);
- grap, kan in vele vormen, maar ze moeten wel een clou hebben;
- uitschelden; “Knettergek”( Wilders over Vogelaar).

Retorische formuleringen hebben, als ze eenmaal ingezet zijn, een voorspelbare afloop. Daardoor voelt het publiek de afloop al aankomen.

Regressieanalyse resultaten

Obama en McCain

Wat tot nu toe niemand heeft onderzocht is de vraag of sprekers in het verwoorden van bepaalde frames een voorkeur hebben voor een bepaald retorisch middel. Dat was de onderzoeksvraag die we wilden beantwoorden. Voor ons onderzoek analyseerden wij drie complete verkiezingsde- batten tussen de Amerikaanse presidentskandidaten Obama en McCain in 2008.

Het onderzoek was bewerkelijk (2980 geanalyseerde zinnen), maar de algemene opzet eenvoudig. We noteerden per zin of die een frame bevatte, en of er een retorisch middel in voorkwam. Een zin kon ook bijdragen aan twee frames of een combinatie van retorische middelen. Bij het analyseren hebben we speciale aandacht geschonken aan de precieze verschijningsvormen van de frames en retorische middelen. Per frame hebben we uitgerekend welk retorisch middel het meest bij een frame voorkwam, of juist het minst. De resultaten zijn vereenvoudigd weergegeven in onderstaande tabel.

De drieslag komt systematisch in verschillende positief geladen frames voor. Met andere woorden, met een drieslag steek je makkelijker de loftrompet. Logischerwijs zien we retorische middelen die op de man spelen (uitschelden en de grap) juist niet terug bij verantwoordelijkheid of heldenrol.

Het contrast komt voor in verantwoordelijkheid en de schuld geven. Deze twee frames gaan over verhoudingen tussen politici. Nederlandse voorbeelden zijn “[U signaleert de zorgen die mensen hebben], maar wat mensen nu willen horen van de politiek zijn ook de concrete oplossingen” (Rutte, verantwoordelijkheid); of “U kijkt ernaar, en u doet niets” (Wilders, de schuld geven).

Een derde opmerkelijk resultaat is dat de schuld geven sterker gebonden lijkt aan bepaalde retorische middelen dan andere frames. Het negatieve van dit frame is makkelijker uit te drukken met contrast, positie innemen, of uitschelden. Vervolgen is ook geschikt voor negatief geladen frames. McCain gebruikte drie keer vaker vervolgen dan Obama, en hanteerde het frame de
schuld geven 20% vaker.

Het onderzoek was te beperkt om er algemeen geldende conclusies aan te verbinden. We onderzochten uiteindelijk maar twee sprekers. Obama gebruikte de heldenrol helemaal niet. Het toevoegen van andere sprekers kan al snel leiden tot andere resultaten. Zo gebruikt Wilders in debatten veel drieslagen, en zelden voor iets positiefs. De beperkte context van Amerikaanse verkiezingsdebatten had tot gevolg dat we bepaalde belangrijke frames niet konden vinden in het onderzoek. Het frame economische consequenties kwam te weinig voor, zodat het buiten het onderzoek viel. Misschien komen er andere frames naar voren in andere politieke settings, die dit beeld kunnen verstoren.

De beperkingen laten vooral zien dat er meer onderzoek in deze richting moet komen, waarbij we meer teksten van meer sprekers moeten onderzoeken, om een beter beeld van de relaties tussen framing en taalgebruik te krijgen. Dat is niet alleen interessant voor de spindoctor, maar ook voor andere communicatieprofessionals die met hun tekst de juiste draai aan een boodschap willen geven.

Literatuur

Atkinson, M. (1984). Our masters’ voices: The language and body language of politics. London: Methuen.
Bull, P.E., and Wells, P. (2002). By Invitation Only? An Analysis of Invited and Uninvited Applause. Journal of Language and Social Psychology, 21(3), 230-44.
De Vreese, C.H. (2005). News framing: Theory and typology. Information Design Journal + Document Design, 13(1), 51-62.
Kuitenbrouwer, J. (2010). De woorden van Wilders & hoe ze werken. Amsterdam: De Bezige Bij.

Dit artikel verscheen eerder in Tekstblad nummer 2 van 2010