Sociale media: zelfexpressie en privacy

Social media privacyHet toenemend gebruik van sociale media roept vele vragen op. Hoe zit het met de informatie die we via sociale media delen? Is die van onszelf of mogen anderen daar zomaar gebruik van maken? Het 30e Vlaams Wetenschappelijk Economisch Congres was in zijn geheel aan deze vragen gewijd.

Door Isabel Elst.

Het moderne individu is zelfbewust, kritisch, sceptisch en mondig. Sociale media horen dan ook helemaal thuis in zijn leefwereld. Facebook, Twitter, LinkedIn, Picasa, Hyves… ontelbare kanalen om informatie te delen. Tijdens het 30e Vlaams Wetenschappelijk Economisch Congres (VWEC) in Antwerpen lichtten de inleidende sprekers Jan Callebaut en Luc Van Liederkerke toe hoe je hier als organisatie op kunt inspelen om onder meer klantenrelaties op te bouwen. Maar al die zelfexpressie roept ook vragen op. Als ik foto’s en informatie op Facebook plaats, zijn deze dan nog van mij? Of mogen bedrijven hier gebruik van maken om bijvoorbeeld gerichte reclame te sturen? Hoe zit het met privacy en anonimiteit? Patrick Van Eecke ging in op de wetgeving rond sociale media.

Nieuwe rol voor bedrijven

Ter inleiding van het congres sprak Jan Callebaut, oprichter van Callebaut & Co en WHY5Research. Zijn bureau adviseert het topmanagement van organisaties bij strategische vragen rond marketing en communicatie. WHY5Research is dan weer actief in meer dan 25 landen en onderzoekt het gedrag van de consument.  Dit doen ze door de vijf kritische vragen 'who, what, when, where, why?’ te beantwoorden.

In zijn lezing ging Callebaut onder meer in op klantenrelaties, relaties met werknemers en crisismanagement, waarbij hij concrete voorbeelden besprak, zoals de communicatie op de dag waarop de sluiting van Ford Genk (Vlaanderen) werd aangekondigd. Die dag bleven de media reclame uitzenden over Ford-auto’s, zonder stil te staan bij het effect hiervan. 

De tweede spreker was Luc Van Liederkerke, BASF-Deloitte Chair on Sustainability en directeur van het Centrum voor Economie en Ethiek van de Katholieke Universiteit Leuven. Hij wilde met zijn presentatie vooral de toekomstige leiders van het economische stelsel een verantwoordelijke attitude bijbrengen. Zijn focus lag hierbij op de nieuwe rol van het bedrijfsleven in de samenleving. Er bestaat namelijk een generationele shift in het belang dat we hechten aan zelfexpressie. Tegenwoordig spreken we dan ook van het moderne individu; dat is zeer zelfbewust, kritisch, mondig en sceptisch. Van Liederkerke adviseert bedrijven en organisaties dan ook hier niet blind voor te zijn. Wie mee wil, moet zijn communicatiestijl afstemmen op dat moderne individu: werknemers meer en vaker betrekken bij de processen, en gebruikmaken van nieuwe communicatiekanalen zoals sociale media en dergelijke.

Op het congres kwamen ook 27 andere sprekers aan bod, binnen drie domeinen. In het domein ‘online communicatie’ besprak Patrick Van Eecke hoe het nu zit met sociale media en privacy. Een relevant onderwerp voor iedereen die in het beroepsleven of in zijn privéleven bezig is met sociale media, of lid is van een of meerdere sociale platformen.

Sociale media en privacy

In geen enkel bedrijf of organisatie is Facebook, Twitter of LinkedIn nog weg te denken. Maar hoe zit het eigenlijk met de informatie die via deze kanalen wordt verspreid? Mogen andere personen of bedrijven deze informatie zomaar overnemen of gebruiken voor eigen communicatiedoeleinden? Patrick Van Eecke benadrukt dat het principe eenvoudig is: de bestaande wetgeving rond privacy is ook van toepassing op sociale media. Er is dus geen sprake van een juridisch vacuüm. Concreet betekent dit dat de regelgeving rond auteursrecht, wedstrijden en reclame (reclame via het internet wordt vaak aangeduid met de term ‘virale marketing’) ook van toepassing is op sociale media. Geen probleem dus, zou je denken. Helaas is het in de praktijk niet zo eenvoudig. Blijkbaar heeft bijna iedereen de neiging om soepeler om te gaan met deze regelgeving of richtlijnen als we online zijn. Regels die we in de echte wereld als vanzelfsprekend beschouwen, overtreden we in de sociale media. Neem Philips. Dit elektronicaconcern lanceerde een reclamespot op internet waarin een grizzlybeer te zien was in de straten van Singapore. In die spot is te zien hoe de grizzlybeer in een vuilnisbak op zoek gaat naar voedsel. Heel wat mensen dachten dat het filmpje op internet echt was en waarschuwden de hulpdiensten. Er kwam zelfs een speciaal team van de dierentuin van Singapore aan te pas met verdovingspistolen. Pas uren later hadden deze mensen door dat de spot een marketingcampagne van Philips was om een nieuw scheerapparaat te promoten. Philips draaide op voor de kosten. Om de eenvoudige reden dat ze de wet overtraden met de lancering van dit filmpje: als je reclame maakt, moet het voor het publiek duidelijk zijn dat het om reclame gaat en moet je ook laten weten van wie deze reclame uitgaat. Twee regels dus die Philips aan zijn laars lapte. En zoals gezegd: offline regels gelden ook online. 

Sociale media en anonimiteit

En hoe zit het met anonimiteit? De rechtsregels gelden ook online, maar toch hebben steeds meer mensen het gevoel dat hun anonimiteit voorbij is sinds de komst van sociale media. Via sociale media kunnen bedrijven persoonlijke gegevens van zowat iedereen verzamelen. Zo kunnen ze tailormade reclame ontwikkelen, concreet gericht op iemands persoonlijkheid en interesses. Maar mag dit wel? Het antwoord is hier opnieuw nee. Eind 1992 werd de Wet tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ingevoerd. Ook deze wet is zowel op de offline- als de onlinewereld van toepassing. Zij stelt dat het verzamelen of wijzigen van alle informatie die direct of indirect kan leiden naar een natuurlijke persoon, verboden is. Hoe komt het dan dat we toch soms gepersonaliseerde reclame in onze mailbox of op onze Facebookpagina te zien krijgen? Dit hebben we meestal aan onszelf te danken. Op internet zijn we nonchalanter dan in de ‘echte’ wereld. We maken een Facebook-, LinkedIn-, en/of Twitteraccount aan zonder de algemene gebruiksvoorwaarden te lezen. Wie tekent er in het echte leven een contract zonder het eerst grondig te lezen? Niemand. Maar online? Bijna iedereen. Door de algemene gebruiksvoorwaarden (ongelezen) te aanvaarden, geven we de socialemediaplatforms toestemming om gebruik te maken van onze gegevens. Als we onze anonimiteit op internet kwijt zijn, hebben we dit dus zelf veroorzaakt. Om dit te voorkomen, moeten we daarom voorzichtiger worden in ons internetgebruik. Daarnaast stelt Patrick Van Eeckert dat de wet moet mee-evolueren; de wetgeving is aan vernieuwing toe. Om onze persoonsgegevens beter te beschermen, mag de wetgeving best nog wat strenger worden. Zo is er momenteel sprake van om het recht op vergetelheid in te voeren: elke burger zou dan mogen vragen om zijn of haar gegevens van internet te laten verwijderen om hiermee zijn digitale sporen te wissen. 

Afsluiter van deze dag, gewijd aan corporate communication, was Huib Koeleman, met als onderwerp ‘Twitteren als werk?’ Zijn bijdrage ging over de mogelijkheden en beperkingen van sociale media voor interne communicatie. Koeleman is managing partner van Wit Communicatieadviseurs in Amsterdam. Hij heeft al heel wat boeken op zijn naam staan, waaronder Twitteren op je werk en Interne communicatie als managementinstrument. Sociale media, corporate communication en management worden bij hem verenigd. En degene wiens honger naar corporate communication nog altijd niet gestild was, kon terecht op het banket met Luc Coene, gouverneur van de Nationale Bank van België. Coene ging dieper in op zijn ervaringen in zowel de politiek als in de internationale financiële wereld.

Meer lezen?

Wil je meer lezen over taal, teksten en communicatie? Neem dan een abonnement op Tekstblad of bestel een van onze losse nummers

Dit artikel verscheen eerder in Tekstblad nummer 1 van 2013