Vaarwel dan, beste vriend…

Door Sylvain Dieltjens en Priscila Heynderickx

In memoriams in bedrijfsbladen

Hoe verwoordt een organisatie het verdriet over een weggevallen collega? Het blijkt dat metaforen, zowel originele als clichématige, een grote rol spelen in dit publieke verwerkingsproces. Dat blijkt uit onderzoek van Sylvain Dieltjens en Priscilla Heynderickx. Ze verzamelden een groot corpus in memoriams uit Vlaamse bedrijfsbladen.
De laatste decennia zijn er heel wat taboes doorbroken. Onderwerpen als erotiek, psychoses en religie bevinden zich niet langer in een sfeer van onbehagen en controverse. Over andere thema’s zijn er om psychologische, religieuze of sociale redenen nog wel taboes (cf. Crespo Fernández, 2011). Denk bijvoorbeeld aan geweldpleging op mannen door vrouwen, zwaarlijvigheid, gevangenisstraf, sterven en zelfdoding, ongeneeslijke ziektes, ongeletterdheid, impotentie, armoede en etniciteit. Dergelijke taboes kunnen aanleiding geven tot vooroordelen, sociale uitsluiting en communicatieverwarring.

Als een collega, een vriend of een familielid overlijdt, komen mensen dikwijls woorden te kort om hun emoties en hun existentiële vragen uit te drukken. Daardoor vervallen ze gemakkelijk in formules en clichés. Omdat deze deel uitmaken van het rouwritueel, zijn ze in het discours over de dood geregeld terug te vinden. Dat de retoriek voor existentiële en emotionele uitingen adequate middelen aanreikt, blijkt uit ons taalkundige onderzoek naar in memoriams in bedrijfsbladen. Voor dat onderzoek hebben we 150 in memoriams uit de personeelsbladen van vijf grote Belgische bedrijven onderzocht. De resultaten laten zien dat metaforen sterk bijdragen tot de paradoxen die opduiken als men over overledenen spreekt of schrijft.

Van de top naar de bodem

De vorm en de inhoud van de onderzochte in memoriams verschillen sterk als we kijken naar het perspectief van waaruit ze zijn geschreven. In ons onderzoeksmateriaal onderscheiden we twee perspectieven.

Het eerste is het top-down-perspectief, dat deel uitmaakt van de hiërarchische structuur van een bedrijf of een organisatie. Het in memoriam beschrijft de carrière, de kwaliteiten en de voorbeeldfunctie van een leidinggevende. Hoe belangrijker de functie van de overledene is, hoe plechtiger en hoe langer het in memoriam wordt. We zien ook een verband tussen de grootte van de af beelding en de hiërarchische functie van de overledene. De foto’s zijn meestal erg traditioneel en tonen de overledene zoals op een pasfoto zonder achtergrond of omgeving. Als lid van de directie schrijft de auteur een plechtige laudatio over de overledene. Het in memoriam volgt een min of meer vaste structuur, waarin de onderdelen af en toe van plaats wisselen. De in memoriams beginnen nagenoeg allemaal met de persoonsgegevens (wie, wanneer, waar, hoe oud). Ze eindigen met blijken van medeleven en informatie over de begrafenis. Andere courante topics zijn de familie, de jeugd, de studies, de loopbaan, de kwaliteiten en de hobby’s van de overledene.

Het tweede perspectief is het parallelle of het bottom-up-perspectief. De auteurs zijn doorgaans gelijken, collega’s of vrienden van de overledene en de in memoriams zijn minder formeel. Hoewel clichés niet ontbreken, zijn de lay-out en het taalgebruik dikwijls creatief. Het in memoriam kan bijvoorbeeld een gedicht, een gebed en zelfs een citaat van de overledene bevatten. Emoties spelen een belangrijke rol. De collega’s en de vrienden van de overledene getuigen hoe sterk ze door het overlijden van hun collega aangegrepen worden. Ze richten zich vrijwel altijd tot de overledene zelf, wat op zich al een paradox is. De lezer ontdekt niet zozeer de carrière, maar blikt mee op treffende alledaagse en menselijke aspecten uit het professionele en het privé- leven van de overledene. De typische thema’s zijn aanwezig, maar ze worden met aansprekingen en afscheidsformules aangevuld.

Salut mon copain

Drie grote paradoxen beïnvloeden het taalgebruik van de in memoriams. Ze zijn het duidelijkst aanwezig in het tweede type.

Zender en ontvanger
De eerste paradox is die van de zender en de ontvanger. Het lijkt tegenstrijdig dat de auteur veel over zichzelf spreekt. Hij vertolkt de gevoelens van de collega’s op het moment dat ze het overlijden vernamen: verbijstering, onbegrip, ongeloof, onmacht, bedroefdheid.

  • 1. Toen we vernamen dat je was overleden, leek het ons allemaal zo onwerkelijk. Niemand durfde of wou het geloven. We hadden allemaal het gevoel dat het enkel een nare droom was en dat je terug bij ons zou zijn eenmaal we terug wakker waren.

In dit voorbeeld vormt ‘terug wakker waren’ een interessante rolomkering. In de gebruikelijke beeldtaal van in memoriams is het de overledene die (in)slaapt. Het lijkt of de overledene nog in leven is en de collega’s ‘een nare droom’ hebben. Dat zou een vorm van reversie kunnen zijn: in de omgekeerde wereld bestaat de realiteit niet. Inslapen wordt dus zowel metaforisch voor de dood als metaforisch voor het niet aanvaarden van die realiteit gebruikt.

De auteur spreekt meestal uitdrukkelijk in de naam van de vrienden en de collega’s en richt zich tot de overledene alsof die nog leeft. Soms spreekt hij in eigen naam, zelfs op een heel persoonlijke manier:

  • 2. Salut mon copain, n’en dikke bisou.
  • 3. ‘Mumu’, we zullen je missen …

Voorbeeld 2 is de slotzin van een traditioneel in memoriam in de derde persoon. In (3) integreert de zender een koosnaam die wellicht door de vrienden en de collega’s van de overledene werd gebruikt.

De in memoriams van het tweede type spreken bijna allemaal de overledene aan alsof hij nog in leven was en de laudatio zou kunnen horen of lezen. Dat is een voorbeeld van de zogenoemde zender- en ontvangerparadox.

  • 4. Guy, je collega’s zullen je nooit vergeten, wees daar maar zeker van.
  • 5. De plaats naast me blijft hopeloos leeg. Fysisch ben je er niet meer, maar je geest voel ik, heel duidelijk, en dat is een troost.

De overledene leeft verder

De tweede paradox hebben we de paradox van het leven genoemd. Die paradox sluit bij de ontvangerparadox aan. Het is alsof de overledene niet dood is en de woorden van de zender hoort of leest. Dat de overledene verder leeft, komt uit de katholieke traditie die zegt dat er leven na de dood is.

  • 6. Hervé, je hebt nu rust gevonden. Ik ben er zeker van dat ik, de eerste keer ik in Koksijde kom, je zal kunnen zien op een voorbijdrijvende wolk, ongetwijfeld met de schaduw van je moeder aan je zij. Ik ben blij dat ik je gekend heb.
  • 7. En nu ben je een engel tussen de sterren die schitteren aan de hemel en waak je over ons.

In beide voorbeelden leeft de overledene voort. Ook de plaatsmetafoor in beide voorbeelden past in de traditie van de klassieke katholieke kerk. Na de dood leven we namelijk voort in de hemel.

Blijdschap
De paradox van blijdschap is de derde paradox. In een in memoriam verwacht je sombere uitingen van gemis en droef heid, maar heel wat teksten ademen een veeleer positieve atmosfeer uit. Die wordt op verschillende manieren gecreëerd. Voorbeeld 8 bevat een humoristische knipoog naar de functie van de overledene; voorbeeld 9 spreekt de hoop op een beter leven uit.

  • 8. (...) binnenkort hebben alle engelen en zelfs de aartsengelen hun eigen groepsverzekering.
  • 9 Tot ziens dan, beste vriend, in een betere en mooiere wereld.

Een lege stoel

Door de taboesfeer die er rond lijden en sterven hangt, zijn in memoriams een uitgelezen tekstsoort om metaforiek te onderzoeken. De metaforen passen in de eufemistische formuleringen die het discours van in memoriams typeren. In plaats van de term kanker bijvoorbeeld vind je perifrases als ongeneeslijke ziekte, verwoestende ziekte en slepende ziekte. Ook de lijdensweg vóór het overlijden wordt omfloerst omschreven. Daarvoor wordt onder andere op metaforen een beroep gedaan, zoals in

  • 10. Je bent op het laatst een moeilijke en ongeplaveide weg gegaan.

Over metaforen voor de dood zijn er studies in verschillende talen te vinden (bijv. Pound 1936, Sexton 1997, Özçalişkan 2003, Cheung & Ho 2004, Crespo Fernández 2006 en 2007). Voor ons onderzoek hebben we de indeling van Crespo Fernández (2011) als uitgangspunt genomen. Uit zijn onderzoek van grafopschriften destilleert hij zes metafoorcategorieën. We noemen de categorieën en geven een voorbeeld uit ons onderzoeksmateriaal. Soms is de metafoor één woord in de zin, soms gaat het om langere tekstfragmenten.

1. De dood is een reis.

  • 11. Maar Louis hield te veel van zijn vrouw en zijn kinderen om zich zomaar te laten versassen naar de andere oever van het leven.

2. De dood is een verlies.

  • 12. Ieder van ons werd pijnlijk getroffen door het verlies dat onze instelling heeft geleden door het ontijdig overlijden van onze directeur. De bank verliest een vooraanstaand directeur en wij een vriend.

3. De dood is rust of slaap.

  • 13. Op 11 juni laatstleden is hij in de Heer ontslapen en op 15 juni hebben zijn talrijke vrienden hem naar zijn laatste rustplaats begeleid.

4. De dood is een vreugdevol leven.

  • 14. (…) vragen wij de Heer dat de engelen hem mogen begeleiden ten paradijse.

5. De dood is een roep van God.

  • 15. Ondanks zijn geloof spoedig terug aan de slag te kunnen gaan heeft de Heer het anders gewild.

6. De dood is het einde.

  • 16. Lang is hij niet bij ons gebleven. Stilletjes gekomen, stilletjes gegaan.

Die typische metaforen komen in beide types van in memoriams voor en worden soms zelfs gecombineerd. Voorbeeld 17 bevat een reis- en een verliesmetafoor. De reismetafoor komt trouwens het meest frequent voor in ons materiaal.

  • 17. Zijn vroegtijdig heengaan laat een grote leegte achter bij al zijn collega’s en medewerkers op zijn bank.

De metaforen leggen geregeld een link met de functie of een hobby van de overledene. Voorbeeld 18 komt uit het in memoriam van een boekhouder, voorbeeld 19 uit dat van een toneelacteur. Die metaforen passen meestal in een van de categorieën, maar getuigen van meer creativiteit. De toneelmetafoor bijvoorbeeld hoort bij ‘de dood is het einde’.

  • 18. Nu maakt O.-L.-Heer zelf de balans op van dat menselijk bestaan. Hij rekent uit welk gebruik deze grote penningmeester van zijn gaven en talenten heeft gemaakt. We zijn er vast van overtuigd dat voor onze overleden vriend de afrekening zeer gunstig zal zijn.
  • 19. Vandaag is zijn rol uitgespeeld. Doek. (…) Voor ons speelde hij de hoofdrol. Die is nu uitgespeeld. Het doek is gevallen en met tranen in de ogen applaudisseren wij zonder ophouden. Helaas open doekjes zijn voor hem voorbij, voor altijd.

Naast de typische metaforen vinden we ook een aantal originele. In de voorbeelden 20 en 21 wordt de dood voorgesteld als het vellen van een boom en als het uitblazen van een kaars.

  • 20. wanneer een man in de kracht van zijn leven wordt neergeveld
  • 21. toen hij plots voor immer uitdoofde

Hoewel er op het vlak van de metaforen gelijkenissen tussen de twee soorten in memoriams zijn, vallen ook een aantal verschillen op. Zo komen uitgewerkte metaforen, waarop we hierboven al gealludeerd hebben, frequenter voor in de tweede soort. Fragment 22, waarin ook de metafoor ‘de dood is rust’ voorkomt, bevat een uitgewerkte reismetafoor:

  • 22. Je sloot de eerste deur, dan een volgende en een volgende tot je klaar was voor de reis naar de overkant. Vanuit je innerlijke kracht heb je deze onomkeerbare reis naar zielerust ondernomen.

De dood is rust

In de in memoriams van de tweede soort verwijzen veel metaforen naar de paradox van het leven: ze wekken de indruk dat de overledene ‘ergens’ verder leeft. De metaforen situeren de overledene op een ruimtelijk-temporele lijn, waardoor de dood niet meer het einde is. De dood wordt een soort verlenging van het vroegere leven of de start van een nieuw leven. In voorbeeld 23 bevindt de overledene zich op een andere locatie, waar hij zijn oude leventje blijkbaar gewoon voortzet.

  • 23. Ik ben ervan overtuigd dat je ginder boven naar ons kijkt en dat je zal blijven supporteren voor je geliefde voetbalclub.
  • 24 Je bent nu op weg naar andere ontdekkingen.

De auteur laat het soms in het midden waar die andere plaats is, maar hij is er wel van overtuigd dat ze bestaat.

  • 25. Waar je nu ook bent, we hopen dat je gelukkig bent.

De ruimtelijk-temporele metaforen dragen bij tot de drie paradoxen die we eerder hebben besproken. Zo leggen sommige metaforen en hun context de nadruk op de gevoelens van degenen
die achterblijven (de paradox van de zender en de ontvanger).

  • 26. Deze laatste reis waardoor je voor altijd werd weggerukt uit ons midden, had je ongetwijfeld niet gepland.

De link met de paradox van het leven is het duidelijkst. De auteur van voorbeeld 27 geeft aan dat de overledene ergens verder leeft en dat ze elkaar daar in de toekomst weer ontmoeten.

  • 27. Het was zijn vaste overtuiging dat we elkaar nog zullen weerzien. Tot ziens dan, beste vriend, in een betere en mooiere wereld.

Sommige metaforen scheppen de positieve sfeer, die de paradox van de blijdschap kenmerkt. In voorbeeld (28) wordt aangegeven dat de overledene op een positieve manier herinnerd zal worden.

  • 28. Jij bent voor altijd een weidse en vruchtbare hectare van ons geheugen.

Guitenstreken

De collega’s gebruiken mooie formuleringen om de dood van een collega en hun gevoelens daarbij te verwoorden. Ze slagen erin om de typische clichés op een originele manier te combineren.

  • 29. We hebben afscheid genomen van een vriend, maar voor ons ben je niet dood, want telkens weer zal er hier of daar iemand herinneringen aan je ophalen. Alleen je lichaam is weggenomen, niet wie je was of wat je zei.
  • 30. Vandaag, gisteren of morgen, wanneer ik aan je denk, zie ik je duidelijk voor me. En toch kan ik je niet grijpen, want je glijdt steeds verder weg, naar ergens waar het beter is. Toch hou ik je vast, Josianne, want de sporen die je achterlaat, zijn onuitwisbaar.

Sommige tekstfragmenten getuigen ook van een bijzondere vindingrijkheid. Zo zijn de metaforen in voorbeeld 31 uniek in ons materiaal.

  • 31. Zes maanden lag zijn levensschip in de sluis in strijd om het leven. Op de dag dat de sluiswachters hun stiptheidsactie ten top dreven, bereikte ons het ijzige bericht: Louis is niet meer sinds vannacht.

Toch moeten we vaststellen dat de schrijvers soms vreemd uit de hoek komen. Vooral bij het verwoorden van hun emoties doen ze uitspraken die verwijtend klinken.

  • 32. Je plotse verdwijning heeft ons allen verbijsterd. Zo heengaan, zonder te verwittigen, het is alsof je ons een laatste maal in het ootje wou nemen, jij die nooit om een guitenstreek verlegen zat.
  • 33. Je bent veel te plots en veel te snel heengegaan zonder je erom te bekommeren welke leegte je zou achterlaten.

Doek

Ons onderzoek heeft aangetoond dat er in de metaforiek over de dood sterke gelijkenissen zijn tussen de klassieke, hiërarchisch bepaalde en de parallelle, niet-traditionele in memoriams. De metaforen die de dood als een reis en als rust voorstellen, zijn in beide types het sterkst aanwezig. Opmerkelijk zijn de drie paradoxen waarvan de metaforen in die twee types blijk geven. De zender- en ontvangerparadox houdt in dat de schrijver over zichzelf spreekt in plaats van over de overledene. De paradox van het leven draagt de gedachte dat de overledene niet dood is maar nog leeft. Ruimtelijk-temporele metaforen maken dat mogelijk. De derde paradox is die van blijdschap: het figuurlijke taalgebruik draagt bij tot een eufemistische, positieve gedachte. De overledene is beter af in zijn nieuwe dan in zijn oude leven. Daarin beantwoorden de metaforen voluit aan de troostende functie van het figuurlijke taalgebruik.

Referenties

Cheung, Wing-Chan & Ho, Samuel H.Y.(2004). The use of death metaphors to understand personal meaning of death among Hong Kong Chinese undergraduates. Death Studies, 28, 47-62.
Crespo Fernández, Eliecer (2006). The language of death: euphemisms and conceptual metaphorization in Victorian obituaries. SKY Journal of Linguistics, 19, 101-130.
Crespo Fernández, Eliecer (2007). Linguistic devices coping with death in Victorian obituaries. Revista Alicantina de Estudios Ingleses, 20, 7-21.
Crespo Fernández, Eliecer (2011). Euphemistic conceptual metaphors in epitaphs from Highgate Cemetery. Review of Cognitive Linguistics, 9/1, 198-225.
Özçaliskan, Seyda (2003). Metaphors of death and life in Turkish. Cognitive Linguistics, 14/4, 281-320.
Pound, Louise (1936). American euphemisms for death, dying, and burial. An anthology. American Speech, XI/5, 195-202.
Sexton, James (1997). The semantics of death and dying: metaphor and mortality. A Review of General Semantics, 54/3, 333-345.

Over de auteurs

Sylvain Dieltjens is universitair docent meertalige communicatie en bedrijfscommunicatie aan de KU Leuven, Subfaculteit Taal en Communicatie.
Priscila Heynderickx is aan die universiteit universitair docent Nederlands en bedrijfscommunicatie.

Dit artikel verscheen eerder in Tekstblad nummer 5 van 2012