Artikelen

De analogie der analogieën

Auteur: Felix van de Laar

En ja hoor, daar zijn ze weer: de stoplichten (Geert van Istendael, Onze Taal 2012/2). Mensen die een vurig pleidooi houden voor het in stand houden van de taal, of zelfs van de standaardtaal, vinden altijd dat mensen zich aan de regels van de taal moeten houden en dan komen ze altijd weer op de proppen met hun favoriete metafoor van de verkeersregels. Die doen het al goed als retorische vraag: stel je voor dat op straat niemand zich meer aan de verkeersregels zou houden, dat zou toch een zooitje worden? Dan zouden er toch heel veel verkeersslachtoffers vallen? Dát wil je toch niet, zeker? Nou dan! In taal is het net zo, als niemand zich meer aan de regels houdt, wordt het een zooitje en verstaan we elkaar niet meer! Ik heb twee ernstige bedenkingen bij dat betoog. Ten eerste, en u snapt, dat is nog de minst belangrijke van de twee: die afschuwelijke situatie bestáát al. Ik durf er vergif op in te nemen dat diezelfde mensen de laatste vier uur dat ze op straat zijn geweest, ten minste tegen één verkeersregel hebben gezondigd. Ze zijn als voetganger de straat schuin overgestoken, ze zijn als fietser rechtsaf gegaan zonder hun hand uit te steken, ze hebben als automobilist te hard gereden, et cetera. En toch zijn daar weinig of geen slachtoffers bij gevallen. Dat komt omdat we het ook allemaal van elkaar weten en omdat we ervaren anticipatoren zijn.

Vrijheid

Auteur: Xaviera Ringeling

Doodsbang zijn ze van de vrijheid die internet heet. Overheden, filmmaatschappijen, de muziekindustrie, de uitgeefwereld. Allemaal even angstig voor het digitale Wilde Westen. Allemaal overhoop gegooid door die nieuwe wereld waar zij niet langer de baas zijn. Bang en gevaarlijk, want een kat in het nauw maakt nu eenmaal rare sprongen.
Wie het nieuws over internet een beetje volgt, kan het niet ontgaan zijn: de vrijheid van het web staat ernstig onder druk. Wetgeving waarmee sites – zonder tussenkomst van de rechter – op zwart kunnen worden gezet, inlichtingendiensten die – zonder daarvoor verantwoording af te leggen – jouw informatie opvragen en gebruiken, providers die voor hun gebruikers – net als in China – sites moeten blokkeren. Onze digitale vrijheid ligt onder vuur en de meesten van ons weten niet eens dat er met scherp wordt geschoten. En wie zijn al die mensen die het web willen reguleren, controleren en beheersen? Het zijn partijen die geen belang hebben bij vrijheid van informatie. Die domineren door controle over kennis. Partijen die altijd hun geld hebben verdiend of macht hebben vergaard doordat jij en ik minder wisten dan zij.

Einsteins cruciale gliacellen

Door: Felix van de Laar

Lezer, ik vraag uw aandacht voor het volgende. De bouwstenen van onze hersenen zijn zenuwcellen of neuronen. De hersenen zijn anderhalve kilo zwaar, ze bevatten 100 miljard neuronen (dat is vijftien keer zoveel als er mensen op aarde zijn). Bovendien zijn er tien keer zoveel gliacellen als neuronen in ons brein.Vroeger werd gedacht dat gliacellen de neuronen slechts bij elkaar moesten houden (het Griekse woord ‘glia’ betekent lijm). Recent onderzoek maakt echter duidelijk dat de gliacellen, waarvan de mens er meer heeft dan enig ander organisme, cruciaal zijn voor de overdracht van chemische boodschappen en dus voor alle hersenprocessen, inclusief het geheugen. Dat werpt een speciaal licht op de waarneming dat de hersenen van Einstein zoveel gliacellen bevatten. Het product van de interactie van al die miljarden zenuwcellen is onze ‘geest’. Zoals de nier urine produceert, produceert het brein de geest.

Job twittert

Door: Xaviera Ringeling

Laatst mocht ik in een televisieprogramma aan Job Cohen uitleggen hoe Twitter werkt. Daar ik kreeg ik exact 4,5 minuut de tijd voor, dus erg diep kon ik er niet op ingaan. Maar het zette me wel aan het denken. Bij de voorbereidingen van mijn – net niet – 5 minutes of fame, bezocht ik uiteraard het twitterprofiel van Job (ik tutoyeer maar even, nu ik hem les heb gegeven). Mensenkinderen, wat een saai leesvoer was dat. Job is hier, Job is daar, Job doet dit, het was alsof ik toegang tot zijn agenda had gekregen. En hoewel zijn agenda vast vele malen spannender is dan die van mij, had ik toch op meer gehoopt. Meer over wat Job beweegt en minder over waar Job allemaal heen beweegt. Want dat is wat ik moet weten als Job mij met zijn tweets wil overtuigen van een rood rondje bij zijn naam bij de volgende verkiezingen. En waar Job in het echt precies die redelijke, rustige man was op wie ik een stem wil overwegen, weet hij op Twitter totaal niet te boeien. Hoe kan dat toch? De man spreekt perfect Nederlands, is goed opgeleid, kent de kracht van communicatie maar is op Twitter ook al niet in staat om zijn offline charme te vertalen naar zijn online aanwezigheid.

De schoolkeuzegids

Door: Eric Tiggeler

Ouders die een middelbare school moeten kiezen voor hun aanstaande puber, beleven een zenuwachtig laatste lagereschooljaar. Eerst ontvangen ze een Citotoetsuitslag. Daarin staat geen percentage (‘zoveel antwoorden had uw kind goed’), maar een percentiel. Wat is dat, een percentiel? Als je het op internet opzoekt, krijg je naast de taaie uitleg van toetsinstanties heel veel klachten te lezen van gefrustreerde ouders. Een percentielscore blijkt uit te drukken hoe de resultaten zich verhouden tot die van andere leerlingen. In haar ondoorgrondelijkheid is dat vast een heel verantwoorde methode, maar de communicatie eromheen schiet in elk geval treurig te kort.

Heavy lezers

Door: Louise Cornelis

Heavy lezers, zo kun je ze wel noemen, vrij naar de heavy users zoals in de marketing de grootgebruikers van een bepaald product of dienst genoemd worden. Ik heb het over de ruim dertig zakelijke lezers die door een groep studenten aan de VU in september geïnterviewd werden. Zakelijke lezers zijn mensen die voor hun werk veel moeten lezen, zonder dat lezen echt hun vak is (zoals wel het geval is bij redacteuren). Ze zijn bijvoorbeeld manager, advocaat, IT-adviseur, docent, directeur, journalist of marketeer. En ze lezen. Veel. Tot wel zes uur per werkdag!
Niet alle geïnterviewden ervoeren het vele lezen als een probleem, maar de meesten verzuchtten wel dat het toch sneller, effectiever, efficiënter, leuker zou moeten kunnen. Sommige geïnterviewden deden daar suggesties voor. Ze wilden bijvoorbeeld graag:

De geur van de schrijver

Door: Xaviera Ringeling

Vandaag kreeg ik een brief. Het was een echte, van papier en met de hand geschreven. En hoewel ik nog een hele stapel andere post had, viel de brief vreselijk op tussen alle post van instanties en bedrijven. Zo erg zelfs, dat ik alle andere post liet liggen en alleen de brief ertussenuit trok.

Onlineformulier in een envelop

Door: Eric Tiggeler

Wel eens gehoord van een porteringsverzoek? Je krijgt ermee te maken als je overstapt naar een andere telecomaanbieder. Dan kun je je bestaande nummer meenemen. Op de website van de telecomaanbieder kun je een verzoek tot nummerbehoud indienen. Jammer genoeg verandert de terminologie zodra je de kraakheldere servicepagina’s verlaat en terechtkomt op het formulier waarmee je het nummerbehoud in gang moet zetten. Het woord nummerbehoud is daar niet meer te vinden: je blijkt een porteringsverzoek in te dienen. En je moet een datum van portering kiezen. Het voorbeeld van de telecomaanbieder staat niet op zich. Formulieren zijn op veel websites ondergeschoven kindjes. De website zelf staat vol met nauwkeurig op de klant afgestemde, laagdrempelige bodycopy uit de handen van een team van professionele copywriters – maar de formulieren hebben ze niet gezien. Daarin staat het jargon van de inhoudsdeskundigen (de m/v’s van de afdeling die intern vast dienst Portering heet) of het jargon van de ICT’ers die het formulier technisch mogelijk hebben gemaakt. Een raar misverstand: omdat het formulier een interactief ding is, telt het niet mee als tekst.

Sliduments

Door: Louise Cornelis

Jullie denken waarschijnlijk bij ‘tekst’ aan iets wat uit volzinnen bestaat en duidelijke hiërarchische eenheden kent: alinea,paragraaf, hoofdstuk. Het is geen probleem als de zin onderaan de pagina doorloopt bovenaan de volgende, en je schrijft het op de computer meestal in Word of iets soortgelijks. Dat is tekst voor ons, en we houden ervan (ja toch?). Maar er zijn steeds meer mensen voor wie tekst iets achterhaalds is: wollig, ouderwets en langdradig. Ik kreeg een keer van een opdrachtgever een projectvoorstel retour omdat er een alinea in zat van 100 woorden. Dat ‘kon ze niet lezen’ want het was een ‘onoverzichtelijke brij’. Kon ik er even bullets van maken, of een tabel?

Het omgekeerde is waar - Over de stijl van Marcel van Dam

Door Edwin Lucas

Waaraan herken je een auteur? Aan zijn stijl, onder andere.
In dit vierde deel van een onregelmatig verschijnende serie over stijl ligt Volkskrant-columnist en oudpoliticus Marcel van Dam onder het vergrootglas.
Eerdere afleveringen, over de stijl van Geert Mak, Jan Blokker en Aaf Brandt Corstius, verschenen respectievelijk in Tekstblad 2006/2, Tekstblad 2007/4 en Tekstblad 2010/5&6.