Artikelen

eReaden of PapierReaden

Door: Xaviera Ringeling

Opgroeien boven een boekenwinkel. Is er een mooiere start in het leven denkbaar? Het was in mijn geval een antiquariaat, waarvan de eigenaar mij altijd in de winkel liet zitten. Ik mocht dan een boek uit de kinderboekensectie uitzoeken, kreeg een eigen tafeltje en zat de hele dag te lezen en pikzwarte thee te drinken. Die thee was vreselijk, maar de geur van oude boeken is voor eeuwig vergroeid met mooie herinneringen aan fantastische avonturen, allemaal tot leven gebracht door de pennenstreken van deze en gene.

Youp doet een Lodewick

Door: Eric Tiggeler

‘Omdat ik erbij was. Daarom weet ik dat het waar is. Dat het echt gebeurd is. Dat het geen droom was. Niet een of andere vreemdsoortige hallucinatie. Geen paddotrip. Niks van dat al. Het is echt gebeurd. Helemaal echt. Ben er nog steeds duizelig van. Duizelig van de poëtische kant van de zaak. De pure schoonheid. De niet te omschrijven snelheid. Het onnavolgbare schouwspel.’

Hardloop- en schrijfambities

Door: Louise Cornelis

Elk jaar ga ik kijken bij de Rotterdamse marathon.Mijn man doet daaraan mee; afgelopen april liep hij die in 3 uur 13 en behoorde daarmee tot de beste 10% van het deelnemersveld (goed hè?). Als ik hem voorbij heb zien komen, blijf ik wel eens staan om naar de rest van het deelnemersveld te kijken. Na een tijdje trekt de achterhoede dan voorbij, de mensen voor wie het een hele toer wordt om de tijdslimiet van 5 uur te halen. Ik heb daar altijd wat ambivalente gevoelens bij. Enerzijds is het super dat zij sporten en met deelname aan de marathon doen ze geen vlieg kwaad (al kan een marathon lopen met onvoldoende training wel degelijk schadelijk zijn voor de gezondheid). Anderzijds vraag ik me wel eens af: waarom doe je jezelf dit aan? Houd het lekker bij 10 kilometer hardlopen, of zoek een sport die beter bij je lichaam past.

Dat klopt niet hoor!

Door: Xaviera Ringeling

Het internet heeft iedereen tot mediamagnaat gemaakt. Nu we in Nederland met z’n allen op het web hangen, zijn we allemaal schrijver, eindredacteur en uitgever. Want de taal van het web is toch vooral het geschreven woord. In een goed opgeleid land als Nederland zijn er maar weinig mensen die van letters geen woorden kunnen brouwen en van woorden geen zinnen. En dus wordt er door al deze Berlusconi’s in de dop wat afgepubliceerd. Maar over de kwaliteit van al dat taalgebruik valt vreselijk te discussiëren.
Breezah-taal, sms-lingo en vergeet ook vooral de autocorrectie-functie van al die slimme apparaten niet en voor je het weet ben je in een wereld terechtgekomen waarin het soms moeilijk te volgen is wat mensen proberen te zeggen.

Goede slechtnieuwsbrieven

Do’s en don’ts bij het brengen van een moeilijke boodschap

Door Isabel Elst

Hoe slechter het nieuws, hoe persoonlijker je de boodschap moet brengen. De belangrijkste richtlijn is dat de moeilijke boodschap zo snel mogelijk, expliciet en heel direct moet worden gebracht. In een brief kan het soms gepast zijn om na een inleiding ter zake te komen. Wat werkt het beste? Isabel Elst, docent aan de Universiteit Antwerpen en redacteur van Tekstblad zet enkele adviezen op een rij.

Ben ik wel B1 genoeg?

Door: Eric Tiggeler

Kun je deze brief even omzetten naar B1?’ ‘Wilt u even checken of onze webteksten wel B1 zijn?’ Het zijn vragen waar je als moderne tekstschrijver maar beter op voorbereid kunt zijn. De Wet op het financieel toezicht verplicht de financiële sector om begrijpelijk te communiceren, de Autoriteit Financiële Markten heeft duidelijke informatie tot norm verheven, en sinds kort propageert ook de Consumentenbond met de actie ‘Begrijp je geld’ dat financiële instellingen hun klanten helder informeren. En zodra het om duidelijk Nederlands gaat, klinkt al gauw de roep om B1, inmiddels breed bekend geworden als een magische formule voor ‘taal die iedereen begrijpt’.

Lezers zijn nare mensen

Door: Louise Cornelis

Vervelende lui, die lezers. In de eerste plaats zijn ze dom. Dan heb je het voor jouw gevoel zo luid en duidelijk uitgelegd, snappen ze het nog niet. Mooie handleiding, doen ze het nog fout. Hopelijk kom je daar dan in de pre-test achter, en niet als er al een fikse oplage is gedrukt. ‘Maar het stáát er toch?’ verzucht je dan. Ja, maar lezers zijn dom, ze hebben niet jouw voorkennis, en dan snappen ze het dus niet, hoe logisch het ook is. Dan zijn ze ook nog eens lui. Als ze een klein beetje meer moeite zouden doen, zouden ze er wél uitkomen. Maar dat doen ze dus niet. In plaats van zelf even kijken of puzzelen, hebben ze je al een mail teruggestuurd: wat bedoel je dan, waar is het dan, waar heb je het over, hoe laat beginnen we? Of ze hebben de mail al weggeklikt, de brochure weggegooid, of ze zijn alweer terug naar Google om een volgend zoekresultaat te proberen. Bovendien zijn ze egocentrisch. Ze brengen het niet op om rustig te lezen wat jij allemaal voor interessants te verkondigen hebt, als dat niet in hun eigen belang is. Dus als jij als schrijver niet gauw luid en duidelijk antwoord geeft op de vraag ‘what’s in it for me?’, zijn ze óók alweer weg.

Bloggers vs journalisten ruzie

Het blijft een leuke fittie (ruzie): de discussie tussen bloggers en journalisten over wie nou het beste is in het brengen van het nieuws. Een discussie die al zo oud is al de blogosphere zelf, maar die nog welig tiert. Want we zijn er met z’n allen nog steeds niet uit.
Nu ben ik zelf in de gelukkige omstandigheid dat ik zowel journalist ben (geweest) als blogger. En uit ervaring kan ik je vertellen dat blogs en journalistieke producties in veel gevallen helemaal niet zoveel met elkaar te maken hebben.

Column zonder keuzes

Door: Eric Tiggeler

Onderzoeksorganisatie TNO publiceert in Metro een advertentie die er uitziet als een redactioneel stuk: een persoonlijke column waarin een onderzoeker iets vertelt over zijn werk. Het doel is waarschijnlijk de treinkrantenlezer op een laagdrempelige manier de wereld van het onderzoek binnen te leiden. Zo’n column moet dus een wervend en dynamisch beeld geven van wat de onderzoeksorganisatie doet. Lukt dat? Nee.

Hints

Door: Louise Cornelis

Nog niet zo lang geleden las ik een filosofisch boek waarin de auteur halverwege pagina’s lang boeken opsomt die ook over zijn thema gaan, met veel grote, geleerde namen daarin. Hij wilde zich, denk ik, richten tot lezers die al die moeilijke boeken óók kennen, als moeilijkeboeken- lezers onder elkaar. Dat schept vast een band; ik voelde me echter buitengesloten.
In dezelfde tijd las ik een reisboek waarin de gegeven informatie sterk uiteen liep. Ik kon me niet voorstellen dat lezers/reizigers in al die verschillende brokjes informatie geïnteresseerd zouden zijn. Ik ben bang dat die schrijver helemaal geen lezer voor ogen heeft gehad maar is leeggelopen: ‘dit is wat ik kwijt wilde’. Oftewel: ik vond het een slecht boek.