Louise Cornelis

Schrijfgedragverandering

Door: Louise Cornelis

Stel je voor, een organisatie maakt product X. Het proces waarmee X tot stand komt, vraagt verschillende complexe vaardigheden van de producenten, waaronder veel denkwerk. De medewerkers hebben dat proces wel onder de knie: ze doen het al jaren zo, naar hun eigen tevredenheid en altijd op dezelfde manier. Maar dan blijkt dat de klanten toch niet zo tevreden zijn over X, en het eigenlijk anders willen. X moet dus klantgerichter worden. Om dat voor elkaar te krijgen, moeten de medewerkers hun gedrag veranderen.

Bekentenis van een leesverslaafde

Door: Louise Cornelis

Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik vind mezelf een betere lezer dan schrijver. Lezen kan ik echt goed; schrijven is er een bijproduct van. Diep in mijn geheugen ligt een massa ooit gelezen tekst waar ik voor inspiratie uit kan putten, en dankzij mijn vermogen tot kritisch lezen kan ik dat wat ik produceer verbeteren door te herschrijven. Mijn voorkeur voor lezen gaat verder: een leven zonder schrijven kan ik me voorstellen, zonder lezen niet.

Waar doen we het voor?

Door: Louise Cornelis

Een goede tekst schrijven kost moeite. Waar doen we die moeite eigenlijk voor? Soms lijkt het alsof je het voor niks doet, zeker in de rapportenwereld. Van een beleidsrapport wordt gemiddeld slechts zo’n 30 procent gelezen, en de lezers blijken weinig gevoelig voor tekstkwaliteit.

Moeten's en mag-niet's

Auteur: Louise Cornelis

Sla een schrijf handboek open of ga naar een schrijfcursus en ze vliegen je om de oren: de moeten’s en mag-niet’s van goed schrijven. Je moet bijvoorbeeld concreet en beeldend schrijven, de lezer aanspreken, goed structureren, de tekst netjes afwerken, enzovoort. En je mag niet: lijdende vormen gebruiken, clichés, jargon, te moeilijke woorden, te makkelijke woorden, enzovoort – vooral de lijst mag-niet’s is makkelijk uit te breiden. Van zulke lijstjes zakt de schrijfmoed me in de schoenen, vooral van de mag-niet’s. Als ik die allemaal serieus neem, krijg ik geen letter meer op papier. Altijd is er een risico dat ik er eentje overtreed. Want een woord dat niet te moeilijk is, is al gauw te makkelijk. En hoe vind ik een alternatief voor het cliché dat in mijn hoofd zit en dat zó uit mijn pen zou kunnen rollen? Want zo zijn clichés: die schrijf je lekker makkelijk op, maar ja, dat mag dus niet. Wat dan wel?

Heavy lezers

Door: Louise Cornelis

Heavy lezers, zo kun je ze wel noemen, vrij naar de heavy users zoals in de marketing de grootgebruikers van een bepaald product of dienst genoemd worden. Ik heb het over de ruim dertig zakelijke lezers die door een groep studenten aan de VU in september geïnterviewd werden. Zakelijke lezers zijn mensen die voor hun werk veel moeten lezen, zonder dat lezen echt hun vak is (zoals wel het geval is bij redacteuren). Ze zijn bijvoorbeeld manager, advocaat, IT-adviseur, docent, directeur, journalist of marketeer. En ze lezen. Veel. Tot wel zes uur per werkdag!
Niet alle geïnterviewden ervoeren het vele lezen als een probleem, maar de meesten verzuchtten wel dat het toch sneller, effectiever, efficiënter, leuker zou moeten kunnen. Sommige geïnterviewden deden daar suggesties voor. Ze wilden bijvoorbeeld graag:

Sliduments

Door: Louise Cornelis

Jullie denken waarschijnlijk bij ‘tekst’ aan iets wat uit volzinnen bestaat en duidelijke hiërarchische eenheden kent: alinea,paragraaf, hoofdstuk. Het is geen probleem als de zin onderaan de pagina doorloopt bovenaan de volgende, en je schrijft het op de computer meestal in Word of iets soortgelijks. Dat is tekst voor ons, en we houden ervan (ja toch?). Maar er zijn steeds meer mensen voor wie tekst iets achterhaalds is: wollig, ouderwets en langdradig. Ik kreeg een keer van een opdrachtgever een projectvoorstel retour omdat er een alinea in zat van 100 woorden. Dat ‘kon ze niet lezen’ want het was een ‘onoverzichtelijke brij’. Kon ik er even bullets van maken, of een tabel?

Hardloop- en schrijfambities

Door: Louise Cornelis

Elk jaar ga ik kijken bij de Rotterdamse marathon.Mijn man doet daaraan mee; afgelopen april liep hij die in 3 uur 13 en behoorde daarmee tot de beste 10% van het deelnemersveld (goed hè?). Als ik hem voorbij heb zien komen, blijf ik wel eens staan om naar de rest van het deelnemersveld te kijken. Na een tijdje trekt de achterhoede dan voorbij, de mensen voor wie het een hele toer wordt om de tijdslimiet van 5 uur te halen. Ik heb daar altijd wat ambivalente gevoelens bij. Enerzijds is het super dat zij sporten en met deelname aan de marathon doen ze geen vlieg kwaad (al kan een marathon lopen met onvoldoende training wel degelijk schadelijk zijn voor de gezondheid). Anderzijds vraag ik me wel eens af: waarom doe je jezelf dit aan? Houd het lekker bij 10 kilometer hardlopen, of zoek een sport die beter bij je lichaam past.

Lezers zijn nare mensen

Door: Louise Cornelis

Vervelende lui, die lezers. In de eerste plaats zijn ze dom. Dan heb je het voor jouw gevoel zo luid en duidelijk uitgelegd, snappen ze het nog niet. Mooie handleiding, doen ze het nog fout. Hopelijk kom je daar dan in de pre-test achter, en niet als er al een fikse oplage is gedrukt. ‘Maar het stáát er toch?’ verzucht je dan. Ja, maar lezers zijn dom, ze hebben niet jouw voorkennis, en dan snappen ze het dus niet, hoe logisch het ook is. Dan zijn ze ook nog eens lui. Als ze een klein beetje meer moeite zouden doen, zouden ze er wél uitkomen. Maar dat doen ze dus niet. In plaats van zelf even kijken of puzzelen, hebben ze je al een mail teruggestuurd: wat bedoel je dan, waar is het dan, waar heb je het over, hoe laat beginnen we? Of ze hebben de mail al weggeklikt, de brochure weggegooid, of ze zijn alweer terug naar Google om een volgend zoekresultaat te proberen. Bovendien zijn ze egocentrisch. Ze brengen het niet op om rustig te lezen wat jij allemaal voor interessants te verkondigen hebt, als dat niet in hun eigen belang is. Dus als jij als schrijver niet gauw luid en duidelijk antwoord geeft op de vraag ‘what’s in it for me?’, zijn ze óók alweer weg.

Hints

Door: Louise Cornelis

Nog niet zo lang geleden las ik een filosofisch boek waarin de auteur halverwege pagina’s lang boeken opsomt die ook over zijn thema gaan, met veel grote, geleerde namen daarin. Hij wilde zich, denk ik, richten tot lezers die al die moeilijke boeken óók kennen, als moeilijkeboeken- lezers onder elkaar. Dat schept vast een band; ik voelde me echter buitengesloten.
In dezelfde tijd las ik een reisboek waarin de gegeven informatie sterk uiteen liep. Ik kon me niet voorstellen dat lezers/reizigers in al die verschillende brokjes informatie geïnteresseerd zouden zijn. Ik ben bang dat die schrijver helemaal geen lezer voor ogen heeft gehad maar is leeggelopen: ‘dit is wat ik kwijt wilde’. Oftewel: ik vond het een slecht boek.

We krijgen helaas toch gewoon Alzheimer

Door: Louise Cornelis

‘Nieuws: Schrijven op jonge leeftijd helpt tegen Alzheimer’ kopt Schrijven Online eind augustus. Wauw, dat is goed nieuws voor onze beroepsgroep! En komt er nu een Postbus-51-campagne om heel Nederland jong aan het schrijven te krijgen? Dat lijkt een uiterst effectieve maatregel, gezien de verwachte toename van de ziekte van Alzheimer in de komende decennia.