Columns

Einsteins cruciale gliacellen

Door: Felix van de Laar

Lezer, ik vraag uw aandacht voor het volgende. De bouwstenen van onze hersenen zijn zenuwcellen of neuronen. De hersenen zijn anderhalve kilo zwaar, ze bevatten 100 miljard neuronen (dat is vijftien keer zoveel als er mensen op aarde zijn). Bovendien zijn er tien keer zoveel gliacellen als neuronen in ons brein.Vroeger werd gedacht dat gliacellen de neuronen slechts bij elkaar moesten houden (het Griekse woord ‘glia’ betekent lijm). Recent onderzoek maakt echter duidelijk dat de gliacellen, waarvan de mens er meer heeft dan enig ander organisme, cruciaal zijn voor de overdracht van chemische boodschappen en dus voor alle hersenprocessen, inclusief het geheugen. Dat werpt een speciaal licht op de waarneming dat de hersenen van Einstein zoveel gliacellen bevatten. Het product van de interactie van al die miljarden zenuwcellen is onze ‘geest’. Zoals de nier urine produceert, produceert het brein de geest.

Job twittert

Door: Xaviera Ringeling

Laatst mocht ik in een televisieprogramma aan Job Cohen uitleggen hoe Twitter werkt. Daar ik kreeg ik exact 4,5 minuut de tijd voor, dus erg diep kon ik er niet op ingaan. Maar het zette me wel aan het denken. Bij de voorbereidingen van mijn – net niet – 5 minutes of fame, bezocht ik uiteraard het twitterprofiel van Job (ik tutoyeer maar even, nu ik hem les heb gegeven). Mensenkinderen, wat een saai leesvoer was dat. Job is hier, Job is daar, Job doet dit, het was alsof ik toegang tot zijn agenda had gekregen. En hoewel zijn agenda vast vele malen spannender is dan die van mij, had ik toch op meer gehoopt. Meer over wat Job beweegt en minder over waar Job allemaal heen beweegt. Want dat is wat ik moet weten als Job mij met zijn tweets wil overtuigen van een rood rondje bij zijn naam bij de volgende verkiezingen. En waar Job in het echt precies die redelijke, rustige man was op wie ik een stem wil overwegen, weet hij op Twitter totaal niet te boeien. Hoe kan dat toch? De man spreekt perfect Nederlands, is goed opgeleid, kent de kracht van communicatie maar is op Twitter ook al niet in staat om zijn offline charme te vertalen naar zijn online aanwezigheid.

De schoolkeuzegids

Door: Eric Tiggeler

Ouders die een middelbare school moeten kiezen voor hun aanstaande puber, beleven een zenuwachtig laatste lagereschooljaar. Eerst ontvangen ze een Citotoetsuitslag. Daarin staat geen percentage (‘zoveel antwoorden had uw kind goed’), maar een percentiel. Wat is dat, een percentiel? Als je het op internet opzoekt, krijg je naast de taaie uitleg van toetsinstanties heel veel klachten te lezen van gefrustreerde ouders. Een percentielscore blijkt uit te drukken hoe de resultaten zich verhouden tot die van andere leerlingen. In haar ondoorgrondelijkheid is dat vast een heel verantwoorde methode, maar de communicatie eromheen schiet in elk geval treurig te kort.

Heavy lezers

Door: Louise Cornelis

Heavy lezers, zo kun je ze wel noemen, vrij naar de heavy users zoals in de marketing de grootgebruikers van een bepaald product of dienst genoemd worden. Ik heb het over de ruim dertig zakelijke lezers die door een groep studenten aan de VU in september geïnterviewd werden. Zakelijke lezers zijn mensen die voor hun werk veel moeten lezen, zonder dat lezen echt hun vak is (zoals wel het geval is bij redacteuren). Ze zijn bijvoorbeeld manager, advocaat, IT-adviseur, docent, directeur, journalist of marketeer. En ze lezen. Veel. Tot wel zes uur per werkdag!
Niet alle geïnterviewden ervoeren het vele lezen als een probleem, maar de meesten verzuchtten wel dat het toch sneller, effectiever, efficiënter, leuker zou moeten kunnen. Sommige geïnterviewden deden daar suggesties voor. Ze wilden bijvoorbeeld graag:

De geur van de schrijver

Door: Xaviera Ringeling

Vandaag kreeg ik een brief. Het was een echte, van papier en met de hand geschreven. En hoewel ik nog een hele stapel andere post had, viel de brief vreselijk op tussen alle post van instanties en bedrijven. Zo erg zelfs, dat ik alle andere post liet liggen en alleen de brief ertussenuit trok.

Onlineformulier in een envelop

Door: Eric Tiggeler

Wel eens gehoord van een porteringsverzoek? Je krijgt ermee te maken als je overstapt naar een andere telecomaanbieder. Dan kun je je bestaande nummer meenemen. Op de website van de telecomaanbieder kun je een verzoek tot nummerbehoud indienen. Jammer genoeg verandert de terminologie zodra je de kraakheldere servicepagina’s verlaat en terechtkomt op het formulier waarmee je het nummerbehoud in gang moet zetten. Het woord nummerbehoud is daar niet meer te vinden: je blijkt een porteringsverzoek in te dienen. En je moet een datum van portering kiezen. Het voorbeeld van de telecomaanbieder staat niet op zich. Formulieren zijn op veel websites ondergeschoven kindjes. De website zelf staat vol met nauwkeurig op de klant afgestemde, laagdrempelige bodycopy uit de handen van een team van professionele copywriters – maar de formulieren hebben ze niet gezien. Daarin staat het jargon van de inhoudsdeskundigen (de m/v’s van de afdeling die intern vast dienst Portering heet) of het jargon van de ICT’ers die het formulier technisch mogelijk hebben gemaakt. Een raar misverstand: omdat het formulier een interactief ding is, telt het niet mee als tekst.

Sliduments

Door: Louise Cornelis

Jullie denken waarschijnlijk bij ‘tekst’ aan iets wat uit volzinnen bestaat en duidelijke hiërarchische eenheden kent: alinea,paragraaf, hoofdstuk. Het is geen probleem als de zin onderaan de pagina doorloopt bovenaan de volgende, en je schrijft het op de computer meestal in Word of iets soortgelijks. Dat is tekst voor ons, en we houden ervan (ja toch?). Maar er zijn steeds meer mensen voor wie tekst iets achterhaalds is: wollig, ouderwets en langdradig. Ik kreeg een keer van een opdrachtgever een projectvoorstel retour omdat er een alinea in zat van 100 woorden. Dat ‘kon ze niet lezen’ want het was een ‘onoverzichtelijke brij’. Kon ik er even bullets van maken, of een tabel?

eReaden of PapierReaden

Door: Xaviera Ringeling

Opgroeien boven een boekenwinkel. Is er een mooiere start in het leven denkbaar? Het was in mijn geval een antiquariaat, waarvan de eigenaar mij altijd in de winkel liet zitten. Ik mocht dan een boek uit de kinderboekensectie uitzoeken, kreeg een eigen tafeltje en zat de hele dag te lezen en pikzwarte thee te drinken. Die thee was vreselijk, maar de geur van oude boeken is voor eeuwig vergroeid met mooie herinneringen aan fantastische avonturen, allemaal tot leven gebracht door de pennenstreken van deze en gene.

Youp doet een Lodewick

Door: Eric Tiggeler

‘Omdat ik erbij was. Daarom weet ik dat het waar is. Dat het echt gebeurd is. Dat het geen droom was. Niet een of andere vreemdsoortige hallucinatie. Geen paddotrip. Niks van dat al. Het is echt gebeurd. Helemaal echt. Ben er nog steeds duizelig van. Duizelig van de poëtische kant van de zaak. De pure schoonheid. De niet te omschrijven snelheid. Het onnavolgbare schouwspel.’

Hardloop- en schrijfambities

Door: Louise Cornelis

Elk jaar ga ik kijken bij de Rotterdamse marathon.Mijn man doet daaraan mee; afgelopen april liep hij die in 3 uur 13 en behoorde daarmee tot de beste 10% van het deelnemersveld (goed hè?). Als ik hem voorbij heb zien komen, blijf ik wel eens staan om naar de rest van het deelnemersveld te kijken. Na een tijdje trekt de achterhoede dan voorbij, de mensen voor wie het een hele toer wordt om de tijdslimiet van 5 uur te halen. Ik heb daar altijd wat ambivalente gevoelens bij. Enerzijds is het super dat zij sporten en met deelname aan de marathon doen ze geen vlieg kwaad (al kan een marathon lopen met onvoldoende training wel degelijk schadelijk zijn voor de gezondheid). Anderzijds vraag ik me wel eens af: waarom doe je jezelf dit aan? Houd het lekker bij 10 kilometer hardlopen, of zoek een sport die beter bij je lichaam past.