Columns

Dat klopt niet hoor!

Door: Xaviera Ringeling

Het internet heeft iedereen tot mediamagnaat gemaakt. Nu we in Nederland met z’n allen op het web hangen, zijn we allemaal schrijver, eindredacteur en uitgever. Want de taal van het web is toch vooral het geschreven woord. In een goed opgeleid land als Nederland zijn er maar weinig mensen die van letters geen woorden kunnen brouwen en van woorden geen zinnen. En dus wordt er door al deze Berlusconi’s in de dop wat afgepubliceerd. Maar over de kwaliteit van al dat taalgebruik valt vreselijk te discussiëren.
Breezah-taal, sms-lingo en vergeet ook vooral de autocorrectie-functie van al die slimme apparaten niet en voor je het weet ben je in een wereld terechtgekomen waarin het soms moeilijk te volgen is wat mensen proberen te zeggen.

Ben ik wel B1 genoeg?

Door: Eric Tiggeler

Kun je deze brief even omzetten naar B1?’ ‘Wilt u even checken of onze webteksten wel B1 zijn?’ Het zijn vragen waar je als moderne tekstschrijver maar beter op voorbereid kunt zijn. De Wet op het financieel toezicht verplicht de financiële sector om begrijpelijk te communiceren, de Autoriteit Financiële Markten heeft duidelijke informatie tot norm verheven, en sinds kort propageert ook de Consumentenbond met de actie ‘Begrijp je geld’ dat financiële instellingen hun klanten helder informeren. En zodra het om duidelijk Nederlands gaat, klinkt al gauw de roep om B1, inmiddels breed bekend geworden als een magische formule voor ‘taal die iedereen begrijpt’.

Lezers zijn nare mensen

Door: Louise Cornelis

Vervelende lui, die lezers. In de eerste plaats zijn ze dom. Dan heb je het voor jouw gevoel zo luid en duidelijk uitgelegd, snappen ze het nog niet. Mooie handleiding, doen ze het nog fout. Hopelijk kom je daar dan in de pre-test achter, en niet als er al een fikse oplage is gedrukt. ‘Maar het stáát er toch?’ verzucht je dan. Ja, maar lezers zijn dom, ze hebben niet jouw voorkennis, en dan snappen ze het dus niet, hoe logisch het ook is. Dan zijn ze ook nog eens lui. Als ze een klein beetje meer moeite zouden doen, zouden ze er wél uitkomen. Maar dat doen ze dus niet. In plaats van zelf even kijken of puzzelen, hebben ze je al een mail teruggestuurd: wat bedoel je dan, waar is het dan, waar heb je het over, hoe laat beginnen we? Of ze hebben de mail al weggeklikt, de brochure weggegooid, of ze zijn alweer terug naar Google om een volgend zoekresultaat te proberen. Bovendien zijn ze egocentrisch. Ze brengen het niet op om rustig te lezen wat jij allemaal voor interessants te verkondigen hebt, als dat niet in hun eigen belang is. Dus als jij als schrijver niet gauw luid en duidelijk antwoord geeft op de vraag ‘what’s in it for me?’, zijn ze óók alweer weg.

Bloggers vs journalisten ruzie

Het blijft een leuke fittie (ruzie): de discussie tussen bloggers en journalisten over wie nou het beste is in het brengen van het nieuws. Een discussie die al zo oud is al de blogosphere zelf, maar die nog welig tiert. Want we zijn er met z’n allen nog steeds niet uit.
Nu ben ik zelf in de gelukkige omstandigheid dat ik zowel journalist ben (geweest) als blogger. En uit ervaring kan ik je vertellen dat blogs en journalistieke producties in veel gevallen helemaal niet zoveel met elkaar te maken hebben.

Column zonder keuzes

Door: Eric Tiggeler

Onderzoeksorganisatie TNO publiceert in Metro een advertentie die er uitziet als een redactioneel stuk: een persoonlijke column waarin een onderzoeker iets vertelt over zijn werk. Het doel is waarschijnlijk de treinkrantenlezer op een laagdrempelige manier de wereld van het onderzoek binnen te leiden. Zo’n column moet dus een wervend en dynamisch beeld geven van wat de onderzoeksorganisatie doet. Lukt dat? Nee.

Hints

Door: Louise Cornelis

Nog niet zo lang geleden las ik een filosofisch boek waarin de auteur halverwege pagina’s lang boeken opsomt die ook over zijn thema gaan, met veel grote, geleerde namen daarin. Hij wilde zich, denk ik, richten tot lezers die al die moeilijke boeken óók kennen, als moeilijkeboeken- lezers onder elkaar. Dat schept vast een band; ik voelde me echter buitengesloten.
In dezelfde tijd las ik een reisboek waarin de gegeven informatie sterk uiteen liep. Ik kon me niet voorstellen dat lezers/reizigers in al die verschillende brokjes informatie geïnteresseerd zouden zijn. Ik ben bang dat die schrijver helemaal geen lezer voor ogen heeft gehad maar is leeggelopen: ‘dit is wat ik kwijt wilde’. Oftewel: ik vond het een slecht boek.

Nu al verknocht

Door: Xaviera Ringeling

Toen ik nog journalist was, schreef ik een slag in de rondte. Naast mijn dayjob, blogde ik erop los en produceerde ik elke week ook nog een paar columns. Voor het geval dat ik onderweg overvallen werd door inspiratie, had ik altijd een schrift bij me (dat werd later een Moleskine) en kocht ik bijna wekelijks een nieuwe gelpen. Heerlijke pennen om mee te werken, maar ik raakte ze – heerlijk of niet – net zo vaak kwijt als de gemiddelde bic-pen.
Gewapend met mijn schriftje en mijn verzameling pennen, ging ik vaak al vroeg op pad. Van hot naar her liep en reisde ik, in de hoop dat ik iets spannends mee zou maken waarover ik kon bloggen. Kranten en tijdschriften las ik van voor naar achteren en van achteren naar voor, voor het geval er een column in de dagelijkse nieuwssores te ontdekken was. Inmiddels is het 2011. En al dat papier is zó vorige week.

We krijgen helaas toch gewoon Alzheimer

Door: Louise Cornelis

‘Nieuws: Schrijven op jonge leeftijd helpt tegen Alzheimer’ kopt Schrijven Online eind augustus. Wauw, dat is goed nieuws voor onze beroepsgroep! En komt er nu een Postbus-51-campagne om heel Nederland jong aan het schrijven te krijgen? Dat lijkt een uiterst effectieve maatregel, gezien de verwachte toename van de ziekte van Alzheimer in de komende decennia.

Columns, voetbal en vrouwenemancipatie

Door: Eric Tiggeler

Misschien moet je al argwanend worden als naast een column het woord column staat. Als de redactie het nodig vindt haar lezers er expliciet op te wijzen dat ze zich bevinden in het semiredactionele meningenhoekje. Voor de forensenkrant Metro is zelfs dat niet genoeg: die zet onder het woord Column voor de zekerheid óók nog de auteursvermelding Ton Broekhuisen, columnist. Een column van iemand wiens beroep het is om columnist te zijn. Toch krijgen we deze maandagmorgen de indruk dat Vooruitgang maakt veel kapot niet een bijdrage is die het genre verrijkt.

Vijf jaar freewriting: net tandenpoetsen

Door: Louise Cornelis

Als deze Tekstblad verschijnt, vier ik een lustrum: ik heb dan vijf jaar vrijwel dagelijks aan freewriting gedaan. Dat is schrijven met de interne criticus uit. Ik heb freewriting leren kennen in de vorm van drie dagelijkse morning pages, een vast onderdeel van de Artist’s way. Dat is een door Julia Cameron ontwikkelde methode voor het bevorderen van je creativiteit. Vijf jaar geleden volgde ik een groep waarin je die methode kunt volgen. Morning pages ben ik sindsdien blijven schrijven. Cameron’s morning pages is freewriting in zijn meest pure vorm. Het gaat maar om één ding: schrijven. Totdat je een bepaald volume tekst geproduceerd hebt. Wat en waarover je schrijft, doet er niet toe; je interne criticus mag zich zelfs niet met de inhoud bemoeien. Volgens Cameron werpt dat niet alleen voor het schrijven, maar voor elke kunstvorm vruchten af, doordat je je interne criticus als het ware dresseert.