Afkortingen in een tekst: hoe zit het ook alweer?

27-02-2017

Afkortingen in teksten regels NederlandsDe Nederlandse taal kent talloze afkortingen, o.a. KvK, GGZ en sms. En de oplettende lezer heeft vast opgemerkt dat ook ‘o.a.’ een afkorting is. Maar wat zijn nu eigenlijk de regels voor afkortingen? Hoe introduceer je een afkorting in een tekst? In dit artikel staan de basisregels voor je op een rijtje.

Letteruitspraak vs. woorduitspraak

Er is een onderscheid te maken tussen afkortingen met letteruitspraak en afkortingen met woorduitspraak. Een voorbeeld met letteruitspraak is ‘sms’ (spreek uit: ‘es em es’). Een voorbeeld met woorduitspraak is ‘aids’ (spreek uit: ‘eeds’ in plaats van ‘aa ie dee es’). Vaak krijgen afkortingen met woorduitspraak geen hoofdletter als je bij de volledige, niet-afgekorte naam ook geen hoofdletter gebruikt. Over het algemeen gebruik je in het Nederlands voor afkortingen dus vaak kleine letters.

Afkortingen voor namen

Als het gaat om een afkorting van de naam van een bedrijf, instelling of land, dan gebruik je over het algemeen hoofdletters. Juist is bijvoorbeeld KNMI (Koninklijk Nederlands Metereologisch Instituut) en KNVB (Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond). Als een eigennaam een woorduitspraak heeft, zoals in RAI, dan kun je ofwel alleen hoofdletters gebruiken ofwel beginnen met een hoofdletter en daarna kleine letters gebruiken. Zo is in principe zowel VARA als Vara mogelijk, maar heeft deze omroep zelf gekozen voor de eerste schrijfwijze met enkel hoofdletters.

Afkortingen die je normaal volledig uitspreekt

Verder zijn er welbekende afkortingen als ‘m.b.v.’ (met behulp van) en ‘z.o.z.’ (zie ommezijde). Kenmerkend voor deze afkortingen is dat je ze normaal gesproken vaak voluit uitspreekt. Iemand zegt bijvoorbeeld niet snel ‘z.o.z.’, maar eerder ‘zie ommezijde’. Bij deze afkortingen gebruik je punten tussen de letters, omdat elke letter voor een woord staat. Dit geldt overigens alleen voor bestaande afkortingen die officieel met punten zijn vastgelegd.

Afkortingen gebruiken in teksten

Over het algemeen schrijf je de laatste soort afkortingen in een tekst uit in plaats van de afkorting te gebruiken. Voor de andere soorten afkortingen geldt dat het gebruikelijk is om de afkorting eerst te introduceren. Dit doe je door eerst de volledige term of naam te geven en daar de afkorting tussen haakjes achter te zetten. Vervolgens gebruik je consequent de afkorting.

Voorbeeld:
‘De Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond (KNVB) organiseert vandaag een toernooi.’

Ook zijn er afkortingen die algemeen bekend zijn, zoals ‘EU’ en ‘KvK’. Als je ervanuit kunt gaan dat jouw lezer bekend is met die afkortingen, dan hoef je niet eerst de volledige naam te geven. In dat geval volstaat het om direct de afkorting te gebruiken.

Bronnen:

Scribbr
Taaladvies