Wanneer is een zin dubbelzinnig?

28-04-2017

Dubbelzinnige zin ambiguKlaagt je lezer dat hij niet begrijpt wat je met een bepaalde zin bedoelt? Misschien heeft dat ermee te maken dat die zin dubbelzinnig is. Je kunt de zin dan op verschillende manieren interpreteren. Dubbelzinnigheid of ambiguïteit kan vaak gemakkelijker in een tekst sluipen dan je denkt. Daarom bespreken wij 4 veelvoorkomende vormen van dubbelzinnigheid.

Dubbelzinnig woord

Een eerste vorm van dubbelzinnigheid ontstaat doordat je een woord met meerdere betekenissen gebruikt. Het bekendste voorbeeld is misschien wel ‘bank’. Zo is in de zin ‘Ik ga naar de bank’ niet volledig duidelijk of iemand een geldbank of een zitbank bedoelt. Er zijn echter ook dubbelzinnige woorden die minder voor de hand liggen. In zijn Schrijfwijzer bespreekt Jan Renkema bijvoorbeeld de zin ‘Dit is een foto van Jan’. Hierin kan het woord ‘van’ allerlei betekenissen hebben. Het zou een foto kunnen zijn met Jan erop, maar ook een foto die gemaakt is door Jan of die zijn eigendom is.

Dubbelzinnige verwijswoorden

Een van de meest voorkomende vormen van dubbelzinnigheid ontstaat door onduidelijke verwijswoorden. Dit zijn bijvoorbeeld persoonlijke voornaamwoorden (‘hij’ of ‘zij’) of betrekkelijke voornaamwoorden (‘dit’, ‘dat’, ‘deze’ en ‘die’). Soms is niet duidelijk waarnaar zo’n woord terugverwijst. Neem de volgende voorbeeldzin:

Jan geeft aan Piet een cadeau. Hij neemt het vervolgens mee naar huis.

In deze zin is onduidelijk of ‘hij’ terugverwijst naar Jan of naar Piet.

Dubbelzinnige woordvolgorde

Een laatste vorm van dubbelzinnigheid kan ontstaan door de woordvolgorde die je gebruikt. Een voorbeeld van een zin met een dubbelzinnige woordvolgorde is:

Er zijn maar weinig grijze olifanten.

Deze zin is op twee manieren te interpreteren: ‘Er zijn maar weinig olifanten die grijs zijn’ of ‘Er zijn slechts enkele grijze olifanten.’ Het verschil is hier echter heel subtiel en vaak blijkt de bedoeling van de zin ook wel uit het zinsverband.

Overspannen verwijzing

Renkema behandelt in zijn Schrijfwijzer nog een ander type verwijzing dat niet zozeer een zin, maar wel een tekst dubbelzinnig maakt. Dat is de overspannen verwijzing, oftewel een woord dat terugverwijst naar een ander woord dat veel eerder is genoemd. Doordat er zoveel afstand zit tussen het verwijswoord en het woord waar het op terugslaat, is de zin voor de lezer dubbelzinnig.

Bron

Renkema, J. (2002). Schrijfwijzer. Den Haag: Sdu Uitgevers.