Wanneer is er sprake van een foutieve samentrekking?

02-05-2017

Foutieve samentrekkingenSoms kun je onderdelen van een zin weglaten. Dit noem je ook wel samentrekkingen. Ideaal, zou je denken. Toch gaat het bij samentrekkingen ook vaak mis. Een foutieve samentrekking is snel gemaakt. Maar wanneer is een samentrekking nu eigenlijk correct en wanneer is hij foutief?

Wanneer mag je woorden samentrekken?

Een samentrekking houdt in dat je delen van een zin weglaat. Het gaat dan om onderdelen die meerdere keren in een zin voorkomen. Je kunt woorden weglaten als ze dezelfde betekenis en dezelfde grammaticale functie hebben en als ze op dezelfde plaats in de zin staan in een gelijksoortige zin. Een voorbeeld van een correcte samentrekking is hieronder te zien.

Ik heb mijn fiets gekregen en uitgeprobeerd op mijn verjaardag.

Dit is een samentrekking van de volgende zinnen:

Ik heb mijn fiets gekregen en ik heb mijn fiets uitgeprobeerd op mijn verjaardag.

Omdat ‘ik heb mijn fiets’ al in het eerste deel van de zin staat, kun je het in het tweede deel van de zin weglaten.

Wat voor soorten samentrekkingen zijn er?

Samentrekkingen komen volgens Taaladvies op drie niveaus voor:

  1. samentrekking op woordniveau: een deel van een woord weglaten, vaak bij samenstellingen of afleidingen (‘in- en uitstappen’);
  2. samentrekking op woordgroepniveau: een of enkele hele woorden weglaten (‘slimme mannen en vrouwen’);
  3. samentrekking op zinsniveau: een zinsdeel is weggelaten (‘Sanne gaat naar paardrijden en Lisette ook’). 

Bovendien maakt Taaladvies onderscheid tussen voorwaartse en achterwaartse samentrekkingen. Bij een voorwaartse samentrekking wordt het gezamenlijke deel van de samentrekking genoemd in het eerste deel van de samentrekking, zoals in ‘buschauffeur en -chauffeuse’. Hier is ‘bus’ het gezamenlijke deel. Bij een achterwaartse samentrekking wordt het gezamenlijke deel juist genoemd in het tweede deel van de samentrekking, zoals in ‘ik loop en fiets naar huis’.

Foutieve samentrekkingen

Als er bij een samentrekking geen sprake is van dezelfde betekenis, dezelfde grammaticale functie en dezelfde plek in de zin, dan gaat het om een foutieve samentrekking. Enkele voorbeelden daarvan zijn:

Hij heeft een diploma en daar hard voor gewerkt.

Dit is een foutieve samentrekking, omdat ‘heeft’ in de eerste zin een zelfstandig werkwoord is met de betekenis ‘in het bezit zijn van’. In de tweede zin is het daarentegen een hulpwerkwoord zonder die betekenis. Daarom kun je ‘heeft’ in de tweede zin niet weglaten.

Vrachtwagens moeten zich aan regels houden en gelden ook voor auto’s.

Dit is een foutieve samentrekking, omdat ‘regels’ in de eerste zin onderdeel is van de bijwoordelijke bepaling en in de tweede zin het onderwerp is. De grammaticale functie is ongelijk, dus kun je het woord ‘regels’ in de tweede zin niet weglaten.

Samentrekking bij inversie

Bij zinnen als de volgende verschillen de meningen over de vraag of het een foutieve samentrekking is:

“Ik wil je niet meer zien!”, zei hij en liep naar huis.

Er is hier sprake van inversie bij ‘zei hij’. Vervolgens is ‘hij’ weggelaten in de tweede zin, terwijl dit woord niet op dezelfde plek staat in het tweede deel van de zin. Volgens Taaladvies is dit niet per se fout. Wel geeft Taaladvies er de voorkeur aan om samentrekking bij inversie te vermijden. Zie voor meer informatie ook dit artikel over de zogenaamde tantebetjeconstructie.

Bronnen

Edu-actief
Taaladvies