‘Door mannelijk taalgebruik, worden vrouwen vergeten in de Nederlandse taal’

11-02-2021

Mannelijke taalMannelijke voornaamwoorden zoals ‘hij’ of ‘zijn’ worden in de Nederlandse taal nog steeds veel gebruikt wanneer er gesproken wordt over een groep. Bij ‘Iedereen poetst zijn tanden’, worden zowel mannen als vrouwen bedoeld. Toch blijkt de lezer niet vaak ook vrouwen voor zich te zien, zo blijkt uit onderzoek van psycholinguïst Theresa Redl van de Radboud Universiteit en het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek in Nijmegen.

‘Onzichtbaar’ in de taal

In haar onderzoek haalt Redl een kop van de Volkskrant aan als voorbeeld: Elke postbezorger zal zich moeten afvragen wat hij kan doen om als geheel sterker te staan. Dit gaat natuurlijk over alle postbezorgers, ongeacht of ze man of vrouw zijn. Al sinds de jaren ’70 wordt in verschillende landen kritiek geuit op deze mannelijke vorm, waardoor vrouwen ‘onzichtbaar’ zijn in de taal en de Europese Unie probeert dan ook genderneutraal taalgebruik te stimuleren.

Redl heeft dus onderzocht of Nederlanders deze nieuwe aanpak herkennen of dat er toch verwarring ontstaat. In verschillende testen met zo’n vijfhonderd proefpersonen werden verschillende zinnen voorgelegd. In eerste instantie werd ‘hij’ of ‘zijn’ gebruikt, waarbij pas later duidelijk werd dat het ook om vrouwen ging. Bijvoorbeeld: Iedereen was zijn tanden aan het poetsen. Zo was ook Daphne zich aan het klaarmaken om naar bed te gaan. Ook mannelijke versies van vergelijkbare zinnen werden gebruikt, afgewisseld met algemene zinnen om het doel van het onderzoek te maskeren.

Resultaten dankzij oogbewegingen

Door de oogbewegingen te volgen, kon Redl vaststellen op welke woorden lezers bleven hangen. Over deze woorden moet de lezer dus nadenken. Hieraan kan je afleiden hoe de mannelijke voornaamwoorden worden geïnterpreteerd. Daar kwamen een aantal opvallende resultaten uit.

Mannen bleken regelmatig te haperen bij het gebruik van het woord ‘zijn’ voor vrouwen. Ze hebben dus tijd nodig om te verwerken dat de zin toch niet om mannen gaat. Vrouwen hebben daar geen moeite mee. In de Volkskrant gaf Redl de volgende verklaring: ‘We vermoeden dat meisjes al vroeg gedwongen worden daar een neutrale betekenis aan te geven: anders gaan teksten namelijk nooit over hen.’

Bij het gebruik van het persoonlijk voornaamwoord ‘hij’ hadden beide geslachten moeite om te begrijpen dat de zin zowel op mannen als op vrouwen slaat. Als een leerling honger heeft, kan hij naar de eetzaal, werd dus lastiger begrepen.

Stereotypes hebben invloed

Daarnaast keek Redl naar stereotyperingen. Deze bleken ook invloed te hebben op hoe de zin werd opgevat. Bij het lezen van een mannelijke naam, gekoppeld aan een activiteit die geassocieerd wordt met vrouwen, bleken de proefpersonen verward. Iedereen was zijn yogaoefeningen aan het doen. Zo was ook Peter goed bezig met een oefening. Bij het lezen van de naam Peter werd vaak de eerste zin opnieuw gelezen. Dat bleek anders bij een zin over een vrouw die een typisch mannelijke activiteit doet. Iedereen was zijn voetbaltrucs aan het oefenen. Zo was ook Laura al urenlang met de bal bezig. Met deze zin hadden de proefpersonen minder moeite.

In de Volkskrant noemt de onderzoeker de oplossing: gebruik neutrale meervouden. Niet: ‘iedereen heeft recht op zijn eigen mening’, maar: ‘mensen hebben recht op hun eigen mening’. Redl promoveert op 21 januari op haar onderzoeksresultaten.