Auteur: Louise Cornelis
Sla een schrijf handboek open of ga naar een schrijfcursus en ze vliegen je om de oren: de moeten’s en mag-niet’s van goed schrijven. Je moet bijvoorbeeld concreet en beeldend schrijven, de lezer aanspreken, goed structureren, de tekst netjes afwerken, enzovoort. En je mag niet: lijdende vormen gebruiken, clichés, jargon, te moeilijke woorden, te makkelijke woorden, enzovoort – vooral de lijst mag-niet’s is makkelijk uit te breiden. Van zulke lijstjes zakt de schrijfmoed me in de schoenen, vooral van de mag-niet’s. Als ik die allemaal serieus neem, krijg ik geen letter meer op papier. Altijd is er een risico dat ik er eentje overtreed. Want een woord dat niet te moeilijk is, is al gauw te makkelijk. En hoe vind ik een alternatief voor het cliché dat in mijn hoofd zit en dat zó uit mijn pen zou kunnen rollen? Want zo zijn clichés: die schrijf je lekker makkelijk op, maar ja, dat mag dus niet. Wat dan wel?