Digitale journalistiek

Digitale journalistiek: trial and error
Tabletcomputers, zoals de iPad en de Samsung Galaxy, veroveren in een stormachtig tempo de markt. Uitgevers van kranten en tijdschriften volgen de ontwikkelingen met argusogen. Bang om de boot te missen, willen ze hun titels zo snel mogelijk beschikbaar maken voor dit nieuwe medium. Maar hoe moet dat? En hoe zit het intussen met journalisten en andere tekstprofessionals? Moeten zij anders gaan werken? Anders denken? Anders schrijven misschien?
In een serie van drie artikelen verkennen we dit terrein. We praten achtereenvolgens met denkers over digitale journalistiek, de makers ervan en – tot slot – met lezers. In deze eerste aflevering de denkers: Bas Broekhuizen (Universiteit Leiden), Joris van Heukelom (Maker-street, voorheen Sanoma Digital), Koen Denolf (Het Salon, Gent) en Erwin van der Zande (Bright Magazine).

‘Je voelt aan je water dat dit het begin is van een nieuw tijdperk.’ Hoofdredacteur Philippe Remarque van de Volkskrant had eind december 2010 geen spoor van twijfel bij de lancering van zijn dagblad op de iPad. ‘Met een lome veeg over het touchscreen blader je door de krant. Je kunt inzoomen op een artikel in de krantenopmaak, of met een tikje een prettig tekstformaat tevoorschijn toveren. De foto’s zijn kristalhelder.’

Jungle

De iPad is nu ruim anderhalf jaar op aarde. Sindsdien wordt er heel wat nagedacht, afgepraat en gecongresseerd over de kansen van journalistieke media op tabletcomputers. Veel uitgevers en bladenmakers zijn op zoek naar een begaanbare (en winstgevende) weg door de jungle van de mogelijkheden. De tablet is een hype. Tegelijkertijd rukt de nuchterheid op. Op een drukbezochte MediaTest-ontbijtsessie in maart 2011 (‘Een app, wat moet ik ermee?’) kwamen uitgeefprofessionals tot de slotsom dat de tablet lang niet voor alle titels meerwaarde biedt. Weliswaar is de komende jaren een enorme groei te verwachten van ‘tabletpenetratie’, maar digitale media staan voorlopig nog in de kinderschoenen. Een uitgeversreus als Sanoma kiest er daarom bewust voor om sommige titels wel en andere niet op de iPad beschikbaar te stellen. Veel redacties willen wel, maar de uitgevers moeten eerst maar eens een duidelijke meerwaarde bovenop een papieren uitgave verzinnen, stelde Eric Shriber (Sanoma Digital).

Meerwaarde

Wat zou die meerwaarde kunnen zijn? En welke gevolgen heeft een overstap op het tabletformaat voor de schrijvers van teksten? We vragen het aan Joris van Heukelom (twitterprofiel: ‘a decade of digital mistakes and successes’), tot 1 juli 2011 verantwoordelijk voor de digitale portfolio van Sanoma Media, de grootste uitgever van (digitale) magazines in Nederland (onder andere Margriet, Viva, AutoWeek en linda). Op 1 juli is hij opnieuw begonnen: als partner van MakerStreet, een kersvers bedrijf dat ‘customized digital media’ ontwikkelt. ‘Ik heb wel een iPad, maar geen glazen bol,’ zegt hij. ‘Ik kan niet voorspellen hoe het verder gaat. Maar ik denk dat de manier om verhalen te vertellen via touchscreen zich de komende vijf jaar sterk zal ontwikkelen. We zijn nu nog nergens.’

Tijd nodig

Van Heukelom vergelijkt het met de ontwikkelingen in het toneel, de film en de televisie. ‘Daar heeft de semantiek zich geleidelijk ontwikkeld. Op tv zie je dat goed. De eerste journaals waren gesproken dagbladen. Ook bij magazines is er veel veranderd, maar dat heeft wel tijd nodig gehad.’ Digitale media via touch interfaces staan aan het begin van precies zo’n ontwikkeling, denkt Van Heukelom. ‘Wat we tot nu toe gedaan hebben is: klassieke media bij elkaar sprokkelen. Men neme een tekst, een foto, een videootje, een audiootje en dat voegen we samen. Maar dat grijpt nog niet op elkaar in, het heeft geen effect op elkaar. Van digital storytelling, dat helemaal in de beginfase staat, heb ik slechts enkele voorbeelden gezien, waarvan één mij echt raakte: We feel fine van Jonathan Harris, een Amerikaan die op verschillende manieren data aggregeert om daar verhalen van te maken. Een ander project van hem is The Whale Hunt, een verslag van een walvisvaart. Het heeft de vorm van een timeline met allerlei gegevens: tekst, foto’s, video’s, maar ook zijn hartslag. Als het spannend wordt, zie je in die timeline zijn stressniveau stijgen. Dat is boeiende verslaglegging. Als een verslaggever in Tripoli dat ook zou doen zou het een wereldwijd succes zijn.’

Gewoontedieren

Stellen mediaconsumenten dit type verslaggeving op prijs? Veel lezers zijn gewoontedieren. Ook op een tablet zien ze het liefst iets wat op een klassiek tijdschrift lijkt. Althans, dat veronderstelt Bas Broekhuizen, docent nieuwe media aan de Universiteit Leiden (opleiding Journalistiek en Nieuwe Media), tevens zelfstandig adviseur en trainer op het gebied van nieuwe media. In het verleden werkte hij een kleine tien jaar bij de Volkskrant, eerst als internetredacteur, daarna als chef van de videoredactie. ‘Digitale magazines moeten wel op tijdschriften lijken om succes te hebben’, zegt hij. Dat verklaart volgens hem waarom veel digitale media tot nu toe nogal teleurstellen en wezenlijk niet verder komen dan een ‘bewegende pdf’. ‘Mensen snappen dan wat ze voor zich zien, en hoe het werkt. Als iets te veel afwijkt van wat ze gewend zijn, is dat mentaal een te zware belasting. Daar is veel onderzoek naar gedaan. Daarnaast is er het kostenaspect. Er zijn fantastische dingen mogelijk waardoor een digitaal medium in niets meer lijkt op een tijdschrift-zoals-wij-het-kennen, maar dat is duur.’

Uitproberen

Van Heukelom denkt ook dat de mediaconsument een gewoontedier is. Maar gewoonten zijn niet in beton gegoten. Hij verwacht dat de verschijningsvorm van content zal veranderen, net als de manier waarop lezers die content zullen opnemen. ‘Hoe? Weet ik niet. We zullen dingen moeten uitproberen. En dat is moeilijk. Er zijn geen definitieve antwoorden in het digitale tijdperk. Wel is duidelijk dat beeldtaal, mobile publishing op touch devices en gepersonaliseerde media steeds belangrijker zullen worden. Je moet dus beginnen met het onderzoeken van die richtingen, en bereid zijn om dingen snel te starten en eventueel snel weer te stoppen.Als je denkt dat je aan de tekentafel een definitief nieuw digitaal product kunt ontwerpen: forget it. Bijna alle succesvolle internetprojecten, van Google tot Facebook, zijn begonnen met uitproberen. De richtingen zijn groot, de stapjes klein. Elke week worden alleen al in Nederland meer dan tienduizend tablets verkocht. Dat is ongekend. Maar de ontwikkeling van producten en diensten voor dat apparaatje zal veel langzamer verlopen. Dat is een weg van trial and error, en de consument is hier de graadmeter.’

Spekkoper

De wensen van het publiek worden dus bepalend, meer dan de techniek. En daarboven zweeft nog de vraag hoe uitgevers geld kunnen verdienen aan digitale titels. DNY Timesaarvoor moeten ze weer weten wat de consument wil, en dat weet dus eigenlijk niemand. Bas Broekhuizen: ‘Wie dat wél zou weten, was meteen spekkoper. Veel goeroes, ook wetenschappers, claimen te weten wat mensen willen. Ze zeggen dan dat iets ‘moet’, dat de ontwikkelingen een bepaalde kant op ‘moeten’ gaan. Dat er bijvoorbeeld meer bewegend beeld in tijdschriften moet. Ik weet dat nog zo net niet. Er is geen harde waarheid op dit punt. In de oude media bestonden ook grote verschillen tussen kranten en bladen.’ Broekhuizen vindt dat uitgevers eigenlijk eens nuchter onderzoek zouden moeten doen naar het mediagedrag van hun lezers. ‘Het gebeurt nog weinig. Wie het wel doen? Facebook en Google. Die weten precies wat mensen online doen, en soms zelfs waar ze zijn.’

Gewoon begonnen

Van Heukelom, die bij Sanoma veel onderzoek deed naar de mogelijkheden van de iPad, bekent dat hij in het begin van de ontwikkeling eigenlijk nooit lezersonderzoek liet doen. ‘We zijn gewoon begonnen. Je kunt geen onderzoek doen naar iets wat mensen nog nooit ervaren hebben. Dat betekent overigens niet dat we zomaar wat deden. We hebben specialisten in de arm genomen, vormgevers en interaction designers, om op zijn minst te komen met een eerste visie op de manier waarop mensen met digitale magazines zullen omgaan.’ Innovatie is volgens hem vooral te verwachten van publieksbladen, niet van bedrijfsbladen. ‘Je ziet wel steeds meer mediaproducten die geproduceerd worden door adverteerders, maar dat is ook een ‘riskgame’ – en daar houden adverteerders niet van. Mediabedrijven proberen graag iets nieuws, doen dat een paar jaar en stoppen er dan weer mee. Adverteerders gaan risico’s liever uit de weg.’Broekhuizen ziet toch ook de bedrijfsjournalistiek veranderen, om de eenvoudige reden dat een digitale nieuwsbrief goedkoper is dan een papieren tijdschrift. ‘Ook in de markt van relatiemagazines zul je een verschuiving zien van print naar digitaal, afhankelijk van de vraag waar de doelgroep zich bevindt.’

Nieuwe genres

Bas Broekhuizen verwacht ook dat er nieuwe genres zullen ontstaan. Sommige zijn er al, vindt hij, zoals de autoslideshow, het videoverslag en de interactieve infographic. De klassieke (tekst)genres zullen daarnaast blijven, denkt hij, maar wel met kleine wijzigingen, omdat je vanaf het tabletscherm nu eenmaal anders leest. ‘De opmaak zal wel anders worden, aangepast aan het internetmedium. Korte teksten zijn en blijven belangrijk. Maar het is niet waar dat lange teksten niet worden gelezen op internet. Het blijkt zelfs dat ze daar béter worden gelezen, omdat ze bewust gezocht zijn. Als iemand er eenmaal aan begint, leest hij de tekst ook echt.’ De journalist of tekstprofessional zal moeten bijleren, denkt hij. ‘Neem nou de kop boven een artikel. Een kop kan nog zo goed zijn, als het onderwerp er niet in staat, wordt hij niet gevonden door een zoekmachine. De New York Times geeft artikelen daarom twee koppen: een speelse, pakkende kop voor de voorpagina van de website, en een inhoudelijke kop, die aan zoekmachines wordt gevoerd. Maar ook dit is eigenlijk een klassiek principe: je ziet er de aloude kop en chapeau in terug.’

Onder druk

Nu we het over het schrijfambacht hebben: heeft tekst nog toekomst in de digitale beeldcultuur? Joris van Heukelom verwacht dat de verhouding tussen tekst en beeld nog verder zal veranderen. ‘Mensen nemen steeds minder tijd om iets tot zich te nemen en het lezen van een tekst is nu eenmaal arbeidsintensief. Tekst zal wel blijven, maar echte long copy staat zwaar onder druk.’ Dat heeft ook gevolgen voor de tekstschrijver, denkt hij. ‘De output van een journalist hoeft niet per se tekst te zijn. Het kan, het mag, maar zowel in output als in brongebruik zal de journalist toch meer techy moeten worden. Wie content genereert en zichzelf journalist noemt, moet in staat zijn om zowel geluid als beeld als tekst te verzamelen en te produceren. Ik denk dat de meerwaarde van zo’n professionele content producer echt bewezen zal worden.’ Bas Broekhuizen verwacht (‘met een hoop slagen om de arm’) niet dat de behoefte aan tekst zal verdwijnen. ‘Tekst is handig, praktisch en snel. Als je een simpel nieuwsberichtje wil brengen, is tekst het beste. Video heeft dan geen meerwaarde. Tegelijkertijd maakt video veel mogelijk. Het publiek wil dat ook. Multimedialiteit, interactiviteit is mooi, deels als lokkertje – om mensen naar je site te krijgen en daar even vast te houden. Maar als je dieper op de inhoud ingaat, moet je voorzichtig zijn met multimedialiteit. Het is lang niet altijd beter.’

Koen Denolf, ‘magazinestrateeg’ van Het Salon, uitgever van customer media in Gent, publiceerde in februari 2011 een kritisch artikel over digitale magazines: 10 redenen waarom de iPad niet geschikt is voor customer media.
Denolf noemt als bezwaren onder andere tegenvallende bezoekersaantallen, beperkte grafische mogelijkheden en hoge productiekosten. Denolf leest digitale media uit professionele interesse, niet van harte. ‘Er zijn er nog maar weinig die ik echt interessant vind. Project van Richard Branson is interessant, maar het is nog niet wat het moet zijn. Beter vind ik edition29, een magazine voor architecten. De makers realiseren zich zichtbaar dat je een tablet gebruikt in een onrustige context: voor de tv, in je luie stoel. Dat betekent: geen lange teksten, maar veel beeld en korte tekstblokjes waarin je desgewenst kunt beginnen met scrollen.’
Volgens Denolf breekt een goed magazine voor tablets met conventies. ‘Het zou daarom misschien niet eens magazine moeten heten. Zoals een tekstschrijver voor digitale media ook geen schrijver meer genoemd zou moeten worden, maar regisseur van content. Natuurlijk heeft het digitale magazine een periodiciteit die een gedrukt magazine ook heeft – het verschijnt met een bepaalde regelmaat – maar het creëert vooral een experience, het is een etalage waar de makers hun mooiste dingen uitstallen.’
Denolf erkent dat een digitaal magazine op iPad ook voordelen biedt. ‘De kosten van drukwerk en verspreiding vallen weg. Dat schept meer financiële ruimte voor de productie van content. Hoe die eruit ziet? We moeten niet meer denken in termen van tekst en beeld, maar in de mogelijkheden die het medium biedt. En die zijn nog onderontwikkeld. Eén ding is intussen zeker: de lezer heeft geen behoefte aan toeters en bellen. Hij wil goede content. Hoe we die moeten bieden, is nog in ontwikkeling. Iedereen is eigenlijk op zoek naar een goede vorm. Niemand weet het nog. Uitgevers ook niet.’ Hij wil nuchter blijven in de iPad-hype. ‘Dat apparaat krijgt te veel aandacht. Monocle-uitgever Tyler Brulé heeft het mooi gezegd: guys, it’s only a device. We moeten eerst maar eens goed nadenken over waarvoor we de iPad gaan inzetten en welk soort content we hebben of willen brengen, en wat de lezer wil. En o ja, tekst en papier zullen altijd blijven.’

Erwin van der Zande, hoofdredacteur van Bright Magazine, lanceerde op 11 maart Bright Screenzine voor de iPad. Zijn ambitie: een digitaal magazine ‘dat meer is dan een pdf met pageturneffecten’. De Bright-app laat goed zien hoe veelzijdig de tablet is: het magazine bevat naast korte video’s en artikelen onder meer een anderhalf uur durende documentaire en een literair kort verhaal.
Van der Zande ziet zijn ‘screenzine’ als een kans om het beste van verschillende werelden te combineren: ‘We willen de pracht van printmedia evenaren en de vluchtigheid van een website ontstijgen. Een tablet kan bovendien online. Dat stelt je in staat om iets te doen wat op papier niet mogelijk is.’ Nieuwe genres ziet hij nog niet ontstaan. ‘Dat vind ik een groot woord. Ik denk eerder aan kleine formats, zoals live infographics.’ Kopers van de Bright-app reageerden verdeeld, vertelt Van der Zande. ‘De ene helft vond het geweldig, de andere helft was hevig teleurgesteld. Veel kopers van de app willen ook het magazine erbij hebben. Daarom kun je in de volgende editie van ons screenzine een simpele pdf-versie van Bright Magazine kopen en downloaden.’ Een andere verandering is dat het screenzine kleiner wordt (drie à vier redactionele bijdragen in plaats van negen) en goedkoper (€ 0,79 in plaats van € 3,99).
Leest Van der Zande zelf digitale magazines? ‘Minder dan ik had verwacht. Veel titels zoeken niet de vernieuwing op, maar nemen de content uit de printeditie een-op-een over. Ik snap het wel – het is veel goedkoper – maar ik word er niet wild enthousiast van. En hoewel Wired er echt iets van probeert te maken, lees ik dat blad nu toch weer op papier. De extra’s van de iPad-versie wegen nog niet op tegen de voordelen van de papieren editie.’ Van der Zande is op dit moment vooral gecharmeerd van de Vogue Cover Exclusive-app, ‘ook vanwege de kleine omvang’, en post, ‘eigenlijk een soort visuele douche.’ Het is zoeken voor journalisten, ook voor de Bright-redactie. ‘We doen nog veel op intuïtie’, zegt Van der Zande. ‘Een magazine maken is een vak dat al vele decennia bestaat. Ook in webdesign is een soort standaard ontstaan. Maar voor tabletmagazines is het allemaal nog wat vaag, mede door de veelzijdigheid van het apparaat. We concurreren niet alleen met andere magazines maar ook met apps en games.’

In de volgende aflevering van Tekstblad: gesprekken met makers van digitale media. Hoe worden die media nu gemaakt? Wat komt erbij kijken als je echte kwaliteit wilt leveren? Wat zijn de do’s and don’ts voor schrijvers?

De auteurs:
Edwin Lucas zelfstandig tekstschrijver, redacteur van Tekstblad: www.edwinlucas.nl

Marcel Uljee zelfstandig tekstschrijver met belangstelling voor storytelling en functionele teksten: www.uljeeteksten.nl

Edwin Lucas en Marcel Uljee publiceerden in 2007 Het geheim van het schrijven. Tien schrijvers over hun vak; een bundeling vraaggesprekken met schrijvers van verschillende soorten teksten. De interviews verschenen eerder in Tekstblad.

Dit artikel verscheen eerder in Tekstblad nummer 4 van 2011