Drie letters met eindeloos veel betekenissen

Voor een klein land, zit België ingewikkeld in elkaar. Veel Belgen kennen zelf hun staatsstructuren niet precies. Aan passanten valt onmiddellijk de tweetaligheid van het land op. In de geschiedenisles gaat het wellicht over de taalstrijd tussen de Vlamingen en de Walen, of, politiek meer correct, de Nederlandstaligen en de Franstaligen. De Nederlandstaligen wonen in Vlaanderen - bekend van de kust, grootste stad is Antwerpen; de Franstaligen wonen in Wallonië - bekend van de Ardennen, grootste stad is Luik. En Brussel? Brussel is officieel tweetalig, en hoewel de inwoners overwegend Franstalig zijn, kun je er met Nederlands prima uit de voeten. Maar hoe zit het met dat drieletterwoord BHV? En ‘de splitsing van BHV’, die de vorming van een regering bemoeilijkt? We spraken erover met politicoloog Dave Sinardet (Universiteit Antwerpen en Vrije Universiteit Brussel), en doen een poging tot verheldering. De lezer is gewaarschuwd: het is ingewikkeld.

‘BHV’ is een interessante casus omdat je er op zoveel verschillende manieren over kunt praten en schrijven. De ene logica botst met de andere. BHV wordt vaak een ‘symbooldossier’ genoemd, maar het woord symbool heeft twee mogelijke ladingen, de kleinerende: het is maar een symbool, of die uitvergrotende: maar het staat symbóól voor... In de woorden van Sinardet: ‘Politici hebben over de ‘kwestie Brussel-Halle-Vilvoorde’ de voorbije jaren talloze hoogdravende verklaringen over afgelegd, maar het grootste deel van de bevolking ligt er niet van wakker. Wellicht iets meer in Halle en Vilvoorde dan in de rest van het land, maar zelfs daar valt het wel mee’.

Vlaamse separatisten

De groene, Vlaamse rand rond Brussel

Toch is er nog wel iets anders aan de hand. Geografisch gezien is ‘BHV’ de stad Brussel en haar ruime ommeland, de Rand rond Brussel. Die rand, of ‘gordel’, is Vlaams grondgebied maar er wonen in sommige gemeenten meer Frans- dan Nederlandstaligen. Er zijn zelfs verschillende Franstalige burgemeesters. De ‘splitsing van het kiesdistrict BHV’ roept een reactie op: wat verliezen de Franstaligen in de Rand daarmee? Moet er bij die splitsing niet een correctie komen op het feit dat die gemeenten nog steeds Vlaams zijn? En dan lopen de gemoederen al wat hoger op - en misschien eerder bij mensen buiten het gebied dan bij de inwoners zelf.
Omdat de burgemeesters van Wezembeek-Oppem, Kraainem en Linkebeek, drie gemeenten in de Rand, een administratieve fout hebben begaan, zijn zij nooit officieel door de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur benoemd. Ze zijn wel gewoon aan het werk. Hun fout hield in dat ze de oproep voor de verkiezingen aan hun Franstalige inwoners in het Frans hadden verstuurd en niet eerst in het Nederlands. In 1997 stuurde de toenmalige Vlaamse minister Leo Peeters een ‘omzendbrief’ dat dat verplicht was. Sinardet: ‘De socialist Peeters dacht ermee te bewijzen dat hij een goede Vlaming was. Hij heeft er echter vooral het radicaal-francofone FDF een cadeau mee gedaan, want die hebben die burgemeesters uitgeroepen tot halve martelaren. Zo gaat het altijd: de radicalen aan beide kanten van de taalgrens versterken elkaar. Op zich is het zeker legitiem om het Nederlandstalig karakter van de Vlaamse Rand rond Brussel te willen versterken. Maar die omzendbrief is een negatief instrument, die werkt averechts, geen Franstalige gaat er Nederlands door leren.’1

De taalgrens en de faciliteiten

Ieder weldenkend mens snapt dat die omzendbrief een enorme bureaucratische rompslomp met zich meebrengt in gemeenten waar 80% van de inwoners Franstalig is. Waarom zijn het eigenlijk Vlaamse gemeenten? Sinardet legt uit: ‘Vroeger bewoog de taalgrens. Bij de volkstelling werd ook de moedertaal van de bewoners geteld en zo kon een gemeente eerst Franstalig en daarna Nederlandstalig zijn of omgekeerd. In 1963 zijn de taaltellingen afgeschaft en werd de taalgrens definitief vastgelegd. Zo kregen we de eentalige gewesten Vlaanderen en Wallonië, en Brussel werd tweetalig.’
In 1963 zag men al wel in dat de Franstalige inwoners in Vlaamse gemeenten, en de Nederlandstalige inwoners in Waalse gemeenten, niet van de ene op de andere dag de andere taal zouden beheersen en spreken - als ze het al ooit zouden doen. Voor een aantal van die gemeenten met aanzienlijke taalminderheden, werden ‘faciliteiten’ geregeld. Eén daarvan is dat je post van de gemeente in je eigen taal kunt krijgen. De Franstaligen in de zes faciliteitengemeenten rond Brussel zien deze faciliteiten als hun eeuwige recht en de meesten doen geen moeite om Nederlands te leren. Zelfs bij hun Vlaamse bakker kunnen ze in het Frans hun brood bestellen, dus waarom zouden ze? Maar met de vastgelegde taalgrens voor ogen, zeggen de Vlamingen dat de faciliteiten tijdelijk zijn, de ‘bedoeling’ was dat het spreken van het Frans in de Vlaamse gemeenten zou ‘uitdoven’.

Territorialiteit en personaliteit

Sinardet: ‘Hier zie je het “territorialiteitsbeginsel” aan het werk. Waar je bent bepaalt welke taal je spreekt. Als Vlamingen en Franstaligen hierover bekvechten, zegt de Franstalige dat de Vlaming “respect” moet hebben voor het feit dat de ander zijn moedertaal spreekt, en zegt de Vlaming dat de ander “respect” moet hebben voor het feit dat hij in een Vlaamse gemeente woont door Nederlands te leren.’ Het Franstalige standpunt gaat in feite uit van het ‘personaliteitsbeginsel’.
De zaak van de burgemeesters werd onderzocht door een delegatie van de Raad van Europa, die de niet-benoeming nadelig vond ⇒ voor een goed bestuur. De voorzitter van de Europese onderzoekscommissie merkte ook nog op dat, waar men elders in Europa strijdt voor de rechten van minderheden, het in deze gemeenten zelfs gaat om het recht van de meerderheid om in het openbaar bestuur haar eigen taal te spreken. De gemeenteraden moeten officieel in het Nederlands vergaderen.
De Vlaamse overheid hoeft zich echter van deze uitspraken niets aan te trekken, de burgemeesters zijn nog altijd niet benoemd. Sinardet: ‘België heeft het Europese minderhedenverdrag niet geratificeerd. Net als Frankrijk met z’n vele taalminderheden: Bretons, Baskisch, Catalaans, Corsicaans, Duits, ... Een land dat nu lid van de EU wil worden moet dat verdrag ondertekenen, oude leden kunnen het nog steeds laten voor wat het is.’

Electorale belangen van BHV

Terug naar het kiesdistrict Brussel-Halle-Vilvoorde, wat is daar precies mee mis? Omdat het in 1963 één kiesdistrict bleef, ligt het nu verdeeld over het Vlaamse gewest en het Hoofdstedelijk Gewest Brussel. In het ongesplitste kiesdistrict BHV kan je in Brussel en Halle-Vilvoorde voor dezelfde lijsten stemmen. Vanwege de vele Franstalige inwoners van de Rand (dus de delen Halle en Vilvoorde) is dit voordelig voor de Brusselse kandidaten van de Franstalige partijen, maar ook de Vlaamse kandidaten uit Brussel krijgen hun parlementaire zetels alleen dankzij het electoraat uit de Rand. Bij een gesplitst kiesdistrict zou je in de meest voor de hand liggende versie een kieskring Brussel krijgen waar de Vlaamse partijen elk apart weinig zetels zouden halen, en een kieskring Halle-Vilvoorde waar hetzelfde geldt voor de Franstaligen. Er circuleren nog tal van andere splitsingsvoorstellen.
Sinardet: ‘Electoraal gezien is de eventuele splitsing vooral nadelig voor de Franstalige liberalen - de villabewoners uit de rustige groene Brusselse rand. De Franstalige socialisten uit Charleroi of Luik hebben daar eigenlijk weinig gemeen. Als hun voorman Elio Di Rupo de splitsing zou toestaan is dat partijpolitiek gezien logisch. Maar de voorbije jaren is het zo’n symbooldossier geworden dat ook de socialisten niet onder kunnen doen in het “verdedigen van de Franstaligen” hierin. In de onderhandelingen van de voorbije maanden, waar de liberalen niet bij zitten, zie je wel dat men een vrij zuivere splitsing van BHV heeft afgesproken, in ruil voor meer geld voor Brussel, waar de PS wel een belangrijk electoraat heeft.’

Partijdige media

Officieel liggen de standpunten tamelijk zwart-wit en zijn de Franstalige partijen allemaal tégen de splitsing van BHV en de Vlaamse partijen allemaal vóór. Sinardet: ‘En dat geldt opvallend genoeg ook voor de media. Je kunt je toch niet voorstellen dat een journalist bij een of ander sociaal-economisch onderwerp de voornaamwoorden
“wij” en “jullie” of “zij” in de mond neemt, maar ze doen het bij dit onderwerp allemaal, alsof ze zelf volksvertegenwoordigers zijn, of fans van een voetbalclub. “En welke prijs moeten wij daar dan voor betalen?”, vragen ze als het gaat over een “onderhandelde oplossing voor BHV”. (Zie kader) De media gebruiken in hun politieke verslaggeving ook tendentieuze woorden - het zijn al gauw de anderen die “onredelijke eisen” stellen. Voor mijn proefschrift heb ik onderzocht hoe Vlaamse en Franstalige zenders over de communautaire problematiek berichten. De Franstalige media spraken ook vroeger al vrij vaak over de mogelijkheid dat het land België zelf zal splitsen. Met Bye bye Belgium [een nepreportage op de Franstalige zender RTBF waarin gesuggereerd werd dat België die avond uit elkaar was gevallen, de tram stopte aan de taalgrens -fvdl] gingen ze daar heel ver in; dat programma was maandenlang voorbereid en hoewel het ironisch kon lijken, was het dat zeker niet.’
Het ‘probleem’ van BHV lijkt dus in de rand rond Brussel te liggen en niet in het officieel tweetalige Brussel. Maar Brussel is wel degelijk het spiegelbeeldige probleem van zijn rand, want het is een wereldstad die zich net zo naar buiten uitbreidt als andere wereldsteden. In de rand rond Brussel wonen dus mensen die in Brussel hun geld verdienen - ook daarom blijven of gaan ze Frans praten. En ze komen naar de rand omdat het er nog groen en goedkoop is en omdat de stad te druk en te multicultureel is, en omdat de 19 gemeenten van Brussel armlastig zijn, omdat ze slecht worden bestuurd en de voorzieningen er vaak op een te laag peil staan. Sinardet: ‘Ze slapen er, maar het gemeenschapsleven verdort en tegelijk gaan de prijzen van de woningen omhoog. Dat alles heet in Vlaamse termen de “verfransing” van de rand, en de “olievlekwerking” van Brussel die “het Nederlands verdrukt”.’

Zomers gordelen

Met als letterlijke doelstelling om ‘het Vlaamse karakter van de rand te behouden’, organiseert BLOSO, de Vlaamse overheidsinstelling voor sport, jaarlijks op de eerste zondag van september een feestelijke ‘Gordel’. Op die dagfietsen en wandelen rond de honderdduizend Vlamingen routes rond de hoofdstad in hun eigen Vlaanderen: omdat dat samen ‘gordelen’ gezellig is en omdat ze van de natuur houden - en sommigen zwaaien met een leeuwenvlag. Hier en daar liggen er punaises op de fietspaden, maar wie ze heeft gestrooid wordt nooit achterhaald: Franstaligen, of flamingante provocateurs? De Franstaligen daarentegen noemen de Gordel ook wel de ‘encerclement de Bruxelles’, en dat klinkt beklemmender. De remedie ertegen zou een ‘corridor’ zijn die Wallonië met Brussel verbindt en die van de ‘gordel’ dus een hoefijzer zou maken. In het scenario van een heuse ‘élargissement de Bruxelles’ zouden de faciliteitengemeenten waarin de meerderheid van de bevolking Franstalig is, bij Brussel worden gevoegd, en zou de gemeente St.-Genesius-Rode Brussel en Wallonië met elkaar verbinden. Volgens Sinardet is die ‘uitbreiding van Brussel’ geen haalbare kaart. Sommige Vlamingen gebruiken voor het hele idee de wat oorlogszuchtiger term ‘annexatie’.
Sinardet merkt nog op dat in de politiek de stellingen aan het kantelen zijn. ‘Met name Bart De Wever, die met zijn N-VA (Nieuw- Vlaamse Alliantie) de verkiezingen (aan Vlaamse kant) won, beseft dat een verhaal over een Vlaams volk met een Vlaamse identiteit niet meer aanslaat. Hij heeft de angel van het nationalisme uit het discours gehaald. Nu zegt hij dat België als bestuursniveau niet meer werkt en dat er een “confederatie” van autonome delen moet komen. Zijn achterban zingt nog wel de traditionele Vlaams-nationalistische liederen hoor.’

Belg zonder hokje

Dave Sinardet is een bekende Belg en perfect tweetalig. Hij is één van de weinige publieke figuren in België die de taalgrens overstijgt. Hij wordt zowel door Vlaamse als Franstalige media vaak gevraagd en schrijft columns voor De Standaard en Le Soir. Op één en dezelfde column kreeg hij van de lezers van De Standaard de reactie dat hij de Vlaamse beweging verried, en van de lezers van Le Soir dat hij een radicale Vlaamsnationalist was. Sinardet: ‘Blijkbaar ben ik dan toch goed bezig, denk ik dan.’ Hij is als lid van de Paviagroep (die uit Vlaamse en Franstalige academici bestaat) voorstander van een federale (nationale) kieskring: ‘De helft van de Belgische kiezers krijgt een premier op wie ze niet kónden stemmen. Sinds 1974 zijn er alleen nog maar Vlaamse premiers geweest die alleen door Vlaamse kiezers zijn gekozen, want Vlaamse partijen komen niet op in Wallonië. Mocht de Waalse socialist Elio di Rupo premier worden, dan alleen op basis van Franstalige stemmen. Dat is een democratisch tekort in ons systeem - overigens net als in dat van Europa.’

Kiesdistrict BHV en faciliteitengemeenten

‘BHV’ staat voor het kiesdistrict Brussel-Halle-Vilvoorde. Het grondgebied - 1/30ste van België - omvat 35 gemeenten rond Brussel plus het hoofdstedelijk gebied zelf dat nog eens 19 gemeenten omvat. Er wonen 1,6 miljoen mensen, 1/6de van de totale bevolking van België. Eén miljoen mensen wonen in Brussel, 600.000 in Halle-Vilvoorde. De 19 gemeenten van Brussel vormen samen het Hoofdstedelijk Gewest Brussel, de andere 35 gemeenten horen bij het Vlaamse Gewest, de provincie Vlaams Brabant. Voor het openbaar bestuur (van de straatnamen tot en met het bevolkingsregister) is Brussel geheel tweetalig, hoewel het Frans de meest gesproken taal van de stad is en er misschien vanwege ‘Europa’ meer Engels dan Nederlands wordt gesproken. In zes gemeenten in de rand kunnen de Franstaligen om overheidsdiensten in het Frans vragen (de ‘taalfaciliteiten’): Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, St.- Genesius-Rode, Wemmel en Wezembeek-Oppem.
Het Grondwettelijk Hof sprak in 2003 uit dat er een oplossing voor het ongesplitste kiesdistrict moest komen. Sinardet: ‘Aan Vlaamse kant werd dit vertaald als: “BHV moet gesplitst worden”, maar de Franstaligen hadden beter geluisterd of gelezen, “een oplossing” is nog niet per se splitsing. Je zag die verkeerde, partijdige weergave in de Vlaamse media langzaam verdwijnen.’

Stemmen of onderhandelen

De Belgen hebben de keus tussen een ‘onderhandelde oplossing’ (een breed gesteund akkoord tussen regeringspartijen) of een parlementaire behandeling van een splitsingsvoorstel over BHV. Maar eigenlijk is het geen keus, want als de twee taalgroepen het fundamenteel met elkaar oneens zijn kunnen ze een parlementaire behandeling eindeloos rekken. Dit gebeurt doordat de partijen per taalgroep een ‘belangenconflict’ inroepen, wat de parlementaire behandeling met een half jaar opschort.
Toen de christendemocraat Yves Leterme de Vlaamse verkiezingen in 2004 glansrijk won, noemde hij het splitsen van BHV een kwestie van ‘vijf minuten politieke moed’. Alleen zou niet hij, maar de liberale premier Guy Verhofstadt die moed hebben moeten opbrengen. Nadat Leterme de federale verkiezingen van 2007 al even glansrijk had gewonnen, beet hij zelf als premier zijn tanden stuk op BHV. Intussen hebben diverse politici voorstellen voor de splitsing van BHV uitgewerkt. Volgens Sinardet kwam ‘preformateur’ Di Rupo in de zomer van 2010 de Vlamingen nog het meest tegemoet met zijn voorstel om de Franstaligen in de Rand bij de splitsing slechts beperkte rechten te geven (nl. om in Brussel te kunnen stemmen).

Zeven overheden

Bestuurlijk kent België één federale staat, drie gewesten (voor gebiedsgerelateerde zaken zoals ruimtelijke ordening) en drie gemeenschappen (voor persoonsgebonden zaken zoals onderwijs) - dat zijn dus zeven overheden. De Nederlandstaligen (58% van de totale bevolking) hebben voor hun Vlaamse Gewest en Vlaamse Gemeenschap één Vlaams Parlement en één Vlaamse Regering in Brussel: de hoofdstad van Vlaanderen. De Franstaligen hebben een aparte regering voor la Région Wallonne in Namen en een Gouvernement de la Communauté Française (41%) in Brussel, met bijbehorende parlementen.
De Duitstaligen (1%) hebben een eigen Deutschsprachige Gemeinschaft Belgiens in Eupen.
De 19 Brusselse gemeenten vormen samen het Brussel Hoofdstedelijk Gewest (10%). Voor een goed begrip: in Brussel regelen de Franstalige en de Vlaamse Gemeenschap het onderwijs in Franstalige of Nederlandstalige scholen. De provincies vallen binnen de grenzen van de Gewesten. Voor de parlementsverkiezingen is het land verdeeld in kieskringen, en behalve in BHV staan er alleen maar Nederlandstalige lijsten of Franstalige lijsten op het stembiljet. De ‘politieke families’ van de Franstalige en de Nederlandstalige liberalen, katholieken, socialisten en groenen komen niet op elkaars terrein. Dat de separatistische N-VA van Bart De Wever en het Vlaams Belang niet op kieslijsten in Wallonië staan, spreekt voor zich. Het FDF (Fédéralistes Démocrates Francophones) is alleen in BHV actief, en ijvert ervoor om de faciliteitengemeenten bij Brussel te voegen.

1) De Franstaligen in Brussel of in de Rand die hun kinderen naar een Nederlandstalige school sturen, doen dat vanwege de kwaliteit van het onderwijs én vanwege de economische kansen. Weer een ander verhaal.

Dit artikel verscheen eerder in Tekstblad nummer 5 van 2010