Job twittert

Door: Xaviera Ringeling

Laatst mocht ik in een televisieprogramma aan Job Cohen uitleggen hoe Twitter werkt. Daar ik kreeg ik exact 4,5 minuut de tijd voor, dus erg diep kon ik er niet op ingaan. Maar het zette me wel aan het denken. Bij de voorbereidingen van mijn – net niet – 5 minutes of fame, bezocht ik uiteraard het twitterprofiel van Job (ik tutoyeer maar even, nu ik hem les heb gegeven). Mensenkinderen, wat een saai leesvoer was dat. Job is hier, Job is daar, Job doet dit, het was alsof ik toegang tot zijn agenda had gekregen. En hoewel zijn agenda vast vele malen spannender is dan die van mij, had ik toch op meer gehoopt. Meer over wat Job beweegt en minder over waar Job allemaal heen beweegt. Want dat is wat ik moet weten als Job mij met zijn tweets wil overtuigen van een rood rondje bij zijn naam bij de volgende verkiezingen. En waar Job in het echt precies die redelijke, rustige man was op wie ik een stem wil overwegen, weet hij op Twitter totaal niet te boeien. Hoe kan dat toch? De man spreekt perfect Nederlands, is goed opgeleid, kent de kracht van communicatie maar is op Twitter ook al niet in staat om zijn offline charme te vertalen naar zijn online aanwezigheid.

Thuis persoonlijk, buiten formeel
De oorzaak van Jobs falende Twitteravonturen zit niet zozeer bij hemzelf, als wel bij de generatie waar Job toe behoort. Namelijk de generatie van mijn vader. Een generatie die weliswaar nog goed was opgeleid en doordrongen is van alle nuances van onze taal, maar ook de generatie voor wie formeel taalgebruik de norm was. Nog belangrijker: zowel Cohen als mijn vader komt uit een tijd dat vuile was iets voor binnen was, waarbij de definitie van ‘vuile was’ niet veel ruimte overliet om over persoonlijke zaken hardop te spreken.
Ja, en toen was er opeens internet. Voor die generatie uit de jaren vijftig was dat eerst nog prima. Een e-mail sturen naar een collega of zelfs een geliefde, dat was het soort een-op-eencontact dat nog paste bij de belevingswereld van mijn vader. Maar toen we met z’n allen via Facebook en Twitter en andere sites aan duizenden mensen tegelijkertijd gingen vertellen over ons leven, ja toen haakte mijn – best moderne – vader af.

Al dat geklets!
Wil je Twitter of Facebook gebruiken om mensen van iets te overtuigen (‘stem op mij’, ‘koop dit product’, ‘bezoek mijn site’, ‘eet mijn koekjes’ etc.) dan zul je iets van jezelf moeten laten zien. Geen vuile was, maar wel iets eigens. Niet ‘ik ben op dit plein’, maar ‘nu sta ik op het plein waar ik als 8-jarig jongetje mijn eerste ijsje at’. Iets wat je boodschap uniek maakt voor jou en laat zien wat voor mens je bent, en in Jobs geval misschien zelfs dát je een mens bent en niet een product van je imagocoach.
Maar dat is lastig voor de generatie van mijn vader, die geleerd heeft dat persoonlijk voor thuis is en formeel voor buiten. Nu ‘buiten’ via internet zomaar de huiskamer is binnengedrongen, vinden de meesten van hen dat maar lastig (op wat eenzame uitzonderingen na) en laten ze het social web voor wat het is. Het web is voor hen een plek om snel met specifieke anderen te kunnen communiceren en informatie te vergaren. Al dat geklets is maar zonde van de tijd.

‘Ik tweet helemaal zelf hoor’, meldde Job met gepaste trots tijdens de Twitterles. Gelukkig maar, want als hij hiervoor betaald had, had hij een slechte deal gemaakt. Eigenlijk wilde ik hem aanraden om daar nu juist mee te stoppen, met zelf twitteren. Je hoeft helemaal niet alles te kunnen Job, laat het aan iemand over die zich wél gemakkelijk voelt bij het medium en wees daar dan gewoon eerlijk over. Dat is prettiger voor jou en interessanter voor ons. Misschien kunnen jij en mijn pa eens een bakkie doen en je beklagen over die jeugd van tegenwoordig – al hoor ik daar al even niet meer bij.

Bestel hier eerder verschenen nummers.

Dit artikel verscheen eerder in Tekstblad nummer 1 van 2012