Leren via YouTube: het ontwerpen van instructievideo's voor softwaretraining

YouTube video-instructies tipsHoe maak je een goede instructievideo? Acht richtlijnen kunnen helpen om gebruikers goed op weg te helpen – beter zelfs dan een papieren handleiding, zo blijkt uit onderzoek.

Door Hans van der Meij en Jan van der Meij.

Het is bijna onvoorstelbaar dat het immens populaire YouTube pas sinds november 2005 officieel bestaat. Op YouTube staan ontelbare video’s van uiteenlopende aard, waaronder instructievideo’s. Groen en grijs staat door elkaar. Sommige zijn geweldig van opzet, terwijl andere bij wijze van spreken pijn doen aan de ogen. Vrijwel iedereen met een camera en een beetje computervaardigheden kan tegenwoordig wel een video produceren en publiceren op internet. Dat zegt alleen nog niets over de kwaliteit van die video. Het blijkt een hele kunst om een goede video te maken. In dit artikel richten we ons daarop. We concentreren ons op instructieve, inleidende video’s voor softwaretraining. Meer in het bijzonder presenteren we in dit artikel een set van ontwerprichtlijnen die volgens ons leidend zijn voor effectieve instructievideo’s voor het aanleren van software(basis) vaardigheden.

Richtlijn 1. Maak de video toegankelijk

Beschrijving: video’s voor beginnende gebruikers worden vaak bij elkaar geplaatst zodat ze een vergelijkbare functie vervullen als een leshandleiding. De gebruiker moet die video’s gemakkelijk kunnen vinden. Het is dan heel handig als al die video’s direct vanuit een overzichtelijke website kunnen worden geopend.

Onderbouwing: Een belangrijk facet van de bruikbaarheid van instructies betreft hun toegankelijkheid. Volgens Bethke, Dean, Kaiser, Ort en Pessin (1981) kan informatie gemakkelijk vindbaar worden gemaakt als ontwerpers aandacht besteden aan de consistentie van de informatie, verschillende ingangen bieden tot de informatie, en als het arrangement aansluit bij de wijze waarop de gebruiker naar informatie zoekt. 

Richtlijn 2. Gebruik een combinatie van een animatie en een vertelling

Beschrijving: voor video’s over softwaregebruik is een demonstratie met gesproken toelichting het meest geschikt. Vanwege de verstaanbaarheid gaat de voorkeur uit naar een echte stem in plaats van een computergegenereerde vertelling.

Onderbouwing: de combinatie van bewegende (computer)beelden met gesproken woorden staat bekend als een optimale vorm van multimediagebruik (Mayer, 2005). De beelden doen een beroep op het visuele systeem van de gebruiker; de vertelling spreekt het verbale systeem aan. De gebruiker wordt zodoende minder snel overbelast omdat hij een beroep kan doen op verschillende informatieverwerkingskanalen. Het multimedia­effect is sterker als de informatie uit beide systemen aanvullend is, in plaats van herhalend of losstaand.

Richtlijn 3. Maak het tempo niet te hoog of te traag en geef de gebruiker enige controle

Beschrijving: om het voor de gebruiker boeiend te houden, moet de video voldoende tempo hebben. Om het voor de gebruiker begrijpelijk te maken, is het vooral belangrijk het tempo niet te hoog te maken. De ontwerper moet er dus voor zorgen de video snel genoeg te maken om de aandacht van de gebruiker vast te houden en tegelijkertijd traag genoeg te maken zodat de gebruiker de tijd heeft om de informatie te verwerken. Er zijn twee maatregelen waarmee zo’n balans kan worden gerealiseerd. De eerste betreft het ontwerp van de video zelf. Het tempo van de vertelling in de video is leidend. Het uitgangspunt is de snelheid van een conversatie. Hiervoor is enig uitproberen met iemand van de doelgroep vaak nodig. 

De andere maatregel is de video voorzien van een knoppenbalk waarmee de gebruiker vooruit en achteruit kan bewegen in de video en deze zelf kan starten, pauzeren en stoppen.

Onderbouwing: volgens het Beperkte Capaciteit Model (Lang, 2006) is het voor de gebruiker een uitdaging om het tempo van de steeds afwisselende beelden bij te benen. Een praktische tip om dit in het ontwerp van de video te realiseren, is het aanhouden van een tempo zoals dat gewoonlijk wordt gebruikt in een conversatie (Morian & Swarts, 2012). Een andere mogelijkheid is de keuze aan de gebruiker te laten. Door bijvoorbeeld het pauzeren en terugspoelen van een video zorgt de gebruiker zelf voor de juiste afstemming van het informatieaanbod en de informatieverwerking (Tversky, Bauer­Morrison & Betrancourt, 2002). 

Richtlijn 4. Begin met een vooruitblik

Beschrijving: een vooruitblik voorziet de gebruiker van een overzicht. Hij krijgt een beeld van een startpunt, de belangrijkste taakkenmerken en het eindpunt. Door een begin­ en eindsituatie te tonen, wordt de gebruiker geïnformeerd over belangrijke mogelijkheden van de software. Zo’n overzicht heeft ook een motiverend effect. Daarbij informeert de vooruitblik de gebruiker vaak over de betekenis van jargon en worden menu’s of schermobjecten aangeduid.

Onderbouwing: een vooruitblik heeft een vergelijkbare functie als een samenvatting vooraf: de gebruiker voorbereiden op wat gaat komen (Mayer, 2005). De vooruitblik dient als anker of schema.

Richtlijn 5. Geef voornamelijk procedurele informatie

Beschrijving: voor de gebruiker staat de taakuitvoering centraal. De gebruiker moet zelf met de software aan de slag kunnen. De video moet zich dan ook richten op het bijbrengen van de belangrijkste vaardigheden. Basistaken moeten regelmatig worden uitgevoerd en een video moet dan ook ondersteuning geven aan het leren en onthouden ervan.

Onderbouwing: het minimalisme benadrukt het principe dat de gebruiker vooral hulp moet krijgen in het leren uitvoeren van taken (Van der Meij & Carroll, 1998). Alleen conceptuele informatie die direct bijdraagt aan dat doel krijgt een plaats in de vertelling – vandaar het credo ‘doe meer met minder’. Om de gebruiker te ondersteunen in het onthouden van de informatie wordt in een procedurele video vaak een net iets langer dan strikt noodzakelijke pauze ingelast. Na de demonstratie van een taak wordt dan een denkpauze van 2 tot 5 seconden aangehouden. Deze pauze geeft de gebruiker even rust om na te denken over wat hij gezien heeft. De pauze geeft een reflectiemoment. Het is een belangrijke en subtiele manier om het leren te ondersteunen (Spanjers, Van Gog, & Van Merriënboer, 2012).

Richtlijn 6. Maak de instructies helder

Beschrijving: instructievideo’s over basistaken moeten de gebruiker informeren over de meest inzichtelijke, prototypische aanpak en niet meer dan dat. Demonstraties van alternatieve methoden en uitgebreide toelichtingen zijn ongewenst. De gebruiker wordt bij voorkeur in de gebiedende wijs (‘Kies Invoegen’) kort maar krachtig verteld wat hij moet doen om de taak te realiseren. Het kan handig zijn de aandacht van de gebruiker te trekken met een signaleringstechniek, zoals inzoomen.

Onderbouwing: een instructievideo moet zo zijn ontworpen dat een gebruiker deze gemakkelijk kan volgen en zich een accuraat beeld kan vormen van de taakuitvoering (Tversky e.a., 2002). Met andere woorden: een video moet ondersteuning geven aan het mentale plan dat de gebruiker moet ontwikkelen. Een instructie bestaat meestal uit drie onderdelen: condities (af en toe), acties en gevolgen. Tussen beide laatste onderdelen is vooral de afwisseling van belang.

Richtlijn 7. Maak een video niet te lang

Beschrijving:om boeiend te blijven en de gebruiker niet te overladen met informatie wordt geadviseerd de duur van een video te beperken tot 1 minuut. 

Onderbouwing: een video voorziet een gebruiker voortdurend van nieuwe informatie. Om zo’n doorlopende stroom te kunnen verwerken, is segmentatie soms noodzakelijk (Spanjers e.a., 2012). Omvangrijke taken kunnen het best worden opgedeeld in kleinere, betekenisvolle deeltaken die in aparte video’s worden gepresenteerd.

Richtlijn 8. Nodig uit om na het kijken te oefenen

Beschrijving: om een optimaal trainingseffect van video’s te bereiken, is het noodzakelijk dat gebruikers hun kennis leren toepassen. Ze kunnen hun vaardigheden het best trainen met speciaal geprepareerde oefenbestanden.

Onderbouwing: alleen het bestuderen van een video leidt niet tot de vaardigheid om een taak uit te voeren. Oefening is nodig om te leren handelen met een softwareprogramma en om te gaan met kleine verschillen in bijvoorbeeld instellingen of bestanden (Ertelt, 2007).

Tot slot

In verschillende experimenten hebben wij vastgesteld dat instructievideo’s die gebaseerd zijn op deze richtlijnen betere effecten opleveren dan een papieren leshandleiding. We konden aantonen dat gebruikers door de video meer gemotiveerd werden en dat ze meer vaardigheden hadden aangeleerd en onthouden.

Literatuur

Bethke, F. J., Dean, W. M., Kaiser, P. H., Ort, E., & Pessin, F. H. (1981). Improving the usability of programming publications. IBM Systems Journal, 20, 306­320.

Ertelt, A. (2007). On-screen videos as an effective learning tool. The effect of instructional design variants and practice on learning achievements, retention, transfer, and motivation. Doctoral dissertation, AlbertLudwigs Universität Freiburg, Germany.

Lang, A. (2006). Using the limited capacity model of motivated mediated message processing to design effective cancer communication messages. Journal of Communication, 56, 557­580. doi: 10.1111/j.1460­2466.2006.00283.x

Mayer, R. E. (2005). The Cambridge handbook of multimedia learning. Cambridge, NY: Cambridge University Press.

Morain, M., & Swarts, J. (2012). YouTutorial: A framework for assessing instructional online video. Technical Communication Quarterly, 21, 6­24. doi: 10.1080/10572252.2012.626690

Spanjers, I. A. E., Van Gog, T., & Van Merriënboer, J. J. G. (2012). Segmentation of worked examples: effects on cognitive load and learning. Applied Cognitive Psychology, 26, 352­358. doi: 10.1002/acp.1832

Tversky, B., Bauer­Morrison, J., & Betrancourt, M. (2002). Animation: Can it facilitate? International Journal of Human­ Computer Studies, 57, 247­262.

Van der Meij, H., & Carroll, J. M. (1998). ‘Principles and heuristics for designing minimalist instruction’. In John. M. Carroll (Ed.), Minimalism beyond the Nurnberg Funnel. Cambridge, MA: MIT Press.

Abonnement of losse nummers bestellen?

Wil je meer lezen over tekstschrijven, taal en communicatie? Bestel dan een los nummer van Tekstblad of neem direct een abonnement.

Dit artikel verscheen eerder in Tekstblad nummer 3 van 2013