Lezers zijn nare mensen

Door: Louise Cornelis

Vervelende lui, die lezers. In de eerste plaats zijn ze dom. Dan heb je het voor jouw gevoel zo luid en duidelijk uitgelegd, snappen ze het nog niet. Mooie handleiding, doen ze het nog fout. Hopelijk kom je daar dan in de pre-test achter, en niet als er al een fikse oplage is gedrukt. ‘Maar het stáát er toch?’ verzucht je dan. Ja, maar lezers zijn dom, ze hebben niet jouw voorkennis, en dan snappen ze het dus niet, hoe logisch het ook is. Dan zijn ze ook nog eens lui. Als ze een klein beetje meer moeite zouden doen, zouden ze er wél uitkomen. Maar dat doen ze dus niet. In plaats van zelf even kijken of puzzelen, hebben ze je al een mail teruggestuurd: wat bedoel je dan, waar is het dan, waar heb je het over, hoe laat beginnen we? Of ze hebben de mail al weggeklikt, de brochure weggegooid, of ze zijn alweer terug naar Google om een volgend zoekresultaat te proberen. Bovendien zijn ze egocentrisch. Ze brengen het niet op om rustig te lezen wat jij allemaal voor interessants te verkondigen hebt, als dat niet in hun eigen belang is. Dus als jij als schrijver niet gauw luid en duidelijk antwoord geeft op de vraag ‘what’s in it for me?’, zijn ze óók alweer weg.

Een vierde onhebbelijkheid

Deze drie vervelende eigenschappen van lezers ken ik al langer. Recentelijk is het belang van een vierde me pas echt helder geworden. Over hoe vervelend die eigenschap is, valt te twisten; je moet er als schrijver wel rekening mee houden. Ik bedoel behoudzucht, conservatisme. In een onderzoek van onder andere Tilburgse taalbeheersers werden rechtbankbrieven herschreven. De originele versies stonden vol met jargon en typisch juridische formuleringen zoals verwijzingen naar wetteksten. De herschreven brieven waren ‘gewoner’ en lezergerichter gemaakt. Desalniettemin scoorden de originele versies positiever voor wat betreft het imago van de rechtbank, vooral onder lager opgeleide lezers. Waarschijnlijk speelde daarin een rol dat een rechtbank nou eenmaal juridisch hóórt te schrijven, ook al is dat onbegrijpelijk. Iets soortgelijks vonden we in onderzoek waar ikzelf recentelijk bij betrokken was: sommige lezers vinden dat een adviesrapport wollig hoort te zijn, dus een vlot geschreven rapport komt minder professioneel over.

Geen samenvatting als er geen samenvatting op staat

Uit datzelfde onderzoek naar adviesrapporten, met studenten van de ru Groningen uitgevoerd, lieten we ook proefpersonen snel een mini-samenvatting geven van een adviesrapport. Dat deden we in twee versies: een traditionele, met generieke kopjes als ‘conclusie’ en ‘aanbevelingen’, en een andere, met ‘krantenkoppen’ die de boodschap samenvatten. De inhoudsopgave was daardoor al een mini-samenvatting. De proefpersonen zagen dat echter niet, en raakten ervan in de war, omdat ze de vertrouwde termen als ‘conclusie’ en ‘samenvatting’ niet vonden. De enkele proefpersoon die wel doorzag dat de inhoudsopgave inhoudelijk was, vertrouwde het niet: dat kón gewoon niet waar zijn. Je moet er als schrijver dus rekening mee houden dat lezers dom, lui en egocentrisch zijn, en ook nog eens dat je geen al te afwijkende dingen met ze doet, ook al zijn die beter voor ze. Naar volk, lezers. En ik kan het weten. Ik lees zelf namelijk ook. En dan ben ik geen haar beter.

 


Bestel hier eerder verschenen nummers van Tekstblad.

Dit artikel verscheen eerder in Tekstblad nummer 2 van 2011