Wat het ontleden van columns ons leert over genreregels

‘Regels voor columns? Wat een onzin. De column is een vrij genre.’ Dit soort reacties waren niet van de lucht toen in het najaar van 2011 het boekje Check je column van Anne Boerrigter en Eric Tiggeler uitkwam. Het is het eerste Nederlandse boekje met schrijftips voor columns en blogs. En nee, harde regels voor columns zijn er niet. Maar je kunt columnisten die meer uit hun teksten willen halen, wel degelijk zinvolle richtlijnen geven.

Door Anne Boerrigter en Eric Tiggeler

Columns op de snijtafel

De weinige literatuur die er over columns schrijven bestaat, stelt unaniem dat er vrijwel geen regels zijn. De column is een genre waarin de schrijver alle vrijheid heeft. Zodra je criteria geeft voor een goede column, wordt er een nieuwe geschreven die je criteria onderuithaalt. In die visie is het enige wat de kwaliteit bepaalt, het unieke talent van de schrijver. Klopt dat wel? Nee. Natuurlijk, met een checklist voor columns in de hand klimt de schrijver van de lezerscolumn uit het lokale sufferdje niet op tot het niveau van Henk, Aaf of Youp. Bij zo’n aan de persoonlijkheid gebonden tekstsoort als de column spelen de visie, originaliteit en taalvirtuositeit een belangrijke rol. Toch kan een columnist in spe wel leren van die gevestigde grootheden. Want als je geslaagde columns op de snijtafel legt, ontdek je vanzelf een aantal patronen. Manieren van opbouw, stijlmiddelen en andere gereedschappen die goede columnschrijvers vaak gebruiken.

Wat maakt een column goed?

Pak eens een column uit de krant die je sterk vindt, en een die je minder waardeert. Stel jezelf dan de volgende vragen:

  • Wat is het onderwerp?
  • Wat is de invalshoek?
  • Wat is het standpunt?
  • Hoe is de column opgebouwd?
  • Hoe prikkelend is de openingszin?
  • Hoe bevredigend is het slot?
  • Hoe vind je de stijl?
  • Wat voor retorische middelen ontdek je?

Aan de hand van deze en andere vragen hebben we bij het voorbereiden van ons boek Check je column (2011) een verzameling van enkele tientallen columns geanalyseerd. Dat betekent niet dat we op een wetenschappelijke manier de kenmerken van geslaagde columns hebben vastgesteld, maar onze uitvoerige analyses leverden wel een goed beeld op van de succesfactoren. In dit artikel beschrijven we een aantal van die succesfactoren.

Fundament: onderwerp, invalshoek en standpunt

De eerste drie vragen – over onderwerp, invalshoek en standpunt – gaan over het fundament van een column. Minder sterke columns zijn vaak gebouwd op een wankel fundament. Je ziet dat bijvoorbeeld bij de onderwerpkeuze in de ‘column van de voorzitter’ in het blad van de branchevereniging. De voorzitter van de mkbvereniging wil een stukje schrijven over de toenemende leegstand van winkelpanden. Voor zijn column zou het genoeg zijn als hij het probleem illustreert en de noodzaak duidelijk maakt om de leegloop in winkelstraten te keren. Maar de verleiding is groot om ook de problemen met toenemende criminaliteit, de te lage straffen voor winkeldiefstal en de hoge parkeertarieven in de binnensteden erbij te betrekken. Het gevolg: vlees noch vis. Geen puntige column, geen overtuigend betoog.

Dat keuzeprobleem zien we vaker bij niet-professionele columnschrijvers. Er komen te veel onderwerpen aan de orde. Ook merken we vaak dat het onderwerp, het standpunt of de invalshoek niet verrassend, niet origineel genoeg is. Professionele columnisten maken dit soort fouten minder vaak. Wie columns schrijft voor zijn vak, weet dat je moet vechten om aandacht en dat je lezers boeit door je te onderscheiden: niet alleen door te focussen, maar ook door te verrassen en durf te tonen. Originaliteit is een basiseis.

Kortom, de drie pijlers onderwerp, invalshoek, standpunt zijn het fundament van een column. Als een column inhoudelijk niet stevig is, ligt dat vaak aan het wankelen van een van deze drie pijlers. Een column met een saai standpunt kan gered worden door een originele invalshoek; de column is dan inhoudelijk misschien niet zo sterk, maar amuseert door de manier waarop de schrijver het onderwerp belicht.

Een voorbeeld is de column Bang mannetje van Katinka Polderman.

Er was eens een bang mannetje. Het mannetje woonde in een klein landje, met dijken eromheen, keurig geasfalteerde wegen en voedsel voor iedereen. […] Eigenlijk was er dus niets om bang voor te zijn. Maar dit bange mannetje was doodsbenauwd. Voor mensen. […] Mensen die er iets anders uitzagen dan hij omdat hun huid bruiner was dan de zijne, mensen die een taal spraken die hij niet verstond, of mensen met twéé kleine boekjes waarin stond wie ze waren, in plaats van één. Het bange mannetje had natuurlijk een bootje kunnen kopen om te vluchten naar een onbewoond eiland, verlost van alle onbegrijpelijke mensen. Maar dat deed hij niet. Hij richtte een clubje op waar alle bange mensen zich bij aan konden sluiten. En die mensen zou hij nog banger maken […]. Eerst met verhalen over De Moslims, maar toen iedereen dat beu was moest hij iets nieuws bedenken. Het werden De Polen. Er kwam een meldpunt […]. En het bange mannetje? Dat leefde nog lang en bang.

Hoe zit het in deze column met de keuze voor onderwerp, standpunt en invalshoek? Poldermans onderwerpkeuze was niet bijster origineel. Het ‘Polenmeldpunt’ van de PVV was in die week een hot topic. Idem voor Poldermans standpunt: ‘Wilders is eigenlijk een bange man’. Maar de specifieke manier van belichten – als een sprookje – maakt het toch een vermakelijke column.

Stijl: het belangrijkste?

Columnist Theodor Holman verkondigde in Vrij Nederland (in een artikel over de beste columnist, 21 januari 2012) dat een column in de eerste plaats leuk geschreven moet zijn. ‘Vorm is voor mij veel belangrijker dan inhoud.’ Aaf Brandt Corstius ging in datzelfde artikel nog verder: ‘Een column gaat voor negentig procent over stijl, en voor maar tien procent over inhoud.’ Niet iedereen zal het daarmee eens zijn. Er zijn columnisten die meeslepende columns produceren over huis-tuin-enkeukenthema’s, maar er zijn ook columnisten met een inhoudelijke missie (denk aan politieke of andere betogende columns). Dat neemt niet weg dat stijl een belangrijke succesfactor is voor een sterke column. Sterker nog, veel lezers herkennen hun favoriete columnisten aan hun kenmerkende stijl. De eenwoordsalinea’s van Martin Bril, de ellipsen in de scheldkanonnades van Youp van ‘t Hek, de hyperbolen van Renske de Greef. Hoewel veel columnisten een herkenbare eigen stijl hanteren, kun je, als je hun columns kritisch bekijkt, toch zien dat ze putten uit dezelfde gereedschapskist. Een steekproef: we slaan een willekeurige Sylvia Witteman open, de column iPad, die begint over de gewoonte van sommige mensen om voortdurend hun interieur te veranderen.

Dames in de betere prijsklasse verfijnen dit tijdverdrijf op ook financieel uitputtende wijze door regelmatig en geheel overbodig een bestaande, zo goed als nieuwe keuken of badkamer te laten verwijderen en te vervangen door een nieuw, modieus exemplaar, met als extra bijkomstigheid dat hun huis op den duur onverkoopbaar wordt door al die hoogst particuliere fratsen (rare tegeltjes, een uit een Oost-Zeeuws klooster weggebroken pompbak van drie bij vier, een geveltuintje met vleesetende planten).

Een opstapeling van hyperbolen in een zin van ruim zeventig woorden, volgestopt met tot in het belachelijke doorgetrokken, overspecifieke voorbeelden, culminerend in een drieslag (een herhaling in drie delen) die de particuliere fratsen op een hilarische manier illustreert. In die ene zin zit veel van de stijl van Witteman, maar in haar voorliefde voor hyperbolen en drieslagen staat ze niet alleen. Die komen voor in onze top 5 van meest gebruikte stijlmiddelen in columns:

  • Ellips
  • Drieslag
  • Beeldspraak
  • Hyperbool
  • Herhaling

Het is niet verwonderlijk dat columnisten van deze stijlmiddelen houden. Ellipsen (onaffe zinnen en eenwoordzinnen als Makkelijk zat en Verschrikkelijk!) trekken de aandacht. Ze maken de stijl levendig, persoonlijk, spreektaalachtig en ritmisch. Beeldspraak en hyperbolen maken de column overtuigender en grappiger. En ook herhaling (van woorden, van klanken, van hele zinsdelen) en drieslag zijn populair: ook daarmee bewerkstellig je ritme, vaart, overtuigingskracht en humor.

Columns op de snijtafel: (on)zinnig?

Columns op de snijtafel leggen is leuk werk: je krijgt zicht op de anatomie van een goed stukje. Van het skelet (onderwerp, invalshoek, standpunt) tot en met het vlees aan de botten, de stijl. In vogelvlucht hebben we hier twee voorbeelden van laten zien. Het ontleden van columns leidt niet tot harde regels. Natuurlijk is het niet zo dat je automatisch goede columns schrijft als je ‘verplichte onderdelen’ gebruikt: tenslotte draait het in columns ook om iets ongrijpbaars, om het hart en de ziel van je stukje. Maar toch, als je een column schrijft en een slappe alinea ontdekt, of een redenering die niet van de grond komt, kun je je voordeel doen met de inzichten uit onze anatomische lessen. Een ander zinsritme of een goede beeldspraak is dan misschien precies wat die passage nodig heeft.

Bronnen

Anne Boerrigter en Eric Tiggeler, Check je column. Schrijftips voor rake columns en blogs. Sdu Uitgevers, Den Haag, 2012.
Katinka Polderman, ‘Bang mannetje.’ In: Spits, 15 februari 2012.
Coen Verbraak, ‘De beste columnist. Over stukjestikkers en schrijfdenkers.’ In: Vrij Nederland, 21 januari 2012, nummer 3, jaargang 73, pagina 26-35.
Sylvia Witteman, ‘iPad’. In: Inflatiekroketten. Over geld en werk. De Bijenkorf, 2012.

Meer lezen over columns? www.columntips.nl.Anne Boerrigter

Anne Boerrigter is columnverslaafd, werkt als tekstschrijver bij het Taalcentrum-VU en geeft daar workshops columns schrijven.

Eric TiggelerEric Tiggeler werkt bij het Taalcentrum-VU en schrijft handboeken over taal en communicatie. Hij blogt op www.schrijfgids.nl.

 

Dit artikel verscheen eerder in Tekstblad nummer 2 van 2012