De lijdende vorm gebruiken: wanneer wel en wanneer niet?

20-03-2017

lijdende vorm gebruiken vermijden tips“Er wordt door hen medegedeeld dat hij vandaag zal worden benoemd tot leidinggevende.” Op zich is er niets mis met deze zin. Toch leest hij waarschijnlijk niet echt prettig. Dat komt doordat het een zin in de lijdende vorm is en dat is niet altijd een handige formulering. In dit artikel kom je te weten wanneer je de lijdende vorm beter niet of juist wel kunt gebruiken.

Wat is de lijdende vorm?

De lijdende vorm wordt ook wel de passief genoemd en bestaat standaard uit een combinatie van een hulpwerkwoord (‘worden’ of ‘zijn’) en een voltooid deelwoord. Een voorbeeld hiervan is ‘De politie wordt verafschuwd.’ De lijdende vorm geldt ook wel als tegenhanger van de bedrijvende of actieve vorm. In actieve zinnen is het onderwerp van de zin ook de handelende persoon, zoals in ‘Zij verafschuwen de politie’. In de bedrijvende vorm is het onderwerp van de zin juist niet de handelende persoon, maar veelal het lijdend voorwerp uit de actieve zin. Het onderwerp uit de actieve zin staat dan vaak in een ‘door’-bepaling, die soms ook weg te laten is. Zie onderstaand voorbeeld:

Actief: De jongens bespreken het met hun meester.
Passief: Het wordt (door de jongens) met hun meester besproken.
Passief: Het is (door de jongens) met hun meester besproken.

Kritiek op de lijdende vorm

Verschillende adviesboeken, zoals de Schrijfwijzer van Jan Renkema, drukken tekstschrijvers op het hart om vooral actieve zinnen te gebruiken. Mensen zouden de lijdende vorm droog of statisch vinden. Passieve zinnen komen namelijk vaak voor in wetenschappelijke publicaties of ambtelijke teksten. Bovendien kan de lijdende vorm een tekst onpersoonlijk maken. De handelende persoon verdwijnt immers naar de achtergrond als je een passieve constructie gebruikt. Vooral veelvuldig gebruik van de lijdende vorm kan een tekst onnodig complex maken.

Wanneer kan de lijdende vorm wel nuttig zijn?

Het kan echter soms nuttig zijn om de uitvoerende instantie weg te laten, een optie die de lijdende vorm aanbiedt. Daarom kan de lijdende vorm wel degelijk nuttig zijn. Taaladvies bespreekt een aantal redenen om te kiezen voor een lijdende vorm:

  1. De handelende persoon is niet bekend.
  2. Er is geen sprake van een handelende instantie, bijvoorbeeld bij het woord ‘er’ (Er wordt momenteel een nieuw kantoor gebouwd.).
  3. De handelende persoon is niet relevant of de schrijver wil hem om een andere reden vaag houden (Dit nieuws is gisteren bekendgemaakt.)
  4. De schrijver wil de handeling in plaats van de handelende persoon centraal stellen (Er wordt vandaag een restaurant geopend.). 
  5. De schrijver wil afwisselen met actieve zinnen, bijvoorbeeld zinnen met het formele ‘men’ (Men vindt dat deze tekst saai is. De tekst wordt ook als langdradig bestempeld.)
  6. De schrijver wil zinnen beter op elkaar laten aansluiten (Zij ontvingen gisteren een lintje. Dat werd hen overhandigd door de burgermeester.)
  7. De schrijver wil de ik-persoon vermijden in bijvoorbeeld een scriptie (In paragraaf 5 wordt de probleemstelling besproken.).
  8. De lijdende vorm is nodig vanwege volgorde-effecten (zie het voorbeeld bij punt 6: ‘dat’ staat vooraan, omdat het terugslaat op de al bekende informatie ‘een lintje’). 

Afwisseling

De lijdende vorm kan dus zeker nuttig zijn. Als je te veel passieve zinnen gebruikt, kan een tekst echter saai en onpersoonlijk worden. Afwisseling lijkt dus het sleutelwoord. Probeer zowel actieve als passieve zinnen in een tekst te gebruiken om je lezer optimaal tevreden te stellen.

Bronnen

Onrust, M., Verhagen, A., & Doeve, R. (1993). Formuleren. Houten/Diegem: Bohn Stafleu van Loghum.

Taaladvies