Wanneer gebruik je wel en geen hoofdletters bij namen?

01-03-2017

Hoofdletters bij namenHet is bekend dat je in het Nederlands elke zin begint met een hoofdletter. Ook eigennamen als Jan of het Rode Kruis krijgen een hoofdletter. Maar hoe zit het met namen voor godsdiensten of met een woord als ‘eskimo’? In dit artikel zetten we de belangrijkste regels voor het gebruik van hoofdletters bij namen nog eens voor je op een rijtje.

Eigennamen versus soortnamen

Eigennamen van personen, dieren, plaatsnamen of instanties en bedrijven schrijf je altijd met een hoofdletter. Juist is dus ‘Jan de Vries’, ‘de Rijn’ en ‘Restaurant De Fransche Slag’. Alleen als een bedrijf of instantie een bedrijfsnaam met een kleine letter heeft geregistreerd, gebruik je geen hoofdletter aan het begin. De geregistreerde schrijfwijze is dan leidend. Voor soortnamen gebruik je daarentegen altijd kleine letters. Het moet dus zijn ‘een vijftiger’, ‘een rottweiler’ en ‘een koningin’. Sommige eigennamen zijn soortnamen geworden, bijvoorbeeld ‘een aspirientje’. In dit geval gebruik je een kleine letter.

Achternamen met voorzetsels en lidwoorden

Het wordt ingewikkelder als een achternaam van een persoon met een voorzetsel, zoals ‘van’, of met een lidwoord begint. In Nederland (maar niet in België) schrijf je een voorzetsel of lidwoord met een kleine letter als er een intiiaal, familienaam of voornaam voor staat. Het is dus ‘Marie de Vries’, terwijl je in ‘mevrouw De Vries’ het lidwoord ‘de’ met een hoofdletter hoort te schrijven.

Aanspreekvormen

In de lopende tekst schrijf je aanspreekvormen en afkortingen daarvan altijd met een kleine letter. Dit geldt voor ‘mevrouw’ en ‘meneer’, maar ook voor bijvoorbeeld ‘professor’ of ‘doctorandus’, evenals voor ‘prof.’ en ‘dr.’.

Afleidingen van persoonsnamen

Een afleiding van een persoonsnaam begint altijd met een kleine letter. Zo schrijf je ‘een freudiaanse vergissing’ en ‘het marxisme’. Alleen als je het hebt over een voorwerp dat gemaakt is door een bepaalde persoon, gebruik je een hoofdletter om dit voorwerp te beschrijven. Het is dus ‘een Picasso’ met een hoofdletter.

Samenstellingen met persoonsnamen

Als een woord een samenstelling vormt van een persoonsnaam met een ander woord, dan gebruik je een hoofdletter aan het begin van het woord. Zo schrijf je ‘de Erasmushogeschool’. Alleen als er geen duidelijk verband meer is tussen de persoon en het voorwerp, dan gebruik je een kleine letter. Woordenlijst.org noemt daarbij ‘beatlehaar’ als voorbeeld. Dit haar wordt door iemand anders dan de Beatles gedragen en schrijf je daarom met een kleine letter. Dit geldt ook voor bijvoorbeeld ‘het downsyndroom’. Het is echter wel ‘het syndroom van Down’, omdat hierbij wel expliciet naar de ontdekker wordt verwezen.

Namen van plaatsen

Aardrijkskundige namen schrijf je altijd met een hoofdletter. Dit geldt ook voor bijvoorbeeld gebergtes, zoals ‘de Alpen’. Ook samenstellingen en afleidingen die zijn gebaseerd op een aardrijkskundige naam beginnen met een hoofdletter. Zo is het ‘een Zuid-Amerikaan’. Windstreken worden daarentegen met een kleine letter geschreven. Daarom is het ‘het noorden van Nederland’. Alleen in een aardrijkskundige naam, zoals ‘Zuid-Afrika’, gebruik je wel een hoofdletter voor de windstreek.

Namen van talen

Je schrijft talen ook met een hoofdletter, maar een uitzondering op die regel vormen woordcombinaties van talen met een woord als ‘standaard-‘ of ‘oud-‘. In dit geval krijgt het voorvoegsel de hoofdletter en valt de hoofdletter bij de taal weg. Daarom moet het zijn ‘Nieuwgrieks’ in plaats van ‘Nieuw-Grieks’. Een subjectieve benaming van een taal krijgt een kleine letter, zoals in ‘steenkolenengels’.

Namen van volkeren

Volgens Woordenlijst.org zijn er drie regels voor hoofdlettergebruik bij namen van volkeren:

  1. De naam voor een bevolkingsgroep of een lid daarvan schrijf je met een hoofdletter als het om een afleiding van een aardrijkskundige naam of om een specifiek volk gaat (‘een Groningse’ of ‘een Eskimo’).
  2. Je gebruikt een kleine letter voor een overkoepelende term voor etnische groepen (‘een indiaanse’).
  3. Je gebruikt geen hoofdletter als een benaming gebaseerd is op een (geloofs)overtuiging (‘een hindoestaan’ en ‘hindoestaanse’).

Stromingen en overtuigingen

Een woord dat verwijst naar een culturele maatschappelijke, religieuze of artistieke stroming, begint met een kleine letter. Ook samenstellingen of afleidingen van die woorden en de aanhangers van zo’n stroming krijgen een kleine letter. Zo is het ‘de islam’, ‘een boeddhist’ en ‘de rooms-katholieke kerk’.

Bron en overige regels

De informatie in dit artikel is gebaseerd op informatie van Woordenlijst.org. Dit zijn de belangrijkste regels voor het gebruik van hoofdletters en kleine letters bij eigennamen en soortnamen. Voor meer regels, kun je het artikel op Woordenlijst.org raadplegen.