Wanneer gebruik je 'zijn' of 'haar' en 'hij', 'zij' of 'het'?

29-03-2017

verwijswoorden zijn of haar hij zij of hetVerwijswoorden zijn voor veel Nederlanders nogal een ding. Is het ‘Het kabinet bedankt haar voorzitter’ of bedankt het kabinet ‘zijn voorzitter’? Met de nodige regelkennis en een woordenboek erbij is dat in feite helemaal niet zo lastig. Wij zetten de regels nog eens voor je onder elkaar.

Verwijswoorden en woordgeslacht

De keuze voor het juiste verwijswoord is afhankelijk van het woordgeslacht van het zelfstandig naamwoord waarnaar je verwijst. Dit kan mannelijk, vrouwelijk of onzijdig zijn en is soms te herkennen aan het lidwoord dat voor het zelfstandig naamwoord staat. Zelfstandig naamwoorden met het lidwoord ‘het’ zijn altijd onzijdig. Hiernaar verwijs je met ‘het’ en ‘zijn’. De-woorden zijn daarentegen mannelijk of vrouwelijk. Hiernaar verwijs je respectievelijk met ‘hij’ en ‘hem’ en met ‘zij’ en ‘haar’. Het onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke woorden kun je vaak vinden in een woordenboek of op websites als Encyclo.nl.

Voorbeelden:
Het kabinet (m) bedankt zijn voorzitter.
De overheid (v) is niet tevreden over haar nieuwe regeling.
Het stoplicht (o) is niet geliefd. Veel mensen verafschuwen het.

Mannelijke én vrouwelijke woorden

Er bestaan echter ook woorden die zowel mannelijk als vrouwelijk kunnen zijn. Denk maar aan zelfstandig naamwoorden voor dieren (‘de kat’ of ‘de eekhoorn’). Over het algemeen beschouwt men deze woorden als mannelijk, tenzij duidelijk is dat het om iets of iemand van het vrouwelijke geslacht gaat.

Verwijswoorden bij bedrijfsnamen

Soms gebruiken mensen de verwijswoorden ‘zij’ en ‘haar’ onterecht ten overvloede. Dit is bijvoorbeeld weleens het geval bij bedrijfsnamen. Voor bedrijfsnamen geldt echter over het algemeen dat ze onzijdig zijn. Je hoort dus met ‘het’ en ‘zijn’ naar bedrijfsnamen te verwijzen. Een uitzondering op die regel zijn bedrijfsnamen die een duidelijk de-woord vormen. Bij deze bedrijfsnamen is het verwijswoord afhankelijk van het woordgeslacht van het de-woord. Het is bijvoorbeeld ‘de Spar en zijn medewerkers’, maar ‘de Taalunie en haar team’. Dit geldt ook voor bedrijfsnamen die een afkorting zijn. De KvK is bijvoorbeeld mannelijk, omdat ‘kamer’ een mannelijk woord is.

Voorbeelden:
Het CBR heeft kritiek gekregen op zijn rij-examens. Het is daardoor erg van slag. (onzijdig)
Philips heeft onlangs zijn nieuwe lamp uitgebracht. (onzijdig)
De Sdu is een bekende uitgeverij dankzij haar boeken. (u staat voor ‘uitgeverij’, een vrouwelijk woord)
De KNVB en zijn leden zullen daar niet bij aanwezig zijn. (B staat voor ‘bond’, een mannelijk woord)

Bronnen

Onze Taal over verwijswoorden
Onze Taal over bedrijfsnamen
Taaladvies