Het omgekeerde is waar - Over de stijl van Marcel van Dam

Door Edwin Lucas

Waaraan herken je een auteur? Aan zijn stijl, onder andere.
In dit vierde deel van een onregelmatig verschijnende serie over stijl ligt Volkskrant-columnist en oudpoliticus Marcel van Dam onder het vergrootglas.
Eerdere afleveringen, over de stijl van Geert Mak, Jan Blokker en Aaf Brandt Corstius, verschenen respectievelijk in Tekstblad 2006/2, Tekstblad 2007/4 en Tekstblad 2010/5&6.

Bij de Tweede Kamerverkiezingen op 12 september jl. is de Partij van de Arbeid de tweede partij vaN Nederland geworden. Lijsttrekker Diederik Samsom is erin geslaagd de kiezers terug te winnen die tot twee weken voor de verkiezingen nog hun stem op de SP leken uit te brengen. Een knappe prestatie, want de voortekenen waren lange tijd niet gunstig. Op de PvdA is de laatste jaren veel kritiek geweest. De partij zou zwak oppositie hebben gevoerd tegen het rechtse kabinet-Rutte. Belangrijker nog: volgens sommigen heeft de PvdA haar principes verloochend. Een van de felste criticasters van de partij in dit opzicht is de man die ooit namens de sociaaldemocraten staatssecretaris en minister was: Marcel van Dam. Op de Forum-pagina in de Volkskrant volgt hij de PvdA sinds 1991 in wekelijkse columns die in de loop der jaren steeds bitterder zijn geworden. Marcel van Dam
Volgens Van Dam heeft de PvdA al vanaf medio jaren tachtig haar sociaal-democratische beginselen verkwanseld. De partij zou zijn opgeschoven naar het midden en het dominante paradigma van het neoliberalisme hebben omarmd. Sindsdien heulen de sociaaldemocraten volgens hem met degenen die vinden dat de markt alles beter kan dan de overheid. Met een verwoestend effect: een grote achterstand van een groeiende groep mensen met lage inkomens. Ze zijn in de steek gelaten – ook (of vooral) door de PvdA.

De vaak vlijmscherpe stukjes van Van Dam worden met argusogen gelezen. De column van 4 mei 2006 (‘Wouter Bos pakt de ouderen’), waarin hij de toenmalige partijleider aanviel op zijn plannen voor de fiscalisering van de AOW, wordt door de PvdA-top zelfs nog steeds gezien als een van de belangrijkste oorzaken van de verkiezingsnederlaag die de partij in november van dat jaar leed (Max van Weezel, Vrij Nederland, 30 november 2009).

Over de strekking van de columns kan inderdaad geen misverstand bestaan. De teksten, meestal zo’n 700 woorden lang, zijn geschreven in kraakhelder Nederlands. ‘Zeer leesbaar’ heeft een recensent ze genoemd.Dat is zonder meer juist. Op het eerste gezicht lijkt er eigenlijk niets bijzonders over de stijl van zijn columns te zeggen. Is dat echt zo? In dit artikel leg ik de stijl van Marcel van Dam onder de loep. Het begrip stijl definieer ik daarbij, in navolging van Peter Burger en Jaap de Jong, als ‘de keuze die een schrijver maakt uit mogelijke formuleringen om zijn gedachten vorm te geven. Die keuze heeft betrekking op woorden, zinsbouw en structuur en wordt mede bepaald door onderwerp, doel, publiek en genre.’
Ook columnist Marcel van Dam maakt bewuste keuzes. De (volgens mij) meest opvallende keuzes heb ik geïnventariseerd in de columns die tussen 1 januari 2010 en 30 juni 2012 in de Volkskrant stonden. Naar alle teksten verwijs ik hier met de publicatiedatum. Ten slotte probeer ik de stijlkenmerken betekenis te geven.

1. Tegenstelling

Eigen woningbezit is op zichzelf goed voor de volkshuisvesting en goed voor de spaarzin van de bevolking. Mensen met een eigen huis zorgen beter voor hun woning dan huurders, ze verhogen meestal de kwaliteit en hebben de mogelijkheid hun huis als een extra aanvullend pensioen te gebruiken. Maar het bevorderen van het eigen woningbezit werd een ideologische dwangneurose met funeste gevolgen.’ (14 april 2011)

Het is Van Dams meest typerende stijlkenmerk: de tegenstelling. In bovenstaand fragment krijgt de heldere uiteenzetting in de eerste twee zinnen een wending in de derde zin, waar de andere kant van de zaak wordt aangekaart (en in de column vervolgens nader uitgewerkt). Kenmerkend voor Van Dam zijn antithetische formuleringen met woorden als niet, nooit, maar, integendeel. Nog een paar voorbeelden:

Rotterdam in vier jaar werkloosheidsvrij’ opende de Volkskrant. Het betreft niet zozeer een plan om de stad werkloosheidsvrij te maken, maar bijstandsvrij.’ (14 januari 2010)

‘Ik begrijp daaruit dat het afschaffen van de overdrachtsbelasting, het verminderen van de hypotheekrenteaftrek en het vrijer maken van de huurwetgeving de huizenmarkt weer van het slot zal halen. Ik denk dat het tegendeel het geval zal zijn. Want niet de huizenmarkt zit op slot, maar de portemonnee van de potentiële kopers.’ (14 april 2011)

Bij de PvdA denkt men: als wij gaan vechten tegen die bierkaai blijven we te lang buitenspel. Daarom schurken we er maar tegen aan. Maar het omarmen van de kaders voor het sociaal-economisch beleid die door de vrijemarktideologen zijn gesteld zullen de PvdA dwingen steeds opnieuw mee te doen aan een verdere afbraak van de verzorgingsstaat, ten koste van de hoofddoelstellingen van de sociaaldemocratie.’ (19 mei 2012)

Typerend is het gebruik van het tegenstellende voegwoord Maar aan het begin van de zin in het eerste en laatste voorbeeld. Van Dam laat zijn hoofdzinnen graag met dit voegwoord beginnen. ‘Maar de gewone Griek is net zo schuldig aan de crisis als de gewone Nederlander.’ (30 juni 2011). Hierdoor wordt de tegenstelling syntactisch geïsoleerd en daardoor nog eens extra benadrukt.

2. Correctie

De AOW wordt helemaal niet onbetaalbaar. De suggestie dat de huidige gepensioneerden worden bevoorrecht boven de werkenden is misleidend.’ (23 juni 2011)

Verwant aan de tegenstelling is de correctie. Graag corrigeert Van Dam een algemeen erkende, maar volgens hem onjuiste voorstelling van zaken, een communis opinio.

Het CDA en de PvdA zoeken oorzaken van hun neergang en willen weten wat ze moeten doen om het tij te keren. Commissies die eerder antwoorden zochten kwamen altijd tot de conclusie dat de partijen er onvoldoende in slaagden hun boodschap over het voetlicht te krijgen. Nooit was de conclusie dat de kiezers aan hun boodschap geen boodschap meer hebben. Toch is dat het echte probleem.’ (6 oktober 2011)

Overigens, wie denkt dat het bovenstaande bewijst dat gepensioneerden zo welvarend zijn omdat ze zoveel meer belasting gaan betalen, heeft het mis.’ (23 juni 2011)

‘ “Cohen verkoos eigen principes boven politieke strategie”, schreef hij. Het omgekeerde is waar. Cohen verloochende eigen principes ter wille van een politieke strategie.’ (29 september 2011)

3. Doceren

Inkomstenbelasting is progressief. In alle beschaafde landen betalen mensen die meer verdienen meer belasting omdat ze makkelijker kunnen bijdragen aan gemeenschapsvoorzieningen. Daarom kennen we vier belastingschijven. In de onderste schijf betalen we 34 procent belasting (en premie), in de hoogste schijf 52 procent.’ (1 juli 2010)

Op veel plaatsen ziet een column van Marcel van Dam eruit als een stukje uit een leerboek. Vaak lijkt een sociologie- of economiedocent aan het woord die de zaken voor de lezer nog eens helder op een rij zet. Hierbij hoort het gebruik van opsommingen (‘Ten eerste… ten tweede….’), het gebruik van relatief korte, eenvoudig gebouwde zinnen zonder komma’s, en hoofdzinnen die beginnen met woorden als Daarom, zoals in bovenstaand en onderstaand voorbeeld.

Bestaanszekerheid kent verschillende componenten. Ten eerste een inkomen dat is gerelateerd aan het welvaartsniveau van de samenleving. Daarom moet in een progressief akkoord als doelstelling worden opgenomen het uitbannen van de armoede, gedefinieerd volgens de Europese armoededefinitie: iedereen die minder dan 60 procent van het middelste inkomen verdient, is arm.’ (14 juli 2011)

De grens tussen feit en mening is overigens niet scherp. Niet zelden formuleert Van Dam op docerende toon een opinie of stelling als een vaststaand feit. In beide volgende voorbeelden is dat het geval.

De huidige problemen op de woningmarkt zijn vooral veroorzaakt door het kunstmatig opjagen van het eigen woningbezit.’
(14 april 2011)

Kenmerk van het populisme is dat de meerderheid het zonder meer voor het zeggen moet hebben, ook als ze ongelijk heeft.’ (30 juni 2011)

4. Opstapelen van argumenten; naar een climax toewerken

Neem de steun van de PvdA aan het pensioenakkoord. De FNV is hopeloos verdeeld (…) Bovendien accepteren die bonden niet dat de werknemers alle risico’s moeten dragen van het renderen van het pensioenvermogen.’ (22 september 2011)

De constructie met ‘Neem’ is typerend voor Van Dam. Deze formulering suggereert dat héél veel fout zit; eigenlijk te veel om op te noemen. ‘Neem de opwinding over pedofilie.’ (11 augustus 2011). In een column is slechts ruimte voor exemplarische behandeling van enkele punten – alsof hij één rotte appel pakt uit een grote afvalbak vol bedorven fruit. Zo’n gesignaleerde misstand blijkt vervolgens ook nog eens erger te zijn dan gedacht. Van Dam werkt daarbij, argument op argument stapelend, naar een climax toe, met formuleringen als ‘bovendien’, ‘daar komt nog bij’, of ‘tot overmaat van ramp’.

‘Nog erger was de manier waarop de PvdA de steunverlening aan Griekenland mogelijk maakte.’ (22 september 2011)

Maar er is meer: sommige veronderstellingen zijn politiek van aard. Zo gaat het CPB ervan uit dat de collectieve lastendruk, het totale bedrag aan belastingen en premies, tot 2040 gelijk moet blijven (…) Maar in de komende decennia zullen de belastinginkomsten vanzelf stijgen.’ (19 mei 2012)

Maar er is meer. Het nieuwe stabiliteitspact van de EU bepaalt dat begrotingen in evenwicht moeten zijn. Ook dat heeft de PvdA geaccepteerd.’ (19 mei 2012)

5. Hyperbool (overdrijving), beeldend taalgebruik

‘De volkeren van Europa snakken naar een nieuw evenwicht tussen het superkapitalisme en humanitaire waarden. De PvdA staat voor het dilemma dat nieuwe evenwicht te helpen bevechten of stapje voor stapje te capituleren voor een ideologie waartegen de partij juist is opgericht.’ (19 mei 2012)

Marcel van Dam is niet bang voor grote woorden. De ‘volkeren van Europa’, ‘snakken’, ‘bevechten’, ‘capituleren’: daar zit geen greintje ironie bij. Hij zet zijn argumenten kracht bij door middel van hyperbolen, vaak in de vorm van beeldspraak. De bijstand staat ‘op de tocht’ (14 januari 2010), laagbetaalden zijn de ‘gevangenen van monsterbezuinigingen’ (1 juli 2010) en ‘de moderne apartheid is in opmars’ (28 juli 2011). Nederland wordt ‘overspoeld door de privatiseringsgolf’ (7 juni 2012) en gaat gebukt onder ‘de gesel van het populisme’ (11 augustus 2011). Politici doen er maar weinig aan; zij lijden aan verschillende verschijningsvormen van ‘dwangneurose’ (14 april 2011, 7 juni 2012).
Van de PvdA is al helemaal niets te verwachten, want die heeft haar sociaal-democratische principes ‘geofferd op het altaar van de macht’ (19 januari 2012).

Nog enkele voorbeelden:
Het zal moeilijk genoeg zijn daar overeenstemming over te bereiken omdat ook de linkse partijen hun ideologie ondergeschikt hebben gemaakt aan een amoreel pragmatisme dat besmet is met het populistische virus.’ (14 juli 2011)

Veel sociaal-democratische wethouders zijn enthousiaste collaborateurs van het Haagse af braakbeleid. In Rotterdam worden de behoeften van mensen in de bijstand ondergeschikt gemaakt aan de behoeften van werkgevers in de tuinbouwkassen.’ (19 januari 2012)

Het effect van de stijlkenmerken

Verder verwijderd van de huis-, tuin- en keukencolumns van Aaf Brandt Corstius of Sylvia Witteman kunnen de stukjes van Marcel van Dam niet zijn. Ditjes en datjes uit het persoonlijke leven van de auteur moet je met een lampje zoeken, en dan nog vind je ze niet. Dit zijn zonder uitzondering persuasieve, retorische teksten: de schrijver is er nadrukkelijk op uit om de lezer binnen de hem toegemeten 700 woorden te overtuigen van zijn standpunt. Van Dam doet daarbij geen poging zijn stellingname te concretiseren aan de hand van alledaagse gebeurtenissen of omstandigheden, zoals veel columnisten doen (‘Toen ik laatst bij de bakker stond…’). Daarmee laat hij de kans liggen om zijn maatschappijopvatting een concreet, menselijk gezicht te geven. Zijn teksten zijn van een vrij hoog abstractieniveau. Ook humor is ver te zoeken. In deze columns is het niet gezellig. Het is ernst, vaak bittere ernst.
De scherpe debater Van Dam zoals we die kennen uit zijn tijd als kamerlid en tv-presentator, zien we in de columns terug. Zijn krantenstukjes zijn dialectisch, antithetisch: hij weerlegt of bestrijdt wat anderen vinden of denken. De vele tegenstellingen (op het microniveau van formulering en zinsconstructie) passen daarbij. Ze sorteren een polemisch effect: de auteur is het oneens met wat de meerderheid vindt. Van Dam neemt stelling, vaak negatief; dat wil zeggen tegenover anderen, en dan met name de PvdA.

Die tegenstellingen vinden hun pendant in de docerende stijl. Het effect daarvan is dat we iemand aan het woord zien die rotsvast overtuigd is van zijn gelijk. Marcel van Dam legt het ons, die het nog steeds niet snappen, nog één keer uit. Zijn columns lijken te kort om dat gelijk helemaal aan te tonen.
In deze retorische strategie past het gebruik van hyperbolen en beeldende taal. Als oppositievoerder tegen het kabinet-Lubbers viel Van Dam al in de jaren tachtig op door zijn plastisch taalgebruik. Zo voorspelde hij dat Jan Splinter niet door de winter zou komen en fabriceerde hij tot grote ergernis van de toenmalige premier Lubbers het neologisme ‘belubberen’ (‘de gewone man belazeren’).
In de columns zetten bloemrijke stijlfiguren en overdrijvingen zijn argumenten extra kracht bij. Ze dramatiseren de situatie waartegen Van Dam zich afzet (‘gevangenen van monsterbezuinigingen’, ‘overspoeld door de privatiseringsgolf’). Het effect is dat zijn eigen verzet ertegen nog eens extra gewicht krijgt.

Stijl en wereldbeeld

Marcel van DamVolgens Marcel van Dam heeft de PvdA vanaf 1986 de mensen met de laagste inkomens aan hun lot overgelaten. De Nederlandse verzorgingsstaat, opgebouwd door de sociaal-democratie in vele jaren van politieke strijd, wordt sindsdien systematisch afgebroken en omgevormd tot een asociaal stelsel naar Amerikaans model. Deze stelling verkondigt Van Dam sinds jaar en dag, in boeken, een tv-documentaire (De onrendabelen, 2009), interviews, tv-optredens en in de honderden columns die hij sinds 1991 in de Volkskrant heeft gepubliceerd.

De stijl van Van Dam past bij deze overtuiging. Met tegenstellingen en correcties (‘Het omgekeerde is waar’), hyperbolen en dramatische beeldspraak (‘collaborateurs van het afbraakbeleid’) bestrijdt hij een maatschappelijke en politieke verandering die naar zijn diepste overtuiging van kwaad tot erger vervalt. Zelfkritiek of twijfel aan de eigen standpunten heeft hij niet, of laat hij niet zien. Hij vindt zijn columns ook niet de plaats om de argumenten van tegenstanders te onderzoeken. Of de verzorgingsstaat misschien aan de een of andere vorm van revisie toe is, is bijvoorbeeld een vraag die hij niet onderzoekt. Van Dams stellingname en stijl zijn consequent en consistent. Of hij met zijn stukjes ook zijn doel bereikt, is vers twee. Met de docerende stijl, vol pedant vertoon van zijn morele gelijk, neemt hij een groot risico, blijkens kwalificaties die je al na een vluchtig rondje zoeken via Google vindt, zoals ‘ouwe drammer’, ‘betweter’, ‘rode brombeer’ en ‘verzuurde mastodont’. De wereld is gek geworden, niet ik; dat is de teneur van Van Dams stukjes. Na honderden drammerige columns rijst onvermijdelijk de vraag: zou het omgekeerde waar kunnen zijn?

Ik doe dat mede aan de hand van de Checklist Nederlandse stijlmiddelen die door de Leidse stijlwetenschapper Arie Verhagen is ontwikkeld, geïnspireerd door Geoffrey Leech and Mick Short: Style in Fiction, A Linguistic Introduction to English Fictional Prose. 1st ed. 1981. 2nd ed. Harlow, 2007. (English Language Series). De checklist maakt het mogelijk om in relatief korte tijd een substantiële hoeveelheid relevante stijlkenmerken van een tekst te benoemen.

Marcel van Dam

Marcel van Dam (1938) studeerde sociologie en begon zijn loopbaan in 1969 als ombudsman bij de VARA. In 1973 stapte hij over naar de politiek. In het kabinet-Den Uyl (1973-1977) was hij staatssecretaris van Volkshuisvesting voor de PvdA. Van 1977 tot 1981 was hij lid van de Tweede Kamer. In het kabinet-Van Agt II (1981-1982) was hij minister van Volkshuisvesting; daarna werd hij weer Tweede-Kamerlid.
In de jaren tachtig was Van Dam presentator van het VARA-programma De achterkant van het gelijk. Daarin dreef hij gasten uit de politiek, het bedrijfsleven en de wetenschap met socratische vragen in het nauw. Van 1986 tot 1995 was hij voorzitter van de VARA. Daarna werkte hij tot 2005 mee aan het tv-programma Het Lagerhuis.
Sinds 18 september 1991 is hij politiek commentator en columnist voor de Volkskrant . Een selectie van de columns werd in 2007 gebundeld in het boek Het lange afscheid. De titel slaat op Van Dams toenemende kritiek op de PvdA, waarmee hij eind 2003 brak. Op 22 november 2006 kondigde hij in zijn Volkskrant-column aan voortaan op de SP te zullen stemmen.

  • De columns van Marcel van Dam zijn te vinden op de website van de Volkskrant.
  • NBD|Biblion, H.H.M. Meyer.
  • Peter Burger en Jaap de Jong, Handboek Stijl. Adviezen voor aantrekkelijk schrijven. 2e dr. Den Haag, 2009. Citaat op pagina 19.

Dit artikel verscheen eerder in Tekstblad nummer 4 van 2012