Hardloop- en schrijfambities

Door: Louise Cornelis

Elk jaar ga ik kijken bij de Rotterdamse marathon.Mijn man doet daaraan mee; afgelopen april liep hij die in 3 uur 13 en behoorde daarmee tot de beste 10% van het deelnemersveld (goed hè?). Als ik hem voorbij heb zien komen, blijf ik wel eens staan om naar de rest van het deelnemersveld te kijken. Na een tijdje trekt de achterhoede dan voorbij, de mensen voor wie het een hele toer wordt om de tijdslimiet van 5 uur te halen. Ik heb daar altijd wat ambivalente gevoelens bij. Enerzijds is het super dat zij sporten en met deelname aan de marathon doen ze geen vlieg kwaad (al kan een marathon lopen met onvoldoende training wel degelijk schadelijk zijn voor de gezondheid). Anderzijds vraag ik me wel eens af: waarom doe je jezelf dit aan? Houd het lekker bij 10 kilometer hardlopen, of zoek een sport die beter bij je lichaam past.

Met schrijven doe je niemand kwaad

Eenzelfde ambivalentie overvalt me ook wel als ik verzeil op weblogs of blader in eigen-beheer-boeken. Geweldig dat zo veel mensen schrijven, en ze doen daar niemand kwaad mee. Maar publiceren, moet dat nou? Nou is een weblog of een boek schrijven een onschuldige hobby. Maar ook bij zakelijke teksten denk ik: waarom moet dit, waarom doe je jezelf en de lezer dit aan? Van diverse professionals aan wie ik werk uitbesteed, zoals een accountant, een aannemer en een computerdokter, krijg ik voorstellen, offertes en rapporten die tenenkrommend slecht geschreven zijn. Van het rapport met een advies voor een funderingsprobleem van ons huis heb ik alleen de slotparagraaf gelezen, en die snapte ik niet omdat in de cruciale zin met het advies (helemaal aan het eind) een jargonwoord stond dat ik niet kende. column > Hoeveel heb ik eigenlijk voor dat rapport betaald? Opvallend vind ik verder vooral de neiging tot stijve, clichématige schrijftaal. ‘Hopende u hiermede voldoende te hebben geïnformeerd’ kan ik niet rijmen met de hippe kerel die mijn computerprobleem vlot oplost. Onbeholpenheid met schrijven is dat, vermoed ik, geen lezer voor ogen hebben, en denken dat het nou eenmaal zo hoort.

Uitbesteden aan vaklui

Een computerprobleem oplossen, ons huis isoleren en mijn jaarrekening opstellen – ik begin er allemaal niet zelf aan, ik besteed het uit. Schrijven doe ik zelf. Dat is logisch, want dat is mijn vak. Niet het hunne. Waarom doen zij het dan toch zelf? Veel mensen vinden dat ze zelf moeten schrijven en kennelijk ook dat ze dat in voldoende mate kunnen. Ondanks dat ze dat amper geleerd hebben, want in ons onderwijs is er niet veel aandacht voor en in een bedrijfstraininkje van maximaal drie dagen boek je hooguit marginale vooruitgang. Schrijfprocesonderzoeker Ronald Kellogg heeft wel eens beweerd dat het zo’n 30 jaar oefenen kost om schrijven daadwerkelijk onder de knie te krijgen.* Schrijven is een vak. Als je dat vak niet beheerst, en misschien ook helemaal niet leuk vindt (wat is de lol van ouderwetse clichés uit je pen laten rollen?), dan zou ik zeggen: besteed het uit. Aan ons tekstschrijvers. Veel meer mensen zouden dat moeten doen. Het is een voordeel dat schrijven heeft boven hardlopen. De marathon lopen kan niemand anders voor je doen.

* Bron: http://webhost.ua.ac.be/sigwriting2006/Kellogg_SigWriting2006.pdf


Bestel hier eerder verschenen nummers van Tekstblad.

Dit artikel verscheen eerder in Tekstblad nummer 3 van 2011