Afbeelding
Foto: Unseen Studio (via Unsplash)
Schrijven in begrijpelijke taal
Zelf ingewikkelde en (helaas) vaak ontoegankelijke publicaties uitpluizen om op de hoogte te blijven van wetenschappelijke inzichten? Rieke van Lieshout zet voor jou vier wetenschappelijke publicaties, toegepast op de schrijfpraktijk, in het schap. Deze keer: begrijpelijke taal.
Auteur: Rieke van Lieshout
1. Van levensbelang
1 op de 10 mensen in Nederland is laaggeletterd. Laaggeletterde mensen ondervinden meer gezondheidsproblemen en sterven vaker aan dezelfde ziektes dan niet-laaggeletterde mensen, ondanks dat zij vaker de huisarts bezoeken. Van Ee en Van den Muijsenbergh onderzochten of huisartsen begrijpelijk kunnen communiceren met laaggeletterde mensen. In een enquête onder 102 huisartsen kwam naar voren dat driekwart van de huisartsen het moeilijk vindt om met laaggeletterden te communiceren. 80% van de huisartsen zou hierin hulp willen krijgen. Opvallend genoeg schreef maar 35% van de huisartsen in het dossier of hun patiënt laaggeletterd is. Om iedereen gepaste zorg te kunnen geven, is het dus belangrijk dat huisartsen leren hun communicatie aan te passen aan het taalniveau van de patiënt.
2. Kan een tekst te simpel zijn?
Voelen hoger opgeleiden zich nog wel serieus genomen als een brief is versimpeld? Dit is een zorg die leeft bij schrijvers als ze teksten toegankelijker maken voor een groter publiek. Gravekamp en Pander Maat onderzochten de legitimiteit van deze angst. Van een originele brief maakten ze een versimpelde versie, waarna ze beide versies in een experiment voorlegden aan mensen met verschillende opleidingsniveaus. Naast tekstbegrip maten ze ook de waardering van de brief. De resultaten waren duidelijk: iedereen begreep de versimpelde brief, en hoger opgeleide mensen verkozen de versimpelde versie zelfs boven het origineel. Je hoeft dus niet bang te zijn dat je door simpel te schrijven iemand beledigt.
3. Wel of geen voegwoorden?
Dat is de vraag die Kleijn, Pander Maat en Sanders proberen te beantwoorden. Zij manupileerden teksten door verschillende types voegwoorden te verwijderen en toe te voegen. Vervolgens testten ze het begrip van deze teksten bij scholieren. Zij vonden dat contrastieve voegwoorden (maar, toch) begrip het meest bevorderen, gevolgd door causale voegwoorden (want, dus, daardoor). Additie ve voegwoorden (en, ook, bovendien) vermoeilijken juist het begrip. Mensen hebben vooral baat bij voegwoorden in moeilijke teksten: ze bevorderen het begrip van moeilijke teksten, maar beïnvloeden het begrip van makkelijke teksten niet. Dit gold voor alle leerlingen, ongeacht leesniveau en opleidingsniveau. Het gebruik van voegwoorden valt dus aan te raden.
4. Automatisch versimpelen?
Teksten versimpelen vereist expertise en kost veel tijd. Hoe handig zou het zijn als een ‘hertaalmachine’ moeilijke teksten kan omzetten in makkelijke teksten? Vlantis, Gornishka en Wang bouwden zo’n machine voor het Nederlands en lieten die medische en gemeentelijke teksten versimpelen. Ze vroegen Chat- GPT 3.5 hetzelfde te doen met de prompt: “Can you simplify the following sentence in Dutch: {sentence}”. Het blijkt dat hun zelfgebouwde machine goed kan hertalen, maar dat ChatGPT het zonder training beter doet dan hun machine. Toch zijn de onderzoekers hoopvol: ze verwachten dat het automatisch hertalen van teksten met daarvoor gebouwde machines steeds beter gaat naarmate ze over meer trainingsdata beschikken.
Dit artikel verscheen in Tekstblad 2 van 2025.
