Einsteins cruciale gliacellen

Door: Felix van de Laar

Lezer, ik vraag uw aandacht voor het volgende. De bouwstenen van onze hersenen zijn zenuwcellen of neuronen. De hersenen zijn anderhalve kilo zwaar, ze bevatten 100 miljard neuronen (dat is vijftien keer zoveel als er mensen op aarde zijn). Bovendien zijn er tien keer zoveel gliacellen als neuronen in ons brein.Vroeger werd gedacht dat gliacellen de neuronen slechts bij elkaar moesten houden (het Griekse woord ‘glia’ betekent lijm). Recent onderzoek maakt echter duidelijk dat de gliacellen, waarvan de mens er meer heeft dan enig ander organisme, cruciaal zijn voor de overdracht van chemische boodschappen en dus voor alle hersenprocessen, inclusief het geheugen. Dat werpt een speciaal licht op de waarneming dat de hersenen van Einstein zoveel gliacellen bevatten. Het product van de interactie van al die miljarden zenuwcellen is onze ‘geest’. Zoals de nier urine produceert, produceert het brein de geest.

Wat wil de auteur van al deze mededelingen ons vertellen? Er zitten woordjes in die op een betoog of een ontwikkelingsgang duiden: bovendien, vroeger, slechts, recent, echter, dus, dat, speciaal, al die, zoals. En er is dat omineuze woordje cruciaal. Het citaat hebt u vast herkend aan het laatste zinnetje, waarmee Dick Swaab onze en zijn eigen geest reduceert tot het product van een orgaan, vergelijkbaar met een afvalproduct van een ander orgaan. De titel van het boek, Wij zijn ons brein – van baarmoeder tot Alzheimer (Contact, 2010), is er een parafrase van. Maar anders dan je van zo’n dik boek (bijna 500 pagina’s), geschreven door een professor in de hersenwetenschap, zou verwachten, vertelt het bijna niets concreets over de hersenen en lees je er vooral beweringen in die vragen oproepen. Zolang het over het brein als materie gaat die in stukken verdeeld zit in onze hersenpan en waar zich stofjes in bevinden die ook nog kunnen bewegen, gebruikt de professor steeds varianten op die zin hierboven met dat woordje cruciaal. Het een is nodig voor het andere, het is ermee verbonden, bij betrokken, gaat ermee gepaard, het is belangrijk, etc. Allemaal circumstantial evidence, zou ik zeggen, drijfzand, geen harde bewijzen.Éen experimenteel onderzoek doet zelfs drie keer dienst om een bewering te ondersteunen. Of Swaab doet een beroep op al dan niet anonieme Nobelprijswinnaars, om te staven dat iemand anders onzin beweert.

Gyros en kwab
Het had zo’n interessant boek kunnen zijn, dat moeten die andere 250.000 kopers ook hebben gedacht. Maar we komen allemaal van een koude kermis thuis; als we echt iets meer van de hersenen te weten willen komen, kunnen we beter op Wikipedia kijken. Dan kun je meteen de wirwar van termen die Swaab door elkaar haspelt, uiteenrafelen. Dan begrijp je eindelijk dat cortex en schors hetzelfde zijn, en gyros en kwab, en meer van dat soort dingen. (Zelfs het register van het boek deugt niet; iemand die zijn verstand op nul heeft gezet, heeft het woord hersenschors geïndexeerd, dat op bijna elke bladzijde voorkomt. Maar kruisverwijzingen tussen schors en cortex of tussen gyros en kwab ontbreken.) Dat een wetenschapper niet goed schrijft, komt vaker voor. Dat een gerenommeerde uitgever een potentiële bestseller uitgeeft zonder de tekst eerst fatsoenlijk te laten redigeren, is al wat opmerkelijker. Zorgelijk voor ons vak is vooral, dat het daadwerkelijk een bestseller werd, en dat het in de media zulke lovende recensies kreeg. Zelfs over hoe het geschreven is.

Bestel hier eerder verschenen nummers.

Dit artikel verscheen eerder in Tekstblad nummer 1 van 2012