Afbeelding

Emoji's

Roman Odintsov via Pexels

Japanse beeldkarakters: het ontstaan van emoji’s

Emoji’s vormen een beeldtaal die universeel gebruikt wordt. De symbolenset staat standaard geïnstalleerd op telefoons over de hele wereld en mensen over de hele wereld willen er gebruik van maken. Lilian Stolk over de geschiedenis van een toetsenbordfenomeen.

Zo’n twee jaar geleden zat de Duitse tiener Rayouf Alhumedhi op haar kamer met haar smartphone te kletsen met haar vriendinnen. In de groepschat probeerde iedereen een emoji voor zichzelf te zoeken. Zo kwam Rayouf erachter dat er niet één emoji was die haar representeerde. Er was niet één emoji die net als zij een hoofddoek droeg. ‘Waarom is er nog geen symbool voor een kledingstuk dat miljoenen mensen ter wereld dragen en zijn er wel vier verschillende brievenbussen?’ zei ze later in een interview. Dit lijkt inderdaad merkwaardig, maar toch valt het goed te verklaren als je meer over de oorsprong van emoji’s weet.

Hoewel de beeldtaal voornamelijk gebruikt wordt voor het digitaal vertalen van onze non-verbale communicatie, lijkt het woord ‘emoji’ alleen per toeval op het woord ‘emotie’. Het is een samenvoeging van de twee Japanse woorden e (beeld) en moji (karakter). De symbolen komen dus oorspronkelijk uit Japan. Ze werden hier precies twintig jaar geleden ontwikkeld. Destijds hadden telefoons nog kleine schermen, veel toetsen, vaak een antenne en je kon er alleen mee bellen en sms’en. In plaats van onze Nokia’s en Samsungs bestond de Japanse telefoonmarkt uit klaptelefoons. De apparaten hadden een uniek besturingssysteem en werden door Japanners trots ‘gara-kei’ genoemd. ‘Kei’ is gebaseerd op het woord voor mobiele telefoon: ‘keitai denwa’. ‘Gara’ verwijst naar de term ‘garapagosu-ku’, die Japanners gebruiken voor producten die wereldwijd verkrijgbaar zijn maar zich in Japan uniek ontwikkelen. Dit is weer afgeleid van de Galapagoseilanden, een eilandengroep met unieke dier- en plantensoorten waar Charles Darwin in de negentiende eeuw zijn evolutietheorie ontwikkelde.

Symbolen

Terwijl wij onze mobiele telefoons vooral gebruikten om te bellen en sms’en, konden Japanners er al op surfen en hun e-mail of het weerbericht bekijken. In 1999 introduceerde provider Docomo namelijk de eerste mobiele internetdienst i-mode. Surfen op zo’n klein scherm dat bovendien alleen letters weergaf was een behoorlijke uitdaging. Een van de medewerkers uit het i-mode team, Shigetaka Kurita, dacht dat navigeren door dit systeem een stuk eenvoudiger zou zijn als er een aantal symbolen werd toegevoegd. ‘Als je het weerbericht bekijkt, wil je niet lezen dat het zonnig wordt, je wilt het zien’, dacht hij.

Kurita maakte een set van 176 symbolen, elk gebouwd uit 12 bij 12 pixels. Voor mijn Het zonderwoorden-boek vloog ik naar Japan om Kurita te ontmoeten. Hij vertelde me dat hij zijn symbolenset baseerde op de pictogrammen die op vliegvelden en treinstations worden gebruikt. Elke emoji stond voor een breder concept. Zo refereerde het cocktailglas binnen i-mode naar een café of bar. En werd met de vier verschillende brievenbussen de status van de inbox weergegeven. Stond de vlag aan de zijkant omhoog? Dan was er nieuwe mail. Wanneer de vlag omlaag wees, was alle mail gelezen. Nadat Kurita iconen voor het navigeren door i-mode had gecodeerd, voegde hij nog vijf gezichtsuitdrukkingen toe. Dit zou misverstanden in sms-berichten kunnen voorkomen, verwachtte hij. Het zou bovendien een goed alternatief bieden voor de tot dan toe veel gebruikte kaomoji (het Japanse alternatief voor emoticons die er zo uitzagen: (^_^), (´▽`) of (>_<)).

Omdat de kaomoji uit veel tekens bestonden, waren ze erg kostbaar. Berichten versturen kostte toen immers nog geld en één sms bevatte maximaal 160 tekens. In tegenstelling tot kaomoji nam een emoji maar één teken in beslag. Het viel daarom meteen goed in de smaak. Vooral jonge tienermeisjes, een belangrijke doelgroep voor Docomo, nuanceerden hun berichten graag met de emoji-gezichtsuitdrukkingen, maar gebruikten ook de andere symbolen om hun berichten te versieren. Ze gebruikten het cocktail-glas, de hamburger en de postbus, die binnen i-mode allemaal iets symboliseerden, dus op een letterlijke manier. Vlak na de release stroomde Kurita’s mailbox vol met wensen voor nieuwe emoji. Andere telecomproviders kopieerden de beeldtaal en binnen korte tijd werd emoji een onmisbaar onderdeel van mobiele communicatie in Japan.

Steve Jobs

Emoji was een typisch voorbeeld van garapagosu-ku, totdat Steve Jobs daar in 2007 een einde aan maakte. Jobs had destijds de eerste iPhone ontwikkeld en wilde de smartphone ook op de Japanse markt uitbrengen. De Japanse telecomprovider Softbank wilde de iPhone een netwerk bieden, op één voorwaarde: er moesten emoji’s op de telefoon komen. Een telefoon zonder emoji’s zou in Japan nooit een succes worden. Omdat niemand had verwacht dat ook buiten Japan mensen emoji zouden gaan gebruiken, laat staan dat het een beeldtaal zou worden die 80 procent van de smartphonebezitters zouden versturen, werd de Japanse symbolenset één op één gekopieerd en beschikbaar voor de iPhone. Nog steeds staan er ontzettend veel Japanse karakters op ons symbolentoetsenbord, vaak zonder dat we het zelf doorhebben. Zo is de poep-emoji door zijn lachende gezicht wereldwijd uitgegroeid tot een cultureel verschijnsel. Er worden T-shirts, sloffen, dekbedovertrekken en mokken verkocht met het vrolijke uitwerpsel erop. Dat de poep lacht komt niet doordat het grappig is of om de poep minder beschamend te maken. Het komt voort uit een woordspeling. Het Japanse woord voor poep (‘unko’) begint namelijk met dezelfde klank als het woord voor geluk (‘un’). Eind jaren negentig groeide poep als gelukssymbool uit tot een fenomeen in Japan. Het land verkeerde in een economische crisis en een fabrikant uit Kyoto bedacht een goedkoop product om sombere Japanners weer te laten lachen: een kleine gouden poep aan een draadje (vergelijkbaar met een gelukspoppetje) om aan je mobiele telefoon te hangen. Het bleek een gat in de markt. De gouden poep werd in Japan de favoriete en best verkochte mobiele telefoonaccessoire (die later ook digitaal te versturen was, in de vorm van een emoji).

Woordspelingen

Japanners zijn dol op woordspelingen. Hun traditionele volksverhalen zitten er vol mee. Ook de drie emoji-apen die de uitdrukking ‘horen, zien, zwijgen’ verbeelden, zijn op een woordspeling gebaseerd. De drie wijze apen heten in Japan Mizaru (ziet geen kwaad), Kikazaru (hoort geen kwaad) en Iwazaru (spreekt geen kwaad), waarbij ‘zaru’ steeds de negatieve vervoeging van het werkwoord is, maar ook klinkt als het Japanse woord voor aap: ‘saru’. Het gezegde werd populair door een zeventiende-eeuws beeldhouwwerk, gevonden in een beroemd heiligdom in de Japanse stad Nikko, waarop de apen werden afgebeeld. Het gezegde zelf kent zijn oorsprong in de leer van Confucius, die zijn leerlingen instrueerde niet te kijken, luisteren, spreken of bewegen naar dingen die onfatsoenlijk zijn. Al wordt de precieze betekenis ervan steeds anders geïnterpreteerd. Als emoji worden de drie apen nauwelijks op zo’n filosofische manier gebruikt. De niet-kijkende Mizaru is de populairste van de drie en benadrukt vaak een beschamend gevoel of iets dat je liever niet onder ogen wilt komen – een onflatteuze jeugdfoto of domme typefout bijvoorbeeld.

Dat Japanners op zo’n speelse manier met taal omgaan, komt doordat beeld een vanzelfsprekend onderdeel van hun taal is. Zelfs hun schrift, bestaande uit kanjitekens, is op beeld gebaseerd. Regels – bijvoorbeeld voor het netjes in de rij wachten of het vervoer van je hond – worden in Japanse metro’s gecommuniceerd via tekeningen. Deze boodschappen zijn veel uitgebreider dan de pictogrammen op onze stations. En het lezen van strips behoort in Japan niet tot de niche, maar is de norm. Manga is enorm populair. Veel iconografie uit deze Japanse strips komt terug in emoji. Zo kent manga een heuse ‘druppelgrammatica’. Als een druppel uit de ogen komt, is het een traan van geluk of verdriet. Staat de druppel op het voorhoofd, dan is het zweet. En komt een druppel uit iemands neus, dan is het een snottebel, wat in manga laat zien dat iemand op een ongepast moment in slaap is gevallen. De emoji met deze snottebel wordt buiten Japan niet zo goed begrepen. In plaats van een slaperig gezicht wordt de emoji vaak geïnterpreteerd als ‘verkouden’ of ‘verdrietig’. Dat lijkt verwarrend, maar omdat een emoji altijd in een context wordt gebruikt, levert het zelden grote misverstanden op. De belangrijkste functie van de symbolen is dat ze onze non-verbale taal digitaal vertalen. Het is meestal een aanvulling op een alfabetische boodschap. Als je het slaperige gezicht achter het bericht ‘Mijn band is lek’ zet, maak je duidelijk dat de emoji niet slaperig maar verdrietig is. Achter het bericht ‘Ik voel me niet lekker’ betekent hetzelfde symbool ‘verkouden’. Deze flexibele betekenis is juist een grote aantrekkingskracht van emoji.

Emoji is een beeldtaal die universeel gebruikt wordt. Het staat standaard geïnstalleerd op telefoons over de hele wereld en mensen over de hele wereld willen zich gerepresenteerd zien, zoals Rayouf. Een jaar na haar verzoek voor een hoofddoek-emoji stond die ook daadwerkelijk op het toetsenbord. Zo zijn de typisch Japanse symbolen de afgelopen tien jaar uitgebreid met dingen die voor de hele wereld belangrijk zijn.

Emoji, smiley, emoticon allemaal hetzelfde? Nee!

Emoji is het symbolentoetsenbord op onze telefoon. Het wordt regelmatig verward met smileys of emoticons, maar het is toch echt iets anders. Zo bestaat de smiley al veel langer. Die werd in 1963 ontworpen door de Amerikaanse grafisch ontwerper Harvey Ball. Het gele lachende gezicht maakte Ball in opdracht voor een verzekeringsmaatschappij die net een fusie achter de rug had en een manier zocht om de medewerkers opnieuw te motiveren. Zijn iconische ontwerp kan gezien worden als de grootvader van de gezichten die nu op onze telefoons staan.

De emoticon is een met leestekens gevormd gezicht, :-). Deze werd in 1982 bedacht door computerwetenschapper Scott Fahlman. Fahlman was een van de eerste internetgebruikers en had gemerkt dat er grote misverstanden konden ontstaan als een getypt grapje niet als grap herkend werd. Hij opperde om steeds een :-) te typen achter iets dat niet serieus bedoeld was.

Pas sinds 2012 staat het emoji-toetsenbord standaard geïnstalleerd op onze smartphones. De collectie bestaat inmiddels uit 2789 symbolen, met meer dan honderd verschillende gezichtsuitdrukkingen en talloze voedingsmiddelen, natuurverschijnselen en andere objecten. Voor ons zijn emoji’s direct verbonden met de smartphone, maar de symbolen waren er al lang voor het ontstaan van dit apparaat. Tot die tijd werden ze alleen in Japan gebruikt, waar ze officieel vandaan komen.

Over de auteur

Lilian Stolk is historicus en expert op het gebied van emoji’s. Ze publiceert er regelmatig over, organiseert workshops en schreef Het zonderwoorden-boek.

Dit artikel is eerder verschenen in Tekstblad editie 1 van 2019.

Tags