Vijf jaar freewriting: net tandenpoetsen

Door: Louise Cornelis

Als deze Tekstblad verschijnt, vier ik een lustrum: ik heb dan vijf jaar vrijwel dagelijks aan freewriting gedaan. Dat is schrijven met de interne criticus uit. Ik heb freewriting leren kennen in de vorm van drie dagelijkse morning pages, een vast onderdeel van de Artist’s way. Dat is een door Julia Cameron ontwikkelde methode voor het bevorderen van je creativiteit. Vijf jaar geleden volgde ik een groep waarin je die methode kunt volgen. Morning pages ben ik sindsdien blijven schrijven. Cameron’s morning pages is freewriting in zijn meest pure vorm. Het gaat maar om één ding: schrijven. Totdat je een bepaald volume tekst geproduceerd hebt. Wat en waarover je schrijft, doet er niet toe; je interne criticus mag zich zelfs niet met de inhoud bemoeien. Volgens Cameron werpt dat niet alleen voor het schrijven, maar voor elke kunstvorm vruchten af, doordat je je interne criticus als het ware dresseert.

NaNoWriMo

Inmiddels ken ik ook een variant waarbij de inhoud er wel toe doet. De  interne criticus mag zich daar dus wel tegenaan bemoeien, maar niet te veel, en verder met niets anders. Deze vorm vind je onder andere in het populaire creatief dagboekschrijven, de uit Amerika overgewaaide NaNoWriMoaanpak (het schrijven van een romanvan 50.000 woorden in één maand), en diverse therapeutische toepassingen. Ook het schrijven van de eerste versie van een ‘echte’ tekst kan in die richting gaan, mits je interne criticus er alleen op toeziet dat de inhoud op de goede plek komt te staan.

Interne criticus

Vijf jaar freewriting, wat levert dat op? Mijn interne criticus weet nu veel beter zijn plaats dan vijf jaar geleden: ik kan beter bepalen wanneer hij zich er wel of niet tegenaan mag bemoeien, en waartegen dan. Hij is er wel nog steeds, natuurlijk, en scherp ook: ik heb hem hard nodig bij het redigeren en corrigeren. Ik hoor tijdens freewriting nog steeds zijn stem. Bij mijn handgeschreven morning pages verzucht hij met regelmaat: ‘Oh, wat een hanepoten’ of ‘Wat een gezeur’. En als ik de eerste versie van een tekst schrijf die voor anderen leesbaar moet worden, hoor ik wel eens: ‘Dit gaat helemaal nergens over!’ Maar daar luister ik dan niet naar, want ik weet:

The important thing is that you write, and that you give yourself permission to write crap, if necessary. Crap you can edit. A blank page will never be anything but. (uit het NaNoWriMohandboek No Plot? No problem,p. 165).

Lossere zinnen

Veel vaker is wat ik met freewriting produceer helemaal niet zo gek – en zeker geen crap. De vrijheid van het proces lijkt zich wel in het product te weerspiegelen: mijn zinnen zijn losser, makkelijker, directer, eerlijker. Ik heb in de volgende fase eerder minder dan meer redigeer-werk ten opzichte van vroeger.
Vijf jaar freewriting heeft dus gemaakt dat ik makkelijk en sneller schrijf, en het nóg leuker ben gaan vinden. Ik heb er niet altijd zin in, maar het hoort er gewoon bij, het is belangrijk, en ik mis het als ik het oversla. Freewriting – het is net tandenpoetsen.


Bestel hier eerder verschenen nummers.

Dit artikel verscheen eerder in Tekstblad nummer 4 van 2010