De geschiedenis en toekomst van 'hun hebben'

10-03-2017

Hun hebben of hun zijn“Hun hebben dat echt gezegd.” Steeds vaker halen Nederlanders ‘hun hebben’ en ‘zij hebben’ door elkaar. Vooral jongeren gebruiken regelmatig ‘hun’ als onderwerp. Er ontstaat onder niet-gebruikers soms een ware hun-allergie. Wat is nu eigenlijk de geschiedenis van ‘hun hebben’? En zal deze vorm in de toekomst nog wel als fout worden beschouwd?

Waarom is ‘hun hebben’ niet correct?

Het onderscheid tussen de persoonlijk voornaamwoorden ‘zij’, ‘hun’ en ‘hen’ stamt volgens Jan Stroop nog uit de zeventiende eeuw, toen het Nederlands naamvallen kende. Aanvankelijk gebruikte elk dialect voor zowel het meewerkend voorwerp als het lijdend voorwerp ofwel ‘hen’ ofwel ‘hun’. Grammatici vonden echter dat deze twee woorden een verschillende betekenis hebben. Zij maakten van ‘hen’ het meewerkend voorwerp en van ‘hun’ het lijdend voorwerp. Daarom is het ‘zij hebben het cadeau aan hen gegeven’ en ‘zij hebben hun geslagen’, maar niet ‘hun hebben het cadeau aan hen gegeven’ en ‘hun hebben hun geslagen’.

Afkeer voor ‘hun hebben’ onder Nederlanders

Hoewel menigeen ‘hun hebben’ gebruikt, is het gebruik van hun als onderwerp nog algemeen afgekeurd. Onze Taal raadt om die reden aan om vooral ‘zij hebben’ te blijven gebruiken. De constructie met ‘hun’ als onderwerp komt al een aantal decennia voor, vermoedelijk zelfs in het dagboek van Anne Frank. In 1954 klaagde een lid van Onze Taal hier voor het eerst over. De redactie van Onze Taal antwoordde toen dat dit een vorm van “minder beschaafde taal” is. Ook gaf de redactie aan dat het nodig zou zijn om mensen, vooral jongeren, die deze vorm gebruiken met onderwijs op hun fout te wijzen.

Hans Bennis, directeur van de Taalunie, stelt dat de afkeur voor ‘hun hebben’ onder Nederlanders onterecht is. Hij legt in een interview aan de Volkskrant uit:

“En altijd beginnen mensen weer over de gevreesde opkomst van hun hebben. Terwijl je dat taalkundig gezien als een verbetering zou kunnen beschouwen. Het verschil tussen zij, hen en hun is een naamvalsverschil. Maar naamval is niet langer een functioneel onderdeel van ons taalsysteem. Toch is voor de meeste mensen 'hun hebben' nog de ultieme gruwel. Dit zit heel diep. Er zijn al zo veel sociale onderscheidingstekenen verdwenen, dat men zich hieraan vastklampt.”

Betekenisverschil tussen ‘zij’ en ‘hun’

Mogelijk bestaat er een betekenisverschil tussen ‘zij’ en ‘hun’ als onderwerp. Volgens Nicoline van der Sijs in het boek De geschiedenis van het Nederlands in een notendop heeft ‘hun’ als onderwerp een aantal kenmerkende eigenschappen:

  • Aan het begin van een zin valt ‘hun’ als onderwerp meer op dan ‘zij’ of ‘ze’. 
  • Er zou onder jongeren een betekenisverschil zijn tussen ‘zij’ en ‘hun’, waarbij ‘zij’ alleen naar meisjes verwijst en ‘hun’ naar zowel jongens als meisjes kan verwijzen. 
  • Het onderwerp ‘ze’ kan verwijzen naar dieren, mensen of dingen. ‘Hun’ verwijst daarentegen altijd naar mensen. 

Vanwege deze drie functies zal ‘hun’ als onderwerp volgens Van der Sijs veel blijven voorkomen.

Verdwijnt ‘ze’ uit de Nederlandse taal?

Joop en Kees van der Horst geven in De geschiedenis van het Nederlands in de twintigste eeuw aan dat het in de lijn der verwachtingen ligt dat ‘hun’ als onderwerp alleen maar populairder wordt. Zij maken een vergelijking met de persoonlijk voornaamwoorden ‘jullie’, ‘je’ en ‘het’, die zowel onderwerp als lijdend voorwerp kunnen zijn. Er bestaat een kans dat hetzelfde met het persoonlijk voornaamwoord ‘hun’ zal gebeuren. Wel merken Van der Horst en Van der Horst op dat er zoveel weerstand is tegen vormen als ‘hun hebben’ dat de verandering wellicht om die reden niet helemaal doorzet. De tijd zal uitwijzen of dit ook echt het geval is.

Bronnen

De Volkskrant
Onze Taal
Taalcanon