De thema-rhemastructuur en het links-rechtsprincipe

16-03-2017

Thema-rhemastructuur links-rechtsprincipe structuur tekstEen tekst is meer dan alleen een reeks woorden achter elkaar. Het is belangrijk dat er ook sprake is van structuur in hoe je woorden en zinnen gebruikt. We kennen allemaal de inleiding-middenstuk-slotconstructie. Maar hoe zit het nu eigenlijk met verbanden tussen zinnen. Daarvoor zijn de thema-rhemastructuur en het links-rechtsprincipe bedacht. Weet je niet wat dat inhoudt? Wij praten je graag bij.

Een tekst zonder structuur

Het belang van structuur tussen zinnen wordt vooral duidelijk door een tekst te bekijken waarin het schort aan een heldere structuur. Neem het volgende fictieve voorbeeld:

Lisette gaat vandaag naar haar tante in Gouda. Kaas wordt veel verkocht in Gouda. Het liefst eet Lisette kaas op brood.

Hoewel de informatie uit de zinnen overkomt, kost het waarschijnlijk de nodige moeite om deze drie zinnen achter elkaar te lezen. Dat komt doordat de zinnen min of meer los lijken te staan van elkaar. Ook lijkt de kaas uit de lucht te komen vallen in de tweede zin, waardoor deze paar zinnen niet prettig lezen. Er ontbreekt dus een duidelijke structuur of een helder verband. Hoe kun je dat probleem verhelpen?

Thema-rhemastructuur

Het eerste principe dat Onrust, Verhagen en Doeve bespreken in hun boek Formuleren is de thema-rhemastructuur. Dit principe gaat ervan uit dat een zin bestaat uit twee onderdelen: een thema (de al bekende informatie) en een rhema (de overige informatie in de zin). In de eerste zin is, ervan uitgaande dat de lezer Lisette kent, ‘Lisette’ waarschijnlijk de al bekende informatie, terwijl ‘gaat vandaag naar haar tante in Gouda’ nieuw is. De thema-themastructuur komt in het Nederlands tot uiting door de woordvolgorde. Een zin begint doorgaans met de bekende informatie en eindigt met datgene wat daarover wordt gezegd (het rhema). In deze zin is het onderwerp (Lisette) het thema, maar ook andere grammaticale functies kunnen als thema dienen.

Voorbeeld:

Volgende week ga ik op vakantie. (tijdsbepaling)
Die jongens beschuldigt hij. (lijdend voorwerp)

Links-rechtsprincipe

Het links-rechtsprincipe ligt in het verlengde van de thema-rhemastructuur. Het links-rechtsprincipe betekent dat de informatiewaarde oploopt naarmate een zinsdeel meer rechts in de zin staat. De onderdelen aan het einde van een zin zijn dus het belangrijkst. Overigens is niet per se het zinsdeel helemaal aan het eind in de zin het meest belangrijk, maar wel staat het belangrijkste woord altijd ergens aan het eind. Neem bijvoorbeeld de volgende zin:

Kaas wordt veel verkocht in Gouda.

Als je het links-rechtsprincipe op deze zin toepast, dan kun je ervan uitgaan dat het onderwerp kaas al bekend is en dat de schrijver daaraan belangrijke informatie toevoegt over waar kaas veel te koop is, namelijk in Gouda. Vergelijk dit eens met de volgende zin:

In Gouda verkoopt men veel kaas.

Deze zin zou in het voorbeeld van de drie zinnen beter passen, omdat de plaats Gouda al in de vorige zin is genoemd. De informatie over kaas is daarentegen nieuw en zou je dus helemaal rechts in de zin verwachten.

Verschuiven van zinsdelen

Wat kunnen we nu doen om meer structuur aan te brengen in de drie zinnen in het voorbeeld? In zo’n geval kun je grammaticale middelen gebruiken om de woordvolgorde in de zin te veranderen. Zo kun je de belangrijkste elementen achteraan in de zin krijgen en de bekende informatie voorin de zin. Een paar voorbeelden hiervan zijn als volgt:

  • Vooropplaatsing. Kaas eet Lisette het liefst op brood. (vgl. Lisette eet het liefst kaas op brood.)
  • Presentatieve constructie ('er' + vorm van 'zijn'). Er was een vies tafeltje in de ruimte. (vgl. Een vies tafeltje staat in de ruimte.)
  • Gekloofde zinnen. Het is dat blonde meisje dat haar moeder is verloren. (vgl. Dat blonde meisje is haar moeder verloren.)
  • Pseudo-gekloofde zinnen. Wat me is bijgebleven, is de heldere uitleg. (vgl. De heldere uitleg is me bijgebleven.)

Voorbeeldzin herschrijven

Hoe zouden de drie zinnen uit het voorbeeld dan tot een gestructureerde tekst te herschrijven zijn? Hier lijken vooropplaatsingen het handigst. Zo is er het volgende, meer gestructureerde fragment van te maken:

Lisette gaat vandaag naar haar tante in Gouda. In Gouda wordt veel kaas verkocht. Kaas eet Lisette het liefst op brood.

Bron

Onrust, M., Verhagen, A., & Doeve, R. (1993). Formuleren. Bohn Stafleu Van Loghum: Houten/Dieghem.