De naamwoordstijl: niet voor één gat te vangen

Naamwoordstijl Margreet Onrust proefschrift interviewVeel stijladviesboeken beklemtonen het: vermijd de naamwoordstijl! Maar waarom eigenlijk? Is de naamwoordstijl echt zo erg? Of is hij misschien soms juist handig? Margreet Onrust, docent aan de opleiding Communicatie- en Informatiewetenschappen, oudmedewerker van Tekstblad, medeauteur van het boek Formuleren (1993), promoveerde op 23 mei 2013 aan de Vrije Universiteit Amsterdam op het proefschrift Vermijd de naamwoordstijl! Een onderzoek naar de houdbaarheid van een schrijfadvies. Luuk Lagerwerf sprak met haar.

Een onderzoek naar een schrijfadvies kom je niet vaak tegen. Is daar een reden voor?

“Tekstwetenschappers en schrijfadviseurs hebben het vaak over dezelfde verschijnselen, maar ze hebben uiteenlopende doelen. Een schrijfadviseur wil graag een stijlprobleem zo hanteerbaar mogelijk houden. Het verschijnsel wordt geïllustreerd en er volgt een duidelijk advies. Een tekstwetenschapper ontleedt het stijlprobleem en onderzoekt welk effect een ingreep heeft. De duidelijke adviezen zijn vaak niet door wetenschappelijk onderzoek ondersteund, en het wetenschappelijk onderzoek levert geen hanteerbare adviezen op. Mijn proefschrift is een poging om voor het verschijnsel van de naamwoordstijl schrijfadviezen nader te onderzoeken. Hopelijk leidt dat tot een verbetering van die schrijfadviezen, vooral door schrijvers te laten zien hoe het wél kan, in plaats van hoe het niet mag.”

Komt het advies Vermijd de naamwoordstijl! werkelijk zo categorisch voor in schrijfadviesboeken?

“Ik heb vijftig adviesboeken geselecteerd uit de periode 19622003. Daarvan besteedden er 44 aandacht aan de naamwoordstijl. In alle gevallen was het advies: vermijden. Dat verbaasde me wel, want je kunt je ook positieve adviezen met de naamwoordstijl voorstellen. Je kunt kopjes maken (‘Redding clubhuis mogelijk’), samenvatten of opsommen. Met een mooie term kun je overtuigen (‘Renovatie is afbraak’) of een te directe benadering van de lezer voorkomen (‘Gratis software bij aankoop van…’). De adviesboeken noemen deze toepassing alleen als uitzondering op de algemene regel dat de naamwoordstijl begrijpelijkheid schaadt.”

De drie voorbeelden lijken niet echt op elkaar. Wat is de naamwoordstijl eigenlijk?

“In mijn proefschrift besteed ik veel aandacht aan de verschillende verschijnselen die onder het koepelbegrip naamwoordstijl vallen. Het is opvallend dat de adviesboeken vaak maar één of twee verschijnselen als voorbeeld geven, met veel onderlinge variatie. Ik merkte dat een compleet overzicht van alle verschillende gevallen van de naamwoordstijl ontbrak. Dat overzicht is een belangrijk onderdeel van mijn proefschrift. Gegeven de beschrijvingen in de adviesboeken kun je zes verschillende typen van definities geven van de naamwoordstijl (zie kader ‘Zes soorten naamwoordstijl’). Ik laat ook zien dat de definities volstrekt willekeurig zijn verspreid door de adviesboeken heen. Wat in het ene adviesboek als de naamwoordstijl geldt, komt in het andere niet voor. Dat maakt een categorisch advies ‘vermijd de naamwoordstijl’ verdacht. Zou de naamwoordstijl werkelijk in iedere willekeurige gedaante in alle tekstsoorten vermeden moeten worden? De tekstuele werkelijkheid zit waarschijnlijk wat ingewikkelder in elkaar.”

Geldt dat ook voor de effecten van de naamwoordstijl?

“Ja, het advies ‘vermijden’ wordt vooral gegeven op grond van begrijpelijkheid. Maar het is voorstelbaar dat de naamwoordstijl meer effecten heeft, en dat sommige effecten zo slecht nog niet zijn. Het gebruik van de lijdende vorm, zoals in ‘de arrestanten werden zwaar mishandeld’, laat een handelende persoon of instantie achterwege. Dat kan handig zijn als je die handelende persoon niet ter sprake wil brengen. De naamwoordstijl heeft die eigenschap ook: in 'de zware mishandeling van de arrestanten' blijven de uitvoerders ook buiten beeld. Goed of slecht is in dat geval een kwestie van de context en wat je wilt bereiken met een tekst. Ik denk daarom dat we meer moeten weten van het feitelijk gebruik van de naamwoordstijl in verschillende genres. Ik heb dat voor mijn proefschrift uitgezocht voor folderteksten in de gezondheidsvoorlichting en voor wetenschappelijke teksten. Deze teksten waren geschreven door zowel beginnende als ervaren schrijvers. Zo kon ik onderzoeken of meer ervaring met het genre samenging met verschillend gebruik van de naamwoordstijl. Om een lang verhaal kort te maken: niet alle soorten naamwoordstijl zijn relevant voor voorlichtingsteksten, terwijl weer andere specifieke soorten gelden voor wetenschappelijke teksten. In voorlichtingsteksten werkt het goed om een belangrijk begrip door de tekst heen te benadrukken: 'condoomgebruik kan zo worden bevorderd.' In wetenschappelijke teksten is vaak sprake van complexe redeneringen. Je kunt de tekst overzichtelijker en korter maken door naar een eerdere passage te verwijzen met een nominalisatie. Met dit distillatieprocedé kun je omslachtige beschrijvingen vermijden. Tegelijk lijkt de tekst objectiever, in de wetenschap een belangrijke tekstkwaliteit. Met dergelijk onderzoek kunnen we proberen voor elk genre vast te stellen wat goed en wat slecht gebruik van de naamwoordstijl is. Vervolgens kunnen schrijvers in opleiding voor specifieke genres oefenen met de bijbehorende vormen van de naamwoordstijl. Er is dus veel vervolgonderzoek nodig.”

Als je het over beginnende schrijvers hebt: gebruiken die uit zichzelf een naamwoordstijl?

“Ook het begrip ‘beginnende schrijver’ kun je het beste definiëren gegeven een genre. Op de basisschool hoef je de naamwoordstijl niet af te leren. De doelgroepen van de eerste adviesboeken waren deskundigen, bijvoorbeeld ambtenaren met vaak een juridische achtergrond die publieksteksten wilden schrijven, of technici die documentatie bij producten verzorgden. Zij schreven teksten zoals ze die in hun werkomgeving tegenkwamen. De adviesboeken probeerden deze schrijvers meer publieksgericht te laten schrijven. Een arts die een voorlichtingsfolder wil schrijven over de huismijt weet veel van de medische implicaties die de aanwezigheid van het diertje teweegbrengt, maar minder van manieren waarop je zorgt dat mensen je folder lezen en ervan overtuigd raken dat regelmatig beddengoed vervangen zin heeft. In die zin zijn deze specialisten dus beginnend schrijvers."

Wat vind je in het algemeen over de adviesboeken die je hebt onderzocht?

“Eerlijk gezegd viel het niet mee. Als je – zoals ik heb gedaan – de adviesboeken op één aspect tegen het licht houdt, valt op dat schrijvers niet zoveel moeite doen een verschijnsel goed te illustreren en te definiëren. Er zijn ook gevallen van eenzelfde schrijver die in adviesboeken voor verschillende genres letterlijk dezelfde tekst over de naamwoordstijl presenteert. Ook bij verschillende schrijvers zijn de gelijkenissen tussen naamwoordstijlpassages soms wel erg opvallend.

Ik denk dat het betrekkelijk kritiekloos overnemen van de inzichten van eerdere werken ook heeft geleid tot de gebrekkige kwaliteit van het naamwoordstijladvies. In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw heeft de taalkundige Jan Veering, onder meer in Onze Taal, beschreven hoe de bijzin steeds meer uit Nederlandse teksten verdween. Hij weet dit vooral aan een ‘naamwoordelijke stijl’, die in de loop der jaren steeds meer verschijnselen ging omvatten: nominalisaties, verbonominale constructies (zie kader ‘Zes soorten naamwoordstijl’) en verzwaarde naamwoordgroepen. Latere auteurs van adviesboeken hebben adviezen over de naamwoordstijl ontleend aan Veerings publicaties. Het hinderde niet dat Veerings naamwoordelijke stijl door de jaren heen een nogal hybride verschijnsel was geworden.”

Zijn er ook adviesboeken die het goed doen?

“Omdat ik mijn onderzoek moest afbakenen, ben ik gestopt met boeken die na 2003 zijn verschenen. In de afgelopen tien jaar is er geloof ik wel het een en ander veranderd. In de nieuwste druk van het Handboek Stijl van Peter Burger en Jaap de Jong worden adviezen over de naamwoordstijl toegesneden op specifieke genres en doelen. Met voorbeelden wordt duidelijk gemaakt hoe je specifieke vormen van de naamwoordstijl goed kunt inzetten. De naamwoordstijl wordtop deze manier gepresenteerd als een normale keuze, naast de werkwoordstijl. Die kant moet het op. De nieuwste druk van de Schrijfwijzer van Jan Renkema gaat nog steeds uit van het advies ‘laat het werkwoord zijn werk doen’, maar besteedt meer aandacht aan de positieve functies van de naamwoordstijl dan voorheen (‘een werkwoord kan ook tegenwerken’), en maakt adviezen afhankelijk van de vraag ‘wat wil je bereiken?’

Helaas is het op internet juist wat minder gesteld met de adviezen over de naamwoordstijl. De taaladviesdiensten van Onze Taal (onzetaal.nl/ taaladvies) en de Taalunie (taaladvies.net) werken met een vraag­antwoordformule, waarbij de vraag of een taalverschijnsel correct is gebruikt op de voorgrond staat. Dat maakt een specifiek advies over het gebruik van aspecten van de naamwoordstijl weer wat lastiger."

Los nummer nabestellen of abonnement nemen?

Dit artikel verscheen eerder in Tekstblad. Je kunt via onze website een los nummer nabestellen van Tekstblad of direct een abonnement nemen.

Dit artikel verscheen eerder in Tekstblad nummer 4 van 2013