Wat is de herkomst van deze 5 spreekwoorden?

21-01-2021

Herkomst spreekwoorden zoals 'geld over de balk smijten'Waar komen toch die uitdrukkingen vandaan zoals ‘geld over de balk smijten’ en ‘afgezaagd zijn’? Hier vind je de achtergrond van 5 verschillende bekende uitdrukkingen!

1. De kluts kwijt zijn

Wanneer iemand in de war is of niet meer weet wat hij moet doen, kun je zeggen dat hij 'de kluts kwijt is'. Waar de uitdrukking precies vandaan komt is niet duidelijk, maar er zijn verschillende theorieën over. De 'kluts' in de uitdrukking zou verwijzen naar het door elkaar klutsen van bijvoorbeeld room, wat je met een regelmatige slag moet doen. Doe je dat niet, dan raak je de ‘kluts’ kwijt. Spreekwoorddeskundige F. A. Stoett meent echter dat de uitdrukking komt van het handmatig produceren van papier, omdat je de papierpulp op een regelmatige manier over het oppervlak moet verdelen.

De laatste verklaring is dat het woord 'kluts' in de zegswijze afstamt van het Engelse woord 'clutch'. Dit betekent een hendel van een apparaat en zou in het Nederlands terechtgekomen zijn. Wie deze 'clutch' kwijt is, verliest de beheersing over de gang van zaken.

2. Geld over de balk smijten

Iemand die ‘geld over de balk smijt’ kan slecht met geld omgaan. Volgens spreekwoorddeskundigen vindt deze uitdrukking de oorsprong in de landbouw. ‘Balk’ slaat op de balk die in de stallen boven de ruif, de voederbak voor het vee, aanwezig was. Het was bij het voeren van het vee de bedoeling dat het hooi in de ruif werd gegooid. Soms ging dit fout, dan belandde het hooi over de balk. Dit hooi werd dus verspild, en zo kwam 'over de balk gooien' langzaam synoniem te staan voor verspilling.

3. Afgezaagd zijn

Iets is al zo veel gedaan, het verveelt of wekt irritatie op. Dan is iets ‘afgezaagd’. De uitdrukking ‘afgezaagd zijn’ werd oorspronkelijk gezegd over een muziekstuk dat gespeeld werd op een viool, dat de luisteraar al vaak gehoord had. Het ‘zagen’ werd hierbij figuurlijk bedoeld, wat slaat op de zagende beweging die wordt gemaakt bij het bespelen van een viool.

4. Iemand op stang jagen

Wanneer je iemand boos maakt, dan spreek je van ‘iemand op stang jagen’. Het is een vrij nieuwe uitdrukking uit de jaren ’50 van de twintigste eeuw. Spreekwoorddeskundige F. A. Stoett vermeldt deze uitdrukking dan ook nog niet in zijn spreekwoordenboek (1925), maar hij heeft het wel over de uitdrukking 'iemand op de stang rijden'. Volgens Stoett is de betekenis hiervan 'iemand nauwlettend in de gaten houden'. Deze uitdrukking is dus later veranderd, waarbij de oorsprong terug te vinden is in het paardrijden. Met ‘stang’ wordt het bitje bedoeld in de mond van het paard, waarmee je het dier onder controle kan houden.

5. Handen in onschuld wassen

De uitdrukking 'hij wast zijn handen in onschuld' is oorspronkelijk afkomstig uit de Bijbel en is in meerdere Bijbelboeken terug te vinden. De beroemdste passage uit de Bijbel waarin de uitdrukking terugkomt, is er een uit het Bijbelboek Mattheüs. In deze passage wast Pontius Pilatus, de Romeinse heerser van Judea die de opdracht gaf tot de kruisiging van Jezus Christus, zijn handen in onschuld ten overstaan van een opstandige menigte. Hij deed dit omdat hij de menigte ervan wilde overtuigen dat hem bij Christus' kruisiging geen enkele blaam trof.

Dit artikel is een bewerking van artikelen die eerder op Schrijven Online verschenen.