7 veelgemaakte stijlfouten en hoe je ze kunt herkennen

03-05-2017

Stijlfouten tekstEen stijlfout houdt in dat je zonder opzet afwijkt van de stilistische conventies van een taal. Dit betekent dat je de fout niet bewust maakt om een bepaald effect te bereiken, maar dat het om een fout gaat die er per ongeluk tussendoor glipt. Hoe herken je stijlfouten nu eigenlijk? In dit artikel nemen wij 7 veelgemaakte stijlfouten onder de loep.

1. Pleonasme en tautologie

Bij een pleonasme of een tautologie staat er iets dubbelop in een zin. Een pleonasme betekent dat de bijvoeglijke bepaling informatie bevat die al in het hoofdwoord besloten ligt, zoals in ‘rood bloed’. Bij een tautologie gebruik je meerdere woorden van dezelfde woordsoort waarmee je meerdere keren hetzelfde zegt. Denk maar aan ‘voorgoed en altijd’. Meer informatie over deze twee stijlfiguren vind je op Tekstblad.nl

2. Contaminaties

Bij contaminaties haal je twee uitdrukkingen of spreekwoorden door elkaar. Een bekend voorbeeld is ‘als voetballer zijnde’, wat ‘als voetballer’ of ‘voetballer zijnde’ moet zijn. Sommige contaminaties komen zo vaak voor dat ze inmiddels geaccepteerd worden volgens het Groene Boekje. Een voorbeeld is ‘iets overnieuw doen’ (een verhaspeling van ‘iets overdoen’ en ‘iets opnieuw doen’).

3. Tantebetjeconstructie

In een tantebetjeconstructie maak je in het tweede deel van een zin onterecht gebruik van inversie, oftewel van verwisseling van het onderwerp en de persoonsvorm. Denk bijvoorbeeld aan de zin ‘We gaan naar huis en lopen we door de straat’. In deze zin zijn ‘lopen’ en ‘we’ ten onrechte omgedraaid.

4. Malapropisme

Een malapropisme is de stijlfout die bij veel mensen misschien wel het meest op hun lachspieren werkt. Het betekent dat je een woord of uitdrukking verhaspelt. Denk maar aan ‘zij is niet te stuiteren’ (in plaats van ‘stuiten’), ‘je mag me wel tatoeëren’ (in plaats van ‘tutoyeren’) of ‘daar kraait geen hond naar’ (in plaats van ‘daar kraait geen haan naar’).

5. Dubbele ontkenning

Bij een dubbele ontkenning staan er twee ontkenningen in één zin. Vaak zijn dit ‘geen’ en ‘niet’ of ‘nooit’. Een voorbeeld is ‘Ik heb nooit geen jas aan in de lente’. Overigens kan een dubbele ontkenning soms ook juist een stilistische keuze zijn om een uiting kracht bij te zetten.

6. Incongruentie

Een incongruentie is een getalsfout en houdt in dat je een enkelvoudig onderwerp combineert met een meervoudige persoonsvorm of andersom. Vaak geldt dit voor zinnen als ‘De boeven worden verzocht om zich te laten boeien’. In deze zin is ‘de boeven’ niet het onderwerp, maar het meewerkend voorwerp en gebruik je dus geen meervoudige persoonsvorm, maar ‘wordt’.

7. Foutieve beknopte bijzin

Een foutieve beknopte bijzin is een voorbeeld van een foutieve samentrekking. Bij een beknopte bijzin laat je het onderwerp weg en vervang je de persoonsvorm door een deelwoord of infinitief. Een voorbeeld is ‘Stralend van geluk nam hij de beker in ontvangst’. Hier kan echter iets misgaan als het onderwerp van de bijzin niet het onderwerp van de hoofdzin is. Dat kan leiden tot grappige zinsconstructies, zoals ‘Met een stralende lach kwam de bus ons tegemoet’. 

Bronnen

Bijles Nederlands
Onze Taal
Wikipedia over dubbele negatie