Conversaties (of het gebrek daaraan) met wijkagenten op Twitter

28-02-2017

Wijkagenten op Twitter tweetsVanuit het streven naar transparantie naar burgers toe begeeft ook de politie zich meer op social media. Zo zijn er steeds meer wijkagenten op Twitter te vinden. Dit heeft als doel om buurtbewoners meer betrokken te maken en hun vertrouwen in de politie te verbeteren. In het ideale scenario gaan wijkagenten en burgers een gesprek met elkaar aan. Maar lukt dit de wijkangenten wel op Twitter? En hoe kunnen wijkagenten een conversatie laten ontstaan?

Linguïstische kenmerken van interactiviteit

Het is eerder gebleken dat de interactiviteit van een gesprek samenhangt met verschillende linguïstische kenmerken. Freek Geutjes heeft voor zijn scriptie onderzocht of deze kenmerken van interactiviteit samenhangen met het taalgebruik van een wijkagent op Twitter. In hun tweets vertellen de wijkagenten over hun dagelijkse werkzaamheden en over lokale problemen en doen ze soms een beroep op burgers bij misdaden. Om precies te zijn, heeft Geutjes onderzocht welke linguïstische kenmerken van interactiviteit voorkomen in de onderzochte tweets.

Corpusonderzoek

Geutjes heeft een corpusanalyse gedaan. Hiervoor heeft hij willekeurig 25 populaire Twitter-accounts van Nederlandse wijkagenten gekozen. Van iedere wijkagent zijn de laatste 25 tweets geanalyseerd, dus dat betekent dat in totaal 625 tweets zijn onderzocht op linguïstische kenmerken van interactiviteit.

Onderzoeksmethode

Voor de gekozen tweets is berekend hoe vaak zes linguïstische kenmerken voorkomen in de tweets. Dit waren twijfel-/afstandsmarkeerders (‘onzeker’), zekerheidsmarkeerders (‘onmogelijk’), subjectieve evaluaties (‘het bevalt mij zeer dat...’), markeerders van de schrijver-lezerrelatie (engagementmarkeerders, ‘en zoals u vast ook van mening bent...’), self-mentions van de schrijver (‘ik’) en Twittermarkeerders (@-teken of hashtag). Ook heeft hij opvallende linguïstische kenmerken van iedere wijkagent geanalyseerd. Verder is gekeken naar de samenhang tussen de door wijkagenten ingezette linguïstische kenmerken van interactiviteit. Ten slotte is een kwalitatief follow-uponderzoek gedaan waarin vijf uitgekozen tweets met een hoog en een laag aantal linguïstische kenmerken van interactiviteit zijn vergeleken.

Resultaten

Alle zes de linguïstische kenmerken van interactiviteit blijken voor te komen in de 625 geanalyseerde tweets van wijkagenten. Het blijkt dat de wijkagenten in meer dan de helft van hun tweets de linguïstische kenmerken van Twittermarkeerders toepassen. In een derde van de tweets komen engagementmarkeerders voor. Ook komen er een aantal twijfel- of afstandsmarkeerders en zekerheidsmarkeerders in voor.

Verder blijkt uit de follow-upstudie dat hoog interactieve tweets meer retweets, likes en reacties krijgen dan laag interactieve tweets. De hoog interactieve tweets hebben ook meer beurtwisselingen tussen de wijkagent en de volger. Een overeenkomst tussen de hoog en laag interactieve tweets is dat wijkagenten vaak niet reageren op reacties van volgers, waardoor er geen sprake is van een conversatie. Een groot aantal linguïstische kenmerken in een tweet van een wijkagent leidt dus niet altijd tot een conversatie.

Uit de follow-upstudie blijkt dat er weinig opmerkelijke conversatieanalytische patronen zichtbaar zijn tussen hoog en laag interactieve tweets. Het merendeel van de laag interactieve tweets ontvangt geen reacties of de wijkagent reageert niet op de reacties van volgers. Bij laag interactieve tweets is er vaak maximaal één beurtwisseing. Bij hoog interactieve tweets zijn er meer retweets, likes en reacties.

Aanbevelingen

Op basis van zijn onderzoek doet Geutjes een aantal aanbevelingen aan de tweetende wijkagenten:

  • Gebruik subjectieve evaluaties in een tweet. Dit zorgt er namelijk voor dat er eerder een conversatie met volgers ontstaat. 
  • Gebruik interactiemarkeerders in tweets, want hoog interactieve tweets krijgen meer retweets, likes en reacties. Daardoor heeft een hoog interactieve tweet een groter bereik. 
  • Ga de dialoog aan met volgers. Dit doen wijkagenten nu nog niet, terwijl ze wel regelmatig een oproep plaatsen. Een uiting van waardering zou dan op zijn plaats zijn. 
  • Gebruik humor in tweets. Dit leidt tot een hoger aantal retweets, likes en reacties. Ook leidt het eerder tot een conversatie. 

Bron:

Freek Geutjes deed dit onderzoek voor zijn afstuderen aan de Radbout Universiteit in Nijmegen. Hij volgde de master Communicatie en Beïnvloeding en werd begeleid door prof. Dr. Wilbert Spooren. Zijn scriptie heet ‘Van linguïstiek naar interactiviteit’ en is hier te vinden.